De Franse bank BNP Paribas moet 8,97 miljard dollar boete betalen omdat ze van 2002 tot 2012 het embargo schond dat de Verenigde Staten voert tegen Cuba, Iran en Soedan. De Franse bank werd bovendien verplicht 'schuld te bekennen' en mag een jaar lang de financiering van haar grondstoffentransacties in dollar niet compenseren.
...

De Franse bank BNP Paribas moet 8,97 miljard dollar boete betalen omdat ze van 2002 tot 2012 het embargo schond dat de Verenigde Staten voert tegen Cuba, Iran en Soedan. De Franse bank werd bovendien verplicht 'schuld te bekennen' en mag een jaar lang de financiering van haar grondstoffentransacties in dollar niet compenseren. Er blijven echter nog vragen, vooral bij ons. Was België op de hoogte van de omvang van het probleem? Werden cruciale elementen verborgen gehouden? Blijft België aandeelhouder? Het zijn vragen van enkele honderden miljoenen euro's. België is met 10,3 procent van het kapitaal de belangrijkste aandeelhouder van BNP Paribas en het heeft vertegenwoordigers in de raad van bestuur. Maar noch het ministerie van Financiën, noch de FPIM (de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij, die de participatie beheert) was zich voor februari bewust van de omvang van het probleem. De twee Belgische bestuurders, Michel Tilmant en Emiel Van Broekhoven, zijn officieel onafhankelijke bestuurders. "In de veronderstelling dat ze vooraf ingelicht waren, konden ze de staat toch niet waarschuwen", zegt een analist. "Want dan zou de staat over koersgevoelige informatie beschikt hebben." Bovendien was de raad van bestuur pas bijzonder laat op de hoogte. Jean-Louis Beffa, die bestuurder was tot 2010, bevestigt dat: "Nooit werd de raad van bestuur ingelicht over die risico's." Pas midden 2013, nadat het intern onderzoek afgerond was en de bank haar informatie doorgegeven had aan de Amerikaanse justitie, belandde het dossier op de tafel van de raad van bestuur. BNP Paribas stelt zelf dat de problemen niet voortkomen uit een systeem opgezet door de bank. In een brief die CEO Jean-Laurent Bonnafé begin juli aan de aandeelhouders richtte, onderstreept hij dat "bepaalde medewerkers bewust de Amerikaanse regels omzeild hebben en daarmee ingingen tegen de beslissing van de directie, die vanaf 2007 de activiteiten in de betrokken landen had verboden". Bonnafé erkent tegelijk, naast de "individuele tekortkomingen", van de kant van de bank zelf "een gebrek aan waakzaamhid en reactievermogen". In februari sloot BNP Paribas de rekeningen over 2013 af. Dit keer kon de bank er niet onderuit: ze moest een provisie aanleggen voor het Amerikaanse geschil (waarvan in 2010, 2011 noch 2012 gewag gemaakt werd). De bank deelde mee dat ze 1,1 miljard dollar (798 miljoen euro) opzijgezet had, maar tegelijk gaf ze toe dat ze de hoogte van die provisie 'met de natte vinger' bepaald had. "Er bestaat grote onzekerheid over het bedrag van de boetes en straffen waartoe de Amerikaanse autoriteiten kunnen besluiten na afloop van de procedure", stond begin maart in het jaarverslag te lezen. "Dat bedrag kan dan ook aanzienlijk verschillen van de aangelegde provisie", gaf de bank toe. Voor zowel de analisten als de Belgische staat was dat een onaangename verrassing. Lars Machenil, financieel directeur van BNP Paribas én Belg, probeerde de bom te neutraliseren. Hij telefoneerde naar de FPIM: "Dat is inderdaad slecht nieuws, maar we zijn in onderhandeling en hoe dan ook is die provisie eenmalig." De toestand werd evenwel snel erger. Op de algemene aandeelhoudersvergadering van 14 mei gaf het management toe dat de boete ruimschoots boven het miljard dollar kon oplopen. Op dat ogenblik had de Amerikaanse pers het al over 5 miljard. Tussen het einde van mei en eind juni voerden gerichte lekken de druk op: er was sprake van 8, dan 9, dan 10 en uiteindelijk 16 miljard... Uiteindelijk werd een akkoord gesloten over 8,97 miljard dollar. Hoe gaat men in vier maanden tijd van 1,1 naar 9 miljard dollar? Ongetwijfeld omdat het Amerikaanse Congres besloot krachtdadiger op te treden tegen financiële misdrijven. Ongetwijfeld ook omdat de Amerikaanse justitie zich ergerde aan de terughoudendheid van BNP Paribas om mee te werken. De Verenigde Staten begonnen hun gerechtelijk onderzoek in 2009, maar pas in mei 2013 ontvingen ze de gegevens die ze gevraagd hadden. Anderen wijzen erop dat de onderhandelaars van BNP Paribas, CEO Jean-Laurent Bonnafé en speciaal adviseur Jean Lemierre, misschien onvoldoende de ernst van de situatie inzagen. "Lemierre kan soms erg uit de hoogte doen", fluistert een Franse bankier. De omstreden activiteiten van BNP Paribas begonnen in 2002. Pas eind 2008, begin 2009 stapte de Belgische staat in het kapitaal. Werden de mogelijke problemen toen verzwegen voor de nieuwe aandeelhouder? Al in 2007 lieten de Amerikaanse autoriteiten weten dat de Franse bank het embargo schond. Ambtenaren van de Office of Foreign Assets Control lieten de verantwoordelijken van de New Yorkse vestiging bij zich komen. Ze waren ervan op de hoogte dat de bank transacties in dollars uitvoerde met Soedan en ze vroegen een rapport. De affaire kreeg evenwel pas een gerechtelijk kantje in december 2009. De minister van Justitie van de staat New York meldde toen dat een gerechtelijk onderzoek geopend was naar BNP Paribas. Rond de jaarwisseling 2008-2009, het ogenblik dat Fortis moest gered worden en daarvoor een participatie moest worden genomen in BNP Paribas, liep er dus nog geen juridische procedure. Toch is het verwonderlijk dat toen geen onderzoek van de boeken werd gevraagd. Vooral omdat BNP Paribas zijn overname van Fortis afhankelijk maakte van de ondertekening van een document waarin de overnemer ontlast werd van een reeks potentiële risico's. "Dat document telde 80 pagina's", zegt een ooggetuige. "Maar op dat moment had België weinig keuze", stelt een toenmalige betrokkene. Maar zelfs als België had geweten van de problemen, was de manoeuvreerruimte van de staat erg beperkt. "Die nalatigheid moest dan bewezen worden, net als het opzet. En zelfs als we dat hadden gekund, was dat zelfmoord geweest. De koers van het aandeel en de waarde van onze participatie waren dan wellicht gecrasht", voegt onze getuige eraan toe. België had al die problemen natuurlijk kunnen vermijden als het zijn aandelen BNP Paribas in de loop van de jaren verkocht had. Maar zo eenvoudig is het niet. Om zich zonder verlies terug te trekken en dus het tekort op de begroting niet te verzwaren, moet de staat zijn aandelen tegen meer dan 58 euro verkopen. De koersgrafiek laat zien dat die kans er nog niet veel geweest is. In het begin van het jaar steeg het aandeel enkele dagen boven 60 euro uit. Sommige adviseurs hebben de regering toen laten verstaan dat het misschien tijd was om iets te doen. "Het was echter moeilijk", zegt een insider. "We stonden op drie maanden van de verkiezingen. Het dossier moest behandeld worden in het kernkabinet. Maar als iemand op de proppen zou komen met de verkoop van BNP Paribas, dan zou een andere allicht het dossier-Belgacom op tafel gelegd hebben..." Kortom, de regering liet de gelegenheid voorbijgaan. Nu de koers van het aandeel weer gedaald is, is de participatie van de staat nog maar 6,3 miljard euro waard, 1 miljard minder dan de aankoopprijs. De optie van een verkoop is nochtans niet begraven, vooral omdat de acties van de bank in Soedan wonden hebben geslagen. "Het is niet de roeping van de staat om bankier te spelen. Ooit trekken we ons terug", klinkt het in de omgeving van minister van Financiën Koen Geens. "We onderzoeken alle scenario's", laat minister van Buitenlandse Zaken en ex-minister van Financiën Didier Reynders weten. Om zijn grote aandeelhouders te sussen, zal BNP Paribas volgend jaar in ieder geval evenveel dividend uitkeren als dit jaar. Voor België betekent dat een welgekomen 192 miljoen euro. Lees ook blz. 3, Snel verkopen is niet gelijk aan goed besturen SÉBASTIEN BURON, PIERRE-HENRI THOMAS EN CHRISTOPHE DE CAEVELBegin dit jaar steeg het aandeel boven 60 euro uit. Adviseurs hebben de regering toen laten verstaan dat het misschien tijd was om te verkopen.