De vrijage is volop aan de gang. De kandidaten voor een belang in Opel, de zwaar geplaagde dochter van de al even zwaar geplaagde moeder General Motors, schuiven prominent aan bij de Duitse politieke zwaargewichten. En blijkbaar vallen die kandidaten, Fiat en Magna, meer voor de charmes van de Duitse bondskanselier Angela Merkel en haar minister van Financiën Karl-Theodor zu Guttenberg (beiden christendemocraten) dan voor Belgische, laat staan Vlaamse, charmes.
...

De vrijage is volop aan de gang. De kandidaten voor een belang in Opel, de zwaar geplaagde dochter van de al even zwaar geplaagde moeder General Motors, schuiven prominent aan bij de Duitse politieke zwaargewichten. En blijkbaar vallen die kandidaten, Fiat en Magna, meer voor de charmes van de Duitse bondskanselier Angela Merkel en haar minister van Financiën Karl-Theodor zu Guttenberg (beiden christendemocraten) dan voor Belgische, laat staan Vlaamse, charmes. Want het overnamegelobby rond Opel draait op volle toeren. Maar dan alleen in geheime Duitse kamers. De Belgische overheden, zowel federale als gewestelijke, beklaagden zich al over het gebrek aan informatie. Zowel General Motors als de Duitse regering liet het afweten. Op 11 februari ontmoette premier Herman Van Rompuy (CD&V) zijn Duitse evenknie Angela Merkel. Half maart volgde een top van de Europese Commissie. Dan kwam wekenlang en voorzichtig polswerk via de Duitse ambassade in Brussel, en de Belgische in Berlijn. Het resulteerde op 28 april in een missie van Dirk Wouters, de diplomatieke adviseur van de premier, naar Berlijn. In het diplomatenkoffertje stak ook het dossier-Opel, naast bijvoorbeeld bedenkingen bij de economische stimuli van de G20-top in Londen. Dirk Wouters praatte met Jens Weidmann. Die economische topmedewerker van Angela Merkel (CDU) is een spilfiguur in alle Duitse economische dossiers. Weidmann speelt niet alleen in het dossier-General Motors een sleutelrol, hij werkte ook volop mee aan de redding van de Duitse banken. Dirk Wouters kwam met beloftes terug naar huis. De Belgen mogen mee de ondernemingplannen inkijken en analyseren die de kandidaat-kopers van Opel bij de Duitse regering indienen. Daarvoor wordt nog deze week een technische delegatie samengesteld. Met daarin Hans Geeroms, de verantwoordelijke voor Europese en internationale economische aangelegenheden op het kabinet van de premier. En Karel Tobback, de sociaaleconomische kabinetschef van de Vlaamse minister-president Kris Peeters (CD&V). Het trio wordt vervolledigd door Erik Verkest, vennoot bij Petercam en een specialist in corporate finance. Die investeringsvennootschap werd door de Vlaamse regering in de arm genomen voor financieel advies in het autodossier. Een eerste wapenfeit van Petercam was het aanbod begin vorige week van een buy-and-lease-backformule voor de fabriek van Opel Antwerpen. De Vlaamse overheid wil het gebouw kopen, en het meteen doorverhuren aan Opel. Die geldinjectie van 200 miljoen euro mag de autobouwer enkel gebruiken voor maatregelen in het kader van het behoud van de Antwerpse fabriek. Met de extra injectie van 200 miljoen euro heeft de Vlaamse regering de stilaan indrukwekkende som van een half miljard euro veil voor de redding van een autofabriek. De Vlaamse regering tekende in de winter al voor een cheque tot maximaal 300 miljoen euro. Dat geld dient als waarborg voor eventuele leningen voor de autoconstructeur bij de Europese Investeringsbank voor de ontwikkeling van energiezuinige wagens. Als de leningen er komen, en het avontuur zou faliekant uitdraaien, mag de Vlaamse belastingbetaler de rekening betalen. Dat overheidsmanna stroomt overigens enkel uit Vlaanderen, niet via de federale regering. Toch zijn de verhoudingen daarom niet meteen verzuurd. De Vlaamse én federale regering zitten in het dossier op één lijn. Tijd voor politieke afrekeningen en ander gekonkelfoes is er niet, gezien de verkiezingen op 7 juni. Alle meerderheidpartijen vrezen voor de betaling van de rekening, als Opel al voordien naar de haaien gaat. General Motors weet uiteraard ook van die politieke agenda. Het bedrijf kreeg in geen half jaar al 16,5 miljard dollar (12,4 miljard euro) Amerikaans overheidsgeld. De autobouwer vroeg eind april nog eens 11,6 miljard dollar tot einde mei, plus 9 miljard dollar voor de periode erna. En zelfs dat is niet genoeg. Want van buitenlandse overheden wordt nog eens 5,6 miljard dollar (4,2 miljard euro) geëist. Een van de grotere geldschieters zou Duitsland worden. Met 25.103 rechtstreekse banen, en federale verkiezingen op 27 september, wil de Duitse overheid een faillissement van Opel vermijden. Toch is er stevig gerommel in de onderhandelingskringen. Diverse overheden betwijfelen of het de Europese dochter, General Motors Europe, wel menens is. Nog vorige week maakte de Duitse minister van Financiën, Karl-Theodor zu Guttenberg (CSU), zijn beklag over het gebrek aan informatie bij de autoconstructeur. De onderhandelingen stonden nauwelijks een stap verder dan de toestand begin maart. Toen overhandigde Carl-Peter Forster, de voorzitter van het directiecomité van GM Europe, een 180 pagina's dikke bundel met saneringen. "Dit is lachwekkend", hoorden omstanders de Beierse minister van Financiën fluisteren tijdens een Europese ontmoeting, kort nadien. Het saneringplan bleek in hoofdzaak een marketingbrochure met foto's van allerlei automodellen en producten. Na die Europese topontmoeting half maart, namen de Duitsers duidelijk het roer in handen. Het bruist en suist al weken in de Duitse media van gesprekken en overnamegeruchten. Twee kandidaat-investeerders bij Opel komen uitdrukkelijk in beeld. En onderhandelen rechtstreeks met de Duitse regering. Vorige week sprak Karl-Theodor zu Guttenberg met Magna. De Oostenrijks-Canadese toeleveraar voor de auto-industrie denkt aan een minderheidsbelang in het nieuwe Opel. Het bedrijf heeft ervaring met assemblage in Graz (Oostenrijk), waar modellen voor diverse autoconstructeurs worden geassembleerd. Die activiteit stond vorig jaar voor 14 procent van de omzet. Maar misschien belangrijker als motivering voor Magna is de afhankelijkheid van General Motors. De orders van de Amerikaan betekenden in 2008 een vijfde van de omzet. Magna - een bedrijf met een zeer gezonde balans - is dus noodgedwongen mee aan zet, in wat zijn oprichter en voorzitter van de raad van bestuur, Frank Stronach, de zwaarste crisis sinds het ontstaan van het bedrijf noemt. Of gaat de almachtige Italiaanse familie Agnelli met Opel aan de haal? De referentieaandeelhouder van Fiat droomt hardop van Opel. De combinatie zou een nieuwe Europese marktleider creëren, groter dan het huidige nummer één, Volkswagen. CEO Sergio Marchionne sprak maandag met Karl-Theodor zu Guttenberg. Even voordien had hij in de krant La Stampa - een filiaal van Fiat Group - zijn grootse ambities verbreid. Met Fiat volgt misschien een harde saneringgolf. Die zou de overcapaciteit uit de markt vegen. In de eerste gesprekken met de Duitse regering sprak Marchionne naar verluidt enkel over de Duitse fabrieken van Opel. De Italiaan is ook niet echt een droompartner. Met een bedrijfwinstmarge via de personenwagens van 1,71 procent in 2008 - een getal dat de leenlasten niet dekt - en een solvabiliteitsratio van 18 procent kan Opel wel eens een té zware brok worden. En bovendien wil Fiat naar verluidt alleen maar drie van de vier Duitse fabrieken overhouden. Over fabrieken in andere landen werd niet gerept. (T) Door Wolfgang Riepl/Foto Belga