Zo'n tien dagen geleden werden de Belgische heren in Kuala Lumpur 49ste op 63 landen tijdens het Wereldkampioenschap voor amateurploegen. De weergoden zorgden er zelfs voor dat de Belgen niet eens de vierde ronde van het toernooi konden spelen, want toen dreigde het water bij bakken uit de lucht te vallen en beslisten de organisatoren om die dag alleen maar de beste 21 teams te laten opdraven. Een week eerder werden de Belgische dames 27ste op 39 landen.
...

Zo'n tien dagen geleden werden de Belgische heren in Kuala Lumpur 49ste op 63 landen tijdens het Wereldkampioenschap voor amateurploegen. De weergoden zorgden er zelfs voor dat de Belgen niet eens de vierde ronde van het toernooi konden spelen, want toen dreigde het water bij bakken uit de lucht te vallen en beslisten de organisatoren om die dag alleen maar de beste 21 teams te laten opdraven. Een week eerder werden de Belgische dames 27ste op 39 landen. In vergelijking met de Wereldkampioenschappen van 1998 en 2000 gaan we dus achteruit: toen werden de heren 16de op 27 en de dames 15de op 17. Moeten we nu wanhopen?"De heren brachten er weinig van terecht," bevestigt bondscoach Michel Vanmeerbeek. "We waren nochtans relatief optimistisch toen we naar Maleisië vertrokken, omdat we het voorbije seizoen betere scores dan ooit lieten optekenen. Maar nu zijn we inderdaad diep teruggevallen." De andere spelers sloegen hun drives gemiddeld veertig meter verder, terwijl de Belgen gebukt liepen onder de stress. Vanmeerbeek slaagde er maar niet in om die stress weg te nemen en de Belgen wat meer ontspannen te laten spelen. De bondscoach pleit er dan ook voor om in de toekomst aanvallend ingestelde spelers op te leiden. "We mogen de jeugd niet langer wijsmaken dat ze de bal op de fairway moeten houden. Jonge spelers moeten bij iedere hole voor een birdie gaan." De Belgische mannen moesten het natuurlijk opnemen tegen competitiesporters, vaak jongens die aan Amerikaanse universiteiten studeren en zeer hard trainen. Wat de Belgen daar tegenover kunnen stellen, is een advocaat, een vertegenwoordiger en een student. Met andere woorden: de kloof was te groot. Opvallend is trouwens dat alle landen proberen hun beste amateurs zo lang mogelijk bij de amateurs te houden. In de categorieën boys and girls (van vijftien tot achttien jaar) is het verschil met de andere landen niet zo groot. Pas later begint het schoentje te knellen. Bij de dames kon je nog de indruk krijgen dat de Belgen met een Girls-team speelden: ze waren tussen vijftien en zeventien. Daar kan dus nog aan worden geschaafd, iets wat bij de heren moeilijker ligt. De bondscoach ziet voor de golffederatie dan ook twee mogelijkheden: ofwel de Fed Tour moeilijker maken en de minder sterke spelers op die manier laten afhaken, ofwel een soort operatie in commandostijl beginnen. Waarmee Vanmeerbeek bedoelt: een perfecte omkadering geven aan de beste spelers, die veel toernooien spelen en in het buitenland mogen gaan trainen. Met die tweede formule oogstte de Belgische golfsport al heel wat succes. Alleen zal de gekozen tactiek moeten voortvloeien uit een unaniem akkoord, terwijl de golffederatie in dit land is opgesplitst. John Baete