De prioriteitennota's van Peter Vanvelthoven, de staatssecretaris voor Informatisering van de Staat, en Vincent Van Quickenborne, de staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, bevatten lovenswaardige initiatieven. Wie kan er tegen de afschaffing van het bewijs van goed gedrag en zeden en andere paperassen zijn? Wie wil op dit moment de administratieve eisen voor starters níét verlagen? Staatssecretaris Q verpakt bovendien zijn plannen in een 'twaalf werken'-format en plakt er meteen wat sympathieke dead- lines op. Bijvoorbeeld de afschaffing van de gemeentelijke verklaringen voor ee...

De prioriteitennota's van Peter Vanvelthoven, de staatssecretaris voor Informatisering van de Staat, en Vincent Van Quickenborne, de staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, bevatten lovenswaardige initiatieven. Wie kan er tegen de afschaffing van het bewijs van goed gedrag en zeden en andere paperassen zijn? Wie wil op dit moment de administratieve eisen voor starters níét verlagen? Staatssecretaris Q verpakt bovendien zijn plannen in een 'twaalf werken'-format en plakt er meteen wat sympathieke dead- lines op. Bijvoorbeeld de afschaffing van de gemeentelijke verklaringen voor eensluidendheid tegen, jawel, 1 april. Vanvelthoven keerde in oktober terug van een studiereis in Canada, een tweetalig land waar de regio's grote bevoegdheden hebben, net als in België. Canada is volgens de jaarlijkse studie van consultancygigant Accenture de absolute koploper in het on line brengen van overheidsdiensten, waarvan gewoonlijk ook een efficiëntieverhoging wordt verwacht. Drie vaststellingen daar. Eén: Canada met zijn 30 miljoen inwoners trok vier jaar geleden ongeveer 570 miljoen euro uit voor een zesjarig Government On-Line-programma, bovenop wat de departementen sowieso al investeerden. Toevallig geniet Canada ook van een lange periode van continuïteit in zijn federale bestuur, waardoor de plannen niet veranderen met de minister van het moment. Twee: zelfs in Canada ondervindt men hoe moeilijk het is om alle neuzen in één richting te krijgen. Het heeft bijvoorbeeld drie jaar geduurd om de overheidsdiensten on line een gemeenschappelijk uitzicht te geven. Drie: de grote bezorgdheid is in welke mate de Canadees van de on-linediensten gebruikmaakt. Een jaar geleden lag het percentage Canadezen dat in twaalf maanden een overheidssite had bezocht op amper 64 %. En zolang er niet voldoende burgers via het internet met de overheid werken, moeten er meerdere distributiekanalen voor dezelfde diensten worden opengehouden: callcenters, loketten, gewone post én internet. Dat biedt een betere service, maar maakt de verstrekking duurder in plaats van goedkoper. Vandaar de levendige zorg onder de Canadese overheidsmanagers of hun nieuwe initiatieven wel voldoende steun hebben om gefinancierd te raken na 2005-2006, als de speciale subsidies voor Govern-ment On-Line wegvallen. Verplaats dit naar België, waar Vlaams minister van Begroting Dirk Van Mechelen ( VLD) in augustus besliste dat de Vlaamse openbare instellingen nog maar 80 % van hun werkingsmiddelen mochten uitgeven, waardoor onder meer op het ministerie van Onderwijs een aantal - efficiëntieverhogende - informaticaprojecten 'vertraagd' zijn. Toets het af met de versnippering van de bevoegdheden. Of denk aan de verbazende waarschuwing van ex-Vlaams minister-president Patrick Dewael (VLD) aan de Vlaamse ambtenaren om geen spaken in de wielen te steken. En vraag u dan af of de regering niet beter in Churchilliaanse termen van " blood, toil, tears and sweat" communiceert in plaats van snel nog voor de verkiezingen wat mediapunten te scoren. Canada toont dat dit een inspanning voor de lange termijn is. Tafelspringerij wordt - kijk naar de Kruispuntbank voor Ondernemingen - duur betaald.