Twee partijen scoren qua aanwezigheid in het Europees parlement uitstekend: CD&V, met 90,9 % aanwezigheid, en MR, met 90,2 % (zie tabel: Deelname aan plenaire vergaderingen (per partij)). PS (75,9 %), Vlaams Blok (75,8 %) en SP.A/Spirit (75,4 %) scoren het slechtst. Voor de twee laatste partijen moeten we wel een belangrijke kanttekening maken. Beide hebben in hun rangen iemand die erg slecht heeft ge-scoord: Karel Dillen voor het Vlaams Blok en Peter Bossu voor SP.A/Spirit. Laten we hun resultaten weg, dan wordt het Vlaams Blok met 92 % de meest aanwezige partij. SP.A/Spirit stijgt naar de vierde plaats.
...

Twee partijen scoren qua aanwezigheid in het Europees parlement uitstekend: CD&V, met 90,9 % aanwezigheid, en MR, met 90,2 % (zie tabel: Deelname aan plenaire vergaderingen (per partij)). PS (75,9 %), Vlaams Blok (75,8 %) en SP.A/Spirit (75,4 %) scoren het slechtst. Voor de twee laatste partijen moeten we wel een belangrijke kanttekening maken. Beide hebben in hun rangen iemand die erg slecht heeft ge-scoord: Karel Dillen voor het Vlaams Blok en Peter Bossu voor SP.A/Spirit. Laten we hun resultaten weg, dan wordt het Vlaams Blok met 92 % de meest aanwezige partij. SP.A/Spirit stijgt naar de vierde plaats. Deze cijfers zijn het resultaat van een grondig onderzoek dat onze collega's van het Nederlandse NRC Handelsblad hebben gedaan. Ze hebben alle presentielijsten van de 314 plenaire vergaderingen van de afgelopen zittingsperiode van het Europees parlement (1999-2004) en alle hoofdelijke stemmingen onderzocht. Trends kreeg exclusief de Belgische resultaten ter beschikking. Opvallend is dat België het slechtst van alle landen scoort qua verloop. Slechts zestien europarlementariërs (op 25 zetels) deden de hele rit uit. Daarnaast deed België elf wissels, wat een verloop van 44 % betekent. Daarmee heeft België een ruime, maar twijfelachtige, 'voorsprong' op de andere landen. In het hele europarlement was 27 % van de 712 personen die er zetelden meer dan 90 % aanwezig bij de vergaderingen die ze daadwerkelijk konden bijwonen. Bij de Belgen was dat 34 % en daarmee doen ze het dus goed. Individueel wordt de lijst bij de Belgen getrokken door Jacqueline Rousseaux (MR) en Jacques Santkin (PS), die beide aanwezig waren op alle zittingen die ze konden bijwonen (zie tabel: Deelname aan plenaire vergaderingen (per parlementariër)). Het moet wel gezegd worden dat beiden slechts kort in het parlement zetelden. Bij de parlementsleden die voor langere periode zetelden, is Gérard Deprez (MR) de kampioen met 98,7 %. Aan Vlaamse kant is verrassend genoeg Ward Beysen ( Liberaal Appel) de best presterende, gevolgd door de meer verwachte Bart Staes ( Groen!), Dirk Sterckx (VLD), Miet Smet (CD&V) en Marianne Thyssen (CD&V). Uit het onderzoek dat Hen-drik Vos van de Universiteit Gent deed naar de activiteit in het parlement, bleek wel dat Beysen zich weinig actief toonde: hij stelde geen enkele mondelinge vraag en slechts acht schriftelijke vragen. Bart Staes was met veertien mondelinge en 424 schriftelijke vragen de actiefste. Elf Belgische europarlementariërs presteerden het om minder dan 80 % van de vergaderingen bij te wonen. De 'flop-vijf' zijn allemaal mensen die niet al te lang in het europarlement zetelden, met SP.A'er Peter Bossu als kampioen met 6,3 %. De twee inmiddels vervangen Vlaams Blok-leden Frank Vanhecke en Karel Dillen zitten ook in de onderste regionen. In de afgelopen zittingsperiode werden er in het Europees parlement 6118 hoofdelijke stemmingen gehouden. In absolute cijfers is ook hier Gérard De-prez (MR) de kampioen, met 5792 stemmingen waaraan hij deelnam (of 94,7 %). Hij wordt procentueel enkel voorafgegaan door Olga Zrihen (PS) die 96,8 % haalde (zie tabel: Deelname aan stemmingen tijdens ambtstermijn). De eerste Vlaming is Saïd el Khadraoui (SP.A), die net als Ward Beysen 93,5 % haalt. Elf europarlementariërs stemden in meer dan 90 % van de stemmingen die ze konden bijwonen. Opvallend is de lagere score van Dirk Sterckx (88,9 %), Miet Smet (87,4 %) en Marianne Thyssen (87,1 %), die wel hoog scoorden op aanwezigheid. Bij de minst stemmenden zijn twee parlementariërs die toch wel langere tijd zetelden: Luckas Vander Taelen (67,9 %) en Frank Vanhecke (67,9 %). Je mag toch minstens verwachten van een europarlementariër dat hij meedoet aan stemmingen. Het is macht die verworven is via een verkiezing, maar niet wordt uitgeoefend. Luxemburgers en Nederlanders behalen de hoogste stemmingspercentages, respectievelijk 86 % en 85 %. De Italianen scoren met slechts 56,6 % bar slecht. België haalt met 81,7 % een verdienstelijke vijfde plaats. NRC Handelsblad berekende hoe groot de stemmacht is van elk land op basis van deze reëel uitgebrachte stemmingen. Als niet iedereen stemt, worden niet alle 626 zetels van het europarlement benut. Als je de niet benutte zetels herverdeelt naar uitgebrachte stemmen, krijgen sommige landen er meer en andere minder dan ze er eigenlijk hebben. Nederland wint zo vier zetels (+13 %), België twee (+9 %). In de vorige zittingsperiode (1994-1999) haalde België nog een machtssurplus van 20 % (vijf zetels) en dat leverde met Duitsland een gedeelde tweede plaats op na Nederland. De ploeg van de laatste vijf jaar was dus minder goed. Aan u om op 13 juni een nieuwe te sturen. Guido Muelenaer