Vorige week beslisten de wereldleiders op de G20-top om nog maar eens 1000 miljard dollar in het economische systeem te pompen. De bedragen worden steeds duizelingwekkender. Dat geld ligt uiteraard niet in een verborgen spaarpotje. Er wordt geld gedrukt en nog net niet met helikopters boven New York, Londen en Tokio uitgegooid.
...

Vorige week beslisten de wereldleiders op de G20-top om nog maar eens 1000 miljard dollar in het economische systeem te pompen. De bedragen worden steeds duizelingwekkender. Dat geld ligt uiteraard niet in een verborgen spaarpotje. Er wordt geld gedrukt en nog net niet met helikopters boven New York, Londen en Tokio uitgegooid. Dat extra geld zal zijn weg vinden naar de economie en moet ervoor zorgen dat we uit de recessie geraken. Zodra de economie begint te draaien, is het echter een bijna onmogelijke kunst om dat extra geld weer uit de economie te halen. Want als dat niet gebeurt, dan krijgen we een stevige inflatie (zie ook blz. 23). Heel wat landen zullen trouwens graag een oogje toeknijpen, want inflatie is het allereenvoudigste middel om schulden weg te werken. De waarde van de schuld wordt immers steeds kleiner als de inkomsten door inflatie stijgen. Met de torenhoge schulden die sommige landen, in de eerste plaats de VS, momenteel aan het opstapelen zijn, is een inflatiescenario zeer realistisch. Wat betekent dat voor België? De Belgische overheid kampt met een hoge én verder stijgende schuld. De rentesneeuwbal begint weer te rollen. Een hoge inflatie is dus goed nieuws voor de Belgische overheid. De schuld gaat dan als sneeuw voor de zon wegsmelten. Dat is een omgekeerde sneeuwbal. Voor het gros van de Belgische bevolking is inflatie minder goed nieuws. De Belgen staan bekend als stevige spaarders. En inflatie is de vijand van spaargeld. Het wordt immers steeds minder waard. Voor een vergrijzende bevolking (die normaal meer spaart dan schulden heeft) is het inflatiescenario geen goed vooruitzicht. Een belangrijk deel van de spaargelden zijn pensioengelden. Daar heeft België met zijn repartitiestelsel wel een voordeel. Onze wettelijke pensioenen worden betaald door de werkenden aan de gepensioneerden op het moment zelf. Inflatie heeft er dus geen invloed op. Het aandeel van kapitalisatiesystemen (zoals pensioensparen en groepsverzekeringen) neemt echter wel toe en dat spaarpotje wordt wél aangetast door inflatie. Ten slotte zijn er de ondernemingen. Sommige bedrijven kunnen inflatie doorrekenen in hun prijzen, maar de doorsnee Belgische onderneming houdt niet van inflatie. De boosdoener heet automatische indexering. Door dat systeem worden de lonen automatisch aangepast aan de inflatie. Gelukkig zijn er hierop al een reeks correcties, waardoor de werking van de inflatie vertraagd wordt of de impact gedeeltelijk geneutraliseerd (via de gezondheidsindex). Een hoge inflatie blijft echter een competitiviteitverlies veroorzaken voor de bedrijven, want in andere landen die geen automatische indexering kennen, gaat de aanpassing van de lonen aan de levensduurte veel trager. De jaren zeventig hebben ons dat geleerd. Inflatie heeft dus zijn voor- en nadelen, maar het nadeel voor de ondernemingen weegt wel zwaar door. Want minder competitieve bedrijven betekent minder banen voor de bevolking en minder inkomsten voor de overheid. De Belgische politici hebben nauwelijks vat op de inflatie. Ze wordt positief beïnvloed door de geldcreatie en negatief door de rente. Dat spel wordt gespeeld door de grote landen, de Fed en de ECB. België kan zich echter wel verdedigen tegen de gevolgen van die inflatie. De regering moet samen met de vakbonden zoeken naar methoden om van de automatische indexering af te geraken. Misschien zijn de kansen dat er iets in die dialoog bereikt wordt, klein. Want de jongste tijd heeft de vakbond zich zelden van een positieve kant getoond. Het onvermogen om toe te geven op systemen van tijdelijke werkloosheid voor bedienden is typerend. De staking in de bouw is een ander voorbeeld. De regering mag niet bang zijn om zelf een initiatief te nemen, als die dialoog mislukt. Ook al lijkt dit met een PS die in de regering tegen alles 'nee' zegt niet erg waarschijnlijk. Zeker niet als het gaat om een voorstel om de automatische indexering af te schaffen of bij te schaven. Hopelijk worden op 7 juni de kaarten zodanig herschud dat de krachtsverhoudingen veranderen. Opiniepeilingen wijzen daar echter niet op. Een nog grotere versnippering lijkt ons lot te worden. Misschien is het niet aangenaam om een intro af te sluiten met het idee dat België weleens een hogere prijs gaat betalen dan andere landen voor de inflatie. Maar de sociale en politieke impasse om maatregelen te nemen, dwingen ons tot die sombere conclusie. (T) De auteur is hoofdredacteur.Guido Muelenaer