Met versteende vakbonden, een logge overheid en aarzelende bedrijven trekt België slecht gewapend naar het digitale front. Maar wat dan nog? Onze ondernemingen opereren al decennia in dit weinig vriendelijke ondernemersklimaat en doen het doorgaans niet slecht. Maar toch, deze keer gaat de verandering bijzonder snel en is ze ingrijpend. De tijden zijn voorbij dat een goed businessplan tien jaar meekon. Markten worden mondiaal en dus is ook de concurrentie dat. Het wordt een binair tijdperk, met enkele winnaars die de hele koek opeisen en vele verliezers die met lege handen dreigen achter te blijven. In zo'n darwinistische omgeving overleeft degene die zich het snelst aanpast, die flexibel en wendbaar is, een open geest heeft en samenwerkingsverbanden smeedt. Zo doet de nieuwe generatie met succes zaken. "Het ontwikkelen van een nieuw businessmodel is veel belangrijker dan de nieuwe technologie zelf", zei Dries Buytaert, een vaandeldrager van de digitale ge...

Met versteende vakbonden, een logge overheid en aarzelende bedrijven trekt België slecht gewapend naar het digitale front. Maar wat dan nog? Onze ondernemingen opereren al decennia in dit weinig vriendelijke ondernemersklimaat en doen het doorgaans niet slecht. Maar toch, deze keer gaat de verandering bijzonder snel en is ze ingrijpend. De tijden zijn voorbij dat een goed businessplan tien jaar meekon. Markten worden mondiaal en dus is ook de concurrentie dat. Het wordt een binair tijdperk, met enkele winnaars die de hele koek opeisen en vele verliezers die met lege handen dreigen achter te blijven. In zo'n darwinistische omgeving overleeft degene die zich het snelst aanpast, die flexibel en wendbaar is, een open geest heeft en samenwerkingsverbanden smeedt. Zo doet de nieuwe generatie met succes zaken. "Het ontwikkelen van een nieuw businessmodel is veel belangrijker dan de nieuwe technologie zelf", zei Dries Buytaert, een vaandeldrager van de digitale generatie, op het Voka-Congres. Die realiteit geldt ook voor de overheid en de vakbonden. Het Belgische businessmodel is er meer eentje van een digitale dinosaurus dan van een frisse start-up. De discussie over de opborrelende deeleconomie legt de pijnpunten bloot. Stel dat de bestaande belastingen en regels integraal van toepassing zijn op deelplatformen als Uber, Airbnb of Take Eat Easy, dan zou er niet veel van overblijven. Omgekeerd, stel dat het nieuwe, gunstige fiscale regime voor mensen die bijklussen in de digitale deeleconomie van toepassing zou zijn op de hele economie. De inkomsten van de overheid zouden in elkaar storten, de sociale zekerheid zou helemaal onbetaalbaar worden en zelfs een minimale dienstverlening van basistaken van de overheid zou niet gegarandeerd zijn. Al is dat laatste ook vandaag niet het geval, ondanks ruim 200 miljard euro aan belastinginkomsten. Kortom, hoe verzoen je vernieuwing, een gelijk speelveld en de financiering van een zware overheid? Op dit moment is die oefening nog relatief gemakkelijk. De deeleconomie is een aanvulling op de klassieke markteconomie. De markt vult zelf het gat in de markt op, wat abnormaal noch onwenselijk is. Van kannibalisme van bestaande sectoren of van deloyale concurrentie is er nog niet zoveel sprake. De overheid kan er zich van afmaken door een extra fiscaal kot te bouwen en extra codes op de belastingaanslag te schrijven. Tot een bedrag van 5000 euro worden bijklussers belast tegen 10 procent. Op die manier geeft de overheid impliciet toe dat de fiscale druk op arbeid te hoog is. Dat deed ze al eerder met de dienstencheques. Op termijn is dat antwoord veel te flauw. De digitale revolutie begint pas en vraagt ook van de overheden en de vakbonden een nieuw businessmodel. Vooral de vakbonden wacht veel denkwerk. Wat als de arbeidsrelaties van de deeleconomie model worden voor de hele economie? Studies voorspellen op termijn de neergang van het klassieke werknemerscontract en de opgang van de freelancer. Voor links is dat een kapitalistische nachtmerrie. Het beschermde statuut van de werknemer dat plaats moet maken voor kwetsbare free-lancers, die elkaar kapot concurreren en uitgebuit worden door dominante platformen, in eigendom van een handvol miljardairs. Dat staat haaks op een vakbond die de belangen van de werknemers verdedigt. Zo'n vaart zal het niet lopen. Sterke vakbonden zijn een must voor een sterke economie, maar ze moeten dringend hun historische fout rechtzetten. Verdedig niet bestaande banen en rechten, maar investeer in de inzetbaarheid van de hele beroepsbevolking door mee na te denken over een innovatieve en sterke economie. Een baan verliezen is geen ramp, op voorwaarde dat je snel een evenwaardige of betere baan kan vinden. Voor een grote middengroep dreigt echter het rampscenario, als algoritmes of slimme robots vooral de routinetaken overnemen. Die groep volwaardig aan de slag houden, wordt een van de grootste uitdagingen waarvoor overheid en sociale partners de volgende decennia staan. Stagnerende inkomens van de middenklasse vormen nu al een rijke voedingsbodem voor populisten links en rechts. De overheid hoeft het warm water niet opnieuw uit te vinden om met een gerust hart het digitale tijdperk in te stappen. Een overheid die op een efficiënte manier voor veiligheid, rechtszekerheid, een sociaal vangnet en een performant onderwijs zorgt, springt al bijzonder ver. Met een kanttekening. Het kan geen kwaad om subsidies voor gevestigde waarden te verschuiven naar het jonge digitale geweld. Nergens ter wereld ontstaat een technologiecluster zonder steun van de overheid. Dit businessmodel bestaat al lang, maar een juiste uitvoering wordt belangrijker dan ooit. DAAN KILLEMAESEen overheid die op een efficiënte manier voor veiligheid, rechtszekerheid, een sociaal vangnet en een performant onderwijs zorgt, springt al bijzonder ver.