Lernout & Hauspie: dat was tien jaar zwoegen om een toppositie in taal- en spraaktechnologie te bereiken en dan hebben we op zere tenen getrapt. We zijn aangeklaagd voor fraude en zijn - ondanks de reëel opgebouwde activa en waardevolle technologie - afgestevend op een faillissement en een financiële catastrofe. Ik geloof niet in de samenzwering: de overname van Dictaphone, een Amerikaans bedrijf met veel omzet en een hoge schuldgraad, is ons niet opgedrongen om ons nadien beter te kunnen onderuithalen. Er is wel een ad- hocopportuniteit gecreëerd, en dan verwijs ik naar de houding van de Amerikaanse handelsrechter, die anderen toeliet om onze technologie zonder schulden in handen te krijgen.
...

Lernout & Hauspie: dat was tien jaar zwoegen om een toppositie in taal- en spraaktechnologie te bereiken en dan hebben we op zere tenen getrapt. We zijn aangeklaagd voor fraude en zijn - ondanks de reëel opgebouwde activa en waardevolle technologie - afgestevend op een faillissement en een financiële catastrofe. Ik geloof niet in de samenzwering: de overname van Dictaphone, een Amerikaans bedrijf met veel omzet en een hoge schuldgraad, is ons niet opgedrongen om ons nadien beter te kunnen onderuithalen. Er is wel een ad- hocopportuniteit gecreëerd, en dan verwijs ik naar de houding van de Amerikaanse handelsrechter, die anderen toeliet om onze technologie zonder schulden in handen te krijgen. Het systeem dat L&H hanteerde, was niet verkeerd: we brachten talent samen, klopten aan bij investeerders, vroegen morele overheidssteun voor onderzoek en ontwikkeling, gingen naar de beurs en namen op basis van de liquiditeit van onze aandelen andere bedrijven over. De vraag kan wel worden gesteld of we in alles de jure en de facto zeer ethisch zijn geweest tegenover onze aandeelhouders. De rechter zal daarover moeten oordelen. Ik verwijt me alleen dat we onvoldoende onze talenten over de grenzen heen hebben gepoold: we zijn erin geslaagd om met de Chinese en Aziatische instanties op één nagel te kloppen, maar niet met de Amerikaanse. We zijn een bedrijf geweest dat op bijna anachronistische wijze de tewerkstelling in eigen streek wou uitbouwen. Daardoor hebben we bepaalde overheidsinstanties in de VS over het hoofd gezien, we hebben nagelaten met ze rond de tafel te zitten. We werden door hen aangezien als concurrenten, niet als partners. Door het openbarsten van de internetbubbel en de problemen met L&H in de zomer van 2000 heeft België het kind met het badwater weggegooid. Dit land is te voorzichtig geworden. Hierdoor blijven opportuniteiten liggen. In de VS is de bubbel al verteerd en is het tij aan het keren: de investeringen in durfkapitaal nemen er toe en internetbedrijven zoals Google, Amazon en eBay scheren hoge toppen. En in China is het, mee dankzij de steun van de overheid, volop aan het gisten op het vlak van informatie- en communicatietechnologie, robotica, biotechnologie en zelfs nanotechnologie. Er is in Azië veel talent aanwezig. Wil de overheid in Vlaanderen ooit opnieuw een dynamiek à la Flanders Technology International op gang brengen, dan zal die aanpak meer dan ooit internationaal moeten zijn. De overheid moet haar geld niet lokaal investeren, maar in samenwerkingsakkoorden tussen Belgische bedrijven en ondernemingen in China en de VS. We moeten onze talenten over de grenzen heen durven te poolen en onze intellectuele eigendom delen. Subsidies en fiscale stimuli moeten in de eerste plaats naar spin-offs van universiteiten gaan die al van bij de aanvang op een internationale leest zijn geschoeid. We mogen niet meer op een eiland zitten. Het gebrek aan durf in deze contreien zal ons over enkele jaren flink opbreken. De industrie versast haar tewerkstelling. We dreigen een Avondland te worden. Ik kom uit een milieu van diepgelovige, katholieke zelfstandigen. Begin twintigste eeuw waren er diverse meubelmakers in onze familie actief en mijn ouders runden een lokale elektriciteitshandel in Geluwe, een West-Vlaams dorpje. We waren met veertien thuis. Ik heb van mijn ouders een grote werkethiek geërfd: of het nu goede tijden zijn of slechte, blijven doorwerken is de boodschap. Zelfs nu, na het debacle met L&H, blijf ik als zelfstandig technologieconsultant de hele wereld rondtoeren. Ik gaf na het behalen van mijn regentaatsdiploma twee jaar les aan de hotelschool in Koksijde, maar het bloed kroop waar het niet gaan kon: ik wou een eigen zaak. Die stap was niet evident. Na lang aarzelen overtuigde Pol Hauspie mij om in 1987 samen met hem L&H op te starten. Wie vroeger op het college zijn diploma niet behaalde, was een drop-out. Wie niet wou werken, werd aangezien als een maatschappelijke outcast. Vandaag is de opvoeding veel vrijer: er is geen verplichte religie, voorhuwelijkse intimiteit mag, drugs nog net niet en er is geen sociale druk meer indien je als kind niet wil studeren. Mijn oudste zoon, Stephen (25), is maître d'hôtel in 't Convent in Reninge. Hij werkt keihard om ooit een eigen horecazaak op te starten. Mijn andere zoon, David (24), werkt niet. Hij is eerder van het kunstzinnige type: leest veel, filosofeert en toert rond met een rockband. Ons Europese sociale bestel laat dit ook toe, terwijl wie in Azië niet werkt, omkomt van de honger. Uiteraard mag zoiets niet tot nihilisme leiden, maar ik geloof dat wie vandaag creatief is met zijn vrije tijd, al met een half been in het Utopia staat waar we met zijn allen op afstevenen. Laat me dat even toelichten. Ik ben ervan overtuigd dat het eindpunt van onze technologische groei - op voorwaarde dat we die technologie op de juiste manier aanwenden - een omgeving zal zijn waarin we allerlei toepassingen zullen kunnen ontwikkelen die in overvloed en voor een spotprijs beschikbaar zullen zijn. Hierdoor zal de noodzaak aan tewerkstelling dalen en dit zal in fine leiden tot een economisch Utopia. Vandaag klinkt niet werken nog steeds als een aberratie. Maar velen zitten nu al zonder job en missen comfort. Dit laatste hoeft niet het geval te blijven, op voorwaarde dat we alle technologische mijlpalen bereiken. De ultieme maatschappelijke vraag zal dan zijn: wat zullen mensen die afhaken doen met al hun vrije tijd? De wet van Moore is nog steeds van toepassing. Vooral in het jongste decennium heb ik kunnen vaststellen dat de levenscycli van nieuwe ICT-producten steeds korter worden. Om de achttien maanden verbeteren prijs en performantie met een factor twee. Het aanschijn van onze maatschappij zal nog grondiger veranderen dan de voorbije dertig jaar."P.D."Wie vandaag creatief is met zijn vrije tijd, staat al met een half been in het Utopia waar we met zijn allen op afstevenen."