België blijft een van de slechtste leerlingen in de Europese klas wanneer het gaat over fossiele brandstoffen. Dat blijkt uit de milieuprestatiebeoordeling van België door de OESO, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. De steun voor het verbruik van fossiele brandstoffen was in 2018 gelijk aan ...

België blijft een van de slechtste leerlingen in de Europese klas wanneer het gaat over fossiele brandstoffen. Dat blijkt uit de milieuprestatiebeoordeling van België door de OESO, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. De steun voor het verbruik van fossiele brandstoffen was in 2018 gelijk aan 40 procent van de belastinginkomsten uit energie. Dat is een van de hoogste percentages van de 37 OESO-landen. Die steun bestaat grotendeels uit belastingvoordelen voor het gebruik van olieproducten. Olie slorpt met 2,65 miljard euro het leeuwendeel op van de steun aan fossiele brandstoffen. Daarnaast gaat 92 miljoen naar gas en 95 miljoen naar de eindgebruikers van elektriciteit. De belangrijkste steunmaatregel is de lagere belasting op stookolie en een gedeeltelijke terugbetaling van de accijnzen op diesel voor commercieel gebruik, met name voor taxichauffeurs en vrachtwagens. Per jaar gaat ook 16 miljoen euro naar het Sociaal Stookoliefonds, dat arme gezinnen helpt om hun verwarmingsfactuur te betalen. De OESO wijst erop dat die belastingvoordelen de belastinggrondslag versmallen en bovendien de koolstofprijzen ondermijnen. Nog erger is dat de steun voor het verbruik van fossiele brandstoffen het afgelopen decennium nog aanzienlijk is toegenomen. In totaal is die ondersteuning volgens de OESO goed voor 0,6 procent van het bruto binnenlands product. Daarmee zijn we, na Griekenland (0,78%), de koploper van de Europese OESO-landen. In absolute cijfers moeten we met 275,6 dollar per hoofd van de bevolking alleen Zwitserland (300,56 dollar) laten voorgaan.