De strategie om via loonmatiging de concurrentiekracht van de Belgische economie te herstellen, is eng en contraproductief. Loonmatiging is koortsbestrijding, terwijl de onderliggende kwalen niet behandeld worden: een te stroeve arbeidsmarkt, een te zware fiscale druk, te hoge overheidsuitgaven, te weinig investeringen in onderzoek en ontwikkeling. België slikt liever pijnstillers dan gezonder te gaan leven.
...

De strategie om via loonmatiging de concurrentiekracht van de Belgische economie te herstellen, is eng en contraproductief. Loonmatiging is koortsbestrijding, terwijl de onderliggende kwalen niet behandeld worden: een te stroeve arbeidsmarkt, een te zware fiscale druk, te hoge overheidsuitgaven, te weinig investeringen in onderzoek en ontwikkeling. België slikt liever pijnstillers dan gezonder te gaan leven. Beggar thy neighbour, heet deze strategie. Bedelen bij de buurman. Een loonmatiging versterkt de concurrentiekracht tegenover de buurlanden, omdat dit hun relatieve kostenpositie tegenover België verzwakt. Waarop deze buurlanden verplicht zijn ook te reageren met een loonmatiging. Maar dat is een straatje zonder eind, zonder perspectief. België probeert de werkloosheid te exporteren naar Duitsland, Frankrijk en Nederland, maar die wordt per kerende teruggestuurd. Vroeger werd via een devaluatie de eigen vuilnis over de draad bij de buurman gekieperd. Maar omdat devalueren - de pijnloze oplossing om wantoestanden op te lossen en de export op peil te houden - niet meer kan, zoekt België zijn heil in loonmatiging, een soort van interne devaluatie die de eigen producten aantrekkelijker maakt. Loonmatiging is iets minder pijnloos dan ouderwets devalueren, maar is blijkbaar te verkiezen boven een echte gezondmaking van de economie. Het is een puur defensieve strategie die alle protagonisten van dit herenakkoord van loonmatiging goed uitkomt - werkgevers, vakbonden en regering. Loonmatiging is het rookgordijn waarachter ze hun verantwoordelijkheid kunnen ontvluchten. Neem nu de meeste werkgevers: ze varen wel bij loonmatiging. De lonen stijgen trager dan de arbeidsproductiviteit, en de winst is voor de bedrijven. Of neem de vakbonden: ze pruttelen uiteraard wat tegen, maar ook niet te veel, want dankzij loonmatiging hebben ze een alibi om een veel fundamentelere hervorming van de arbeidsmarkt weg te wuiven: een bredere loonwaaier, cao's op bedrijfsniveau, beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd, lagere ontslagvergoedingen, financieel bestraffen van vervroegde uittreding uit de arbeidsmarkt, opengooien van grenzen. Dát zijn de maatregelen die extra jobs zullen opleveren. En de regering ziet de strategie van loonmatiging ook best zitten, want dat vermindert de druk om te snoeien in de lasten op arbeid om de concurrentiekracht te herstellen. En dus hoeft ze niet of nauwelijks te wieden in de torenhoge overheidsuitgaven om een lastenverlaging te betalen. Maar áls België tegenover de buurlanden al een fundamenteel loonkostenprobleem heeft, is dat niet te wijten aan de hoogte van de brutolonen, maar aan de hoge fiscale druk op arbeid. Die drijft een hemelsbrede wig tussen de loonkosten voor de werkgever en het nettoloon voor de werknemer. Daar aan de frontlijn van de arbeidsmarkt, waar beslist wordt over een baan extra of een baan minder, is wat voor de werkgever onbetaalbaar is, voor de werknemer de moeite niet om voor te gaan werken. Het herstellen van de concurrentiekracht en de werkgelegenheid moet daarom bij de overheid beginnen. Maar die schuift de inspanning via loonmatiging liever door naar de "hardwerkende Vlaming". Daan Killemaes