Met de banken niets dan last. Alvast voor Neelie Kroes. De Europees Commissaris voor Concurrentie lichtte de retailbanken in Europa door. Retailbanken bieden hun diensten aan particulieren en kmo's aan. Kroes hield uitsluitend negatieve conclusies over: te weinig concurrentie, te hoge tarieven, te veel koppelverkoop en te weinig mobiliteit van bankklanten.
...

Met de banken niets dan last. Alvast voor Neelie Kroes. De Europees Commissaris voor Concurrentie lichtte de retailbanken in Europa door. Retailbanken bieden hun diensten aan particulieren en kmo's aan. Kroes hield uitsluitend negatieve conclusies over: te weinig concurrentie, te hoge tarieven, te veel koppelverkoop en te weinig mobiliteit van bankklanten. Ook België krijgt vegen uit de pan. Vooral de betaalkaarten zijn kop van Jut. De beslissing van de Belgische spelers om samen om te schakelen naar Maestro en de daarbij horende kostenverhoging zet kwaad bloed (zie ook Opinies, blz. 114-116). De banken spannen samen en dat ruikt naar misbruik van hun marktdominantie. De Belgische banken krijgen ook geregeld het verwijt de violen op elkaar af te stemmen over de prijszetting bij spaarboekjes en de rentes artificieel laag te houden. Toch staat de Belg er op vele vlakken beter voor dan zijn Europese buren. Hij betaalt immers relatief weinig voor zijn bankservice. In België bezitten de vijf grootste bankspelers een marktdominantie die nergens in Europa geëvenaard wordt. Samen halen ze een marktaandeel van meer dan 90 %. Ook in het meer verfijnde plaatje waarin enkel de drie grootste spelers aan bod komen, scoort België in de top drie. De Europese Commissie suggereert dat een te hoge marktdominantie leidt tot te hoge prijszettingen voor de klant. Maar bewijzen kan ze dit niet. Integendeel. Wie België als voorbeeld neemt, komt zelfs tot een omgekeerde conclusie. Het World Retail Banking Report (Capgemini, Efma, ING) onderzoekt jaarlijks het tarificatiebeleid van alle retailbanken. In de resultaten van 2005 (het laatste jaar waarin het rapport resultaten per land publiceerde) valt België op door het lage tarificatieniveau (zie ook tabel: Gemiddelde prijzen voor basisbankdiensten). Ook cijfers van de Europese Commissie tonen aan dat het in België vrij goedkoop bankieren is (zie grafiek: Geschatte beheerskosten voor rekeningen en overschrijvingen). "De vaststelling dat spelers die een zekere marktdominantie bezitten toch lage tarieven hanteren, klinkt tegenstrijdig," geeft hoogleraar en specialist financiële instellingen Rudi Vander Vennet (Universiteit Gent) toe. "De oorzaak is historisch. Op het vlak van betaalsystemen, bijvoorbeeld, hebben de private en publieke banken samen met de overheid en de Nationale Bank het gemeenschappelijke platform UCV (Uitwisselingscentrum en Verrekening) uitgebouwd. Een efficiënt systeem dat weliswaar veel geld kostte. Door de samenwerking konden de kosten verdeeld worden, ze moesten dus niet in hoge mate doorgerekend worden aan de klant."Ook de andere relatief goedkope bankdiensten weet Vander Vennet te verklaren: "In België konden de banken vroeger bijna niet concurreren op het rentegegeven. Om het verschil te maken, speelden de banken in op nabijheid van de klant en gratis service." Belgische banken hebben een omgekeerd prijsmodel gehanteerd. Door gratis service aan te bieden, lokten ze de klanten naar hun producten. Het kostenprobleem werd opgelost door interne kruissubsidiëring, waarbij winstgevende afdelingen verlieslatende collega's het hoofd boven water hielden. Vandaag is kruissubsidiëring een verboden woord in bankentaal. Elke afdeling en elk product moet op zich kunnen staan en dus stijgen de prijzen. Die omgekeerde werkmethode zet kwaad bloed bij de consumenten. In andere productomgevingen ziet de klant de prijs van het product over de jaren heen dalen, op zijn bankrekeninguittreksels ziet hij de tarieven enkel stijgen. De Belg zal nog meer tariefverhogingen moeten slikken. De winstmarge van de Belgische banken is immers bedroevend laag en strandt onder het Europese gemiddelde. Particulieren en kmo's zijn geen grote inkomstenbronnen voor de financiële spelers (zie ook tabel: Belgische retailbanken zijn geen grootverdieners). De verhouding kosten versus inkomsten bedraagt in België meer dan 70 % voor de banken. Het Europese gemiddelde bedraagt 62,6 %. Banken hebben jaren van herstructureringen achter de rug en zijn bijna op het einde van hun Latijn wat kostenbesparingen betreft. Willen ze hun prestaties verbeteren, dan zullen ze de inkomsten moeten opkrikken. Daarop wees Febelfin (de koepelorganisatie van Belgische financiële instellingen) ook in haar jongste rapport: "De grote uitdaging voor de banken op de Belgische thuismarkt bestaat er vooral in het inkomstenvermogen structureel op te krikken. Gezien de scherpe concurrentie (waardoor de rentemarge zich op een historisch dieptepunt bevindt), is dat geen gemakkelijke opdracht." Met andere woorden: verdere tariefverhogingen zullen niet uitblijven. An Goovaerts