Belfius, de bank die in 2011 voor 4 miljard euro uit het kapseizende Dexia werd gehaald, heeft de voorbije jaren een groot stuk van zijn erfenis opgekuist. Sinds het aantreden van Johan Van Overtveldt (N-VA) als nieuwe minister van Financiën is ook duidelijk wat er met de staatsbank staat te gebeuren: ze wordt verkocht.
...

Belfius, de bank die in 2011 voor 4 miljard euro uit het kapseizende Dexia werd gehaald, heeft de voorbije jaren een groot stuk van zijn erfenis opgekuist. Sinds het aantreden van Johan Van Overtveldt (N-VA) als nieuwe minister van Financiën is ook duidelijk wat er met de staatsbank staat te gebeuren: ze wordt verkocht. En als het enigszins kan, is Van Overtveldt niet van plan daar lang mee te wachten. Ten eerste dreigt de goedkoopgeldpolitiek van de centrale banken zeepbellen te blazen die kunnen leiden tot een nieuwe financiële en bankencrisis. Ten tweede is de Belgische staatsschuld dit jaar alweer gestegen tot meer dan 105 procent van het bbp. Om aan de Europese roede te ontsnappen wil de Belgische staat daarom overheidsactiva verkopen, zoals Belfius. Er zullen zeker buitenlandse banken geïnteresseerd zijn. Door het vele spaargeld blijft de Belgische bankenmarkt interessant voor buitenlandse spelers. In 2011 liet Banco Santander al zijn interesse voor de toenmalige Dexia Bank België blijken. Santander is de grootste consumentenbank van de eurozone en heeft in België enkel een verwaarloosbare activiteit consumentenkredieten. Naast Santander zouden ook enkele Franse instellingen hun voetafdruk in België willen uitbreiden. Een andere mogelijkheid is dat een grootbank die al in België actief is, veel geld op tafel legt om een interne consolidatie te realiseren. Alleszins gouverneur Luc Coene van de Nationale Bank zou dat geen slechte zaak vinden. De rendabiliteit van de Belgische banken heet ondermaats te zijn en de verdwijning van één grote speler zou kunnen leiden tot betere marges. De synergiemogelijkheden lijken het grootst tussen Belfius en KBC. Belfius staat sterk in het zuiden van het land, terwijl KBC in hoofdzaak nog een Vlaamse bank is. Belfius heeft een marktaandeel van 50 procent in de financiering van de (semi-)openbare sector en van 70 procent bij lokale besturen, terwijl KBC een belangrijke financier van grote bedrijven en kmo's is. Ten slotte mikt KBC vooral op een bemiddeld cliënteel, terwijl Belfius de voorbije jaren zijn privatebankingactiviteit uitbouwde tot de nummer drie van de Belgische markt. De keerzijde van de medaille is dat een eventueel samengaan van Belfius met een andere grootbank onvermijdelijk zal leiden tot grote overlappingen in het kantorennetwerk en het personeelsbestand, met alle sociale gevolgen van dien. PATRICK CLAERHOUT