Een Duitse overheidsobligatie op vijf jaar brengt niets meer op. Dat is het gevolg van de slabakkende economie in de eurozone en van het beleid van de Europese Centrale Bank om goedkoop geld in het bancaire systeem te pompen. Wie meer opbrengst wil, moet meer risico nemen. In hun wanhopige zoektocht naar rendement kwamen beleggers de voorbije jaren uit bij aandelen met een hoog dividendrendement, bij obligaties uit de groeilanden of bij andere hoogrentende obligaties. De onverwachte val van de olieprijs was voor hen een onaangename verrassing. Zo gingen de obligatiekoersen van grote energiebedrijven als Petrobras (Brazilië) en Gazprom (Rusland) onderuit. De lage olieprijs houdt ook lelijk huis op de Amerikaanse highyieldmarkt. 15 à 16 procent van die Amerikaanse hoogrentende obligaties zijn leningen aan schalieolieproducenten. Het lijkt nog maar een kwestie van tijd voor er grote ongelukken gebeuren.
...

Een Duitse overheidsobligatie op vijf jaar brengt niets meer op. Dat is het gevolg van de slabakkende economie in de eurozone en van het beleid van de Europese Centrale Bank om goedkoop geld in het bancaire systeem te pompen. Wie meer opbrengst wil, moet meer risico nemen. In hun wanhopige zoektocht naar rendement kwamen beleggers de voorbije jaren uit bij aandelen met een hoog dividendrendement, bij obligaties uit de groeilanden of bij andere hoogrentende obligaties. De onverwachte val van de olieprijs was voor hen een onaangename verrassing. Zo gingen de obligatiekoersen van grote energiebedrijven als Petrobras (Brazilië) en Gazprom (Rusland) onderuit. De lage olieprijs houdt ook lelijk huis op de Amerikaanse highyieldmarkt. 15 à 16 procent van die Amerikaanse hoogrentende obligaties zijn leningen aan schalieolieproducenten. Het lijkt nog maar een kwestie van tijd voor er grote ongelukken gebeuren. In die context van historisch lage rentevoeten winnen gemengde beleggingsfondsen die een regelmatig inkomen uitkeren aan populariteit. Ze focussen doorgaans op activaklassen die regelmatige en hoge coupons opleveren, zoals hoogrentende obligaties, obligaties uit de groeilanden, dividendaandelen, preferente aandelen, vastgoedgroepen (REIT's) en infrastructuur. Het zijn vaak activaklassen waarin een kleine belegger op eigen houtje zijn weg moeilijk kan vinden. Zo'n miljardenfondsen kunnen de risico's veel beter spreiden over activaklassen en regio's dan een particuliere belegger dat zelf kan. De minimumbelegging voor een individuele obligatie ligt steeds vaker op 100.000 euro -- veel te hoog voor individuele beleggers die hun vermogen over verschillende lijnen willen spreiden. Maar vergis u niet: deze ge-mengde fondsen beloven geen kapitaalbescherming. Ze beloven enkel dat ze regelmatig de ontvangen dividenden en coupons uitkeren. "Twee van de drie best verkochte beleggingsfondsen in Europa waren vorig jaar gemengde fondsen die een regelmatig dividend uitkeren", zegt Knut Huys, de fondsenspecialist van Deutsche Bank. Volgens schattingen van de dataleverancier Morningstar investeerden Europese beleggers vorig jaar het meeste geld in Allianz Income and Growth en JPMorgan Global Income. De beheerders van het Allianz-fonds keren elke maand een dividend uit, die van het JPMorgan-fonds doen dat elk kwartaal. Beide producten zijn geregistreerd in België. Er is ook een verschil in geografische spreiding tussen beide fondsen. Het fonds van Allianz is gericht op Noord-Amerika en Canada, terwijl dat van JPMorgan wereldwijd investeert. De VS wegen wel fors zwaarder in de portefeuille van JPMorgan Global Income (51,5 %) dan Europa (24 %) en de groeilanden (13 %). De Amerikaanse vermogensbeheerder JPMorgan was volgens Huys de eerste die eind 2008 zo'n fonds lanceerde in Europa. JPMorgan Global Income keerde sindsdien elk kwartaal een dividend van 1,14 tot 2,05 euro uit, goed voor een brutodividendrendement van 4,4 procent op jaarbasis. Belgische beleggers betalen 25 procent roerende voorheffing op het dividend, naast een belasting op een deel van de meerwaarde bij de verkoop. Aan beleggers die maandelijks of driemaandelijks een rente willen ontvangen, raadt Huys een combinatie van de fondsen JPMorgan Global Income, Invesco Pan European High Income Fund en Fidelity Multi-Asset Income aan. "Het kan nooit kwaad geld te spreiden over verschillende fondsen", vindt Huys. "Zo ben je minder afhankelijk van de beslissingen van één beheerder." Invesco vist vooral in Europa. De beheerders moeten minstens de helft van het geld in Europese obligaties investeren. Minstens 70 procent van de portefeuille moet worden geïnvesteerd in Europa. Huys: "Deze fondsen zijn een trend die is overgewaaid uit de Angelsaksische wereld. De beheerders van JPMorgan Global Income konden bij hun start in Europa hun trackrecord in de VS voorleggen. Ook Schröders was er snel bij met zijn Schroder ISF Global Multi-Asset Income. Vandaag zie je dat ook heel wat huizen uit continentaal Europa starten met een fonds dat inkomsten voor de beleggers moet genereren." De massale instroom van beleggersgeld in JPMorgan Global Income en soortgelijke fondsen de voorbije jaren inspireert heel wat anderen om met een nieuw gemengd inkomstenfonds te komen, of bestaande fondsen in een nieuw jasje te steken. Zo bracht de Belgische vermogensbeheerder Petercam een fonds op de markt dat elk jaar 3 procent van de inventariswaarde van het fonds bij de start van het jaar uitkeert. De beheerders van Petercam L Global Target Income kunnen niet verwijzen naar een trackrecord. Het fonds investeert via andere fondsen van Petercam in hoogrentende obligaties, overheidsobligaties, vastgoed- en andere aandelen uit de VS en Europa. ILSE DE WITTE"Twee van de drie best verkochte beleggingsfondsen in Europa waren vorig jaar gemengde fondsen die een regelmatig dividend uitkeren"