De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.
...

De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.Het belastingvrije minimum is voor het aanslagjaar 2005 (inkomsten van 2004) na index-aanpassing gelijk aan 5660 euro. Nieuw is dat dit bedrag voor de eerste keer even hoog is voor belastingplichtigen die alleen worden belast, als voor belastingplichtigen die aan een gemeenschappelijke aanslag worden onderworpen. Dat laatste is in principe het geval voor gehuwden en vanaf het aanslagjaar 2005 eveneens voor partners die voor de ambtenaar van de burgerlijke stand een verklaring van wettelijk samenwonen hebben afgelegd. Dat men aan een gemeenschappelijke aanslag is onderworpen, heeft overigens vanaf het aanslagjaar 2005 niet zoveel belang meer. Vanaf dat aanslagjaar worden immers alle inkomsten uitgesplitst. Elk van beide echtgenoten (of wettelijk samenwonenden) is nog slechts belastbaar op zijn eigen inkomsten of op zijn deel in de gezamenlijke (bijvoorbeeld onroerende) inkomsten. De progressieve tarieven van de personenbelasting worden bij elk van beide echtgenoten (of wettelijk samenwonende partners) afzonderlijk toegepast op het inkomen waarop hij belastbaar is. Huwelijksquotiënt. Anders gezegd, de decumulatie die tot vandaag beperkt is tot de beroepsinkomsten, wordt met ingang van het aanslagjaar 2005 uitgebreid naar alle inkomsten. Met dien verstande dat gehuwden nog wel het voordeel van het huwelijksquotiënt blijven genieten. Het huwelijksquotiënt houdt in dat de echtgenoot die geen of slechts weinig beroepsinkomsten heeft, een deel van de beroepsinkomsten van de andere echtgenoot fictief krijgt toebedeeld. Hij wordt daar vervolgens op belast alsof het zijn eigen beroepsinkomsten zijn. Het voordeel bestaat erin dat de progressiviteit van de belasting aanzienlijk wordt afgetopt. Dat voordeel is met ingang van het aanslagjaar 2005 overigens niet langer het monopolie van gehuwden. Het fiscaal erg aantrekkelijke huwelijksquotiënt staat vanaf dan ook open voor wettelijk samenwonenden. De reden is dat wettelijk samenwonenden met ingang van het aanslagjaar 2005 voor de toepassing van de inkomstenbelastingen volledig met gehuwden worden gelijkgesteld. Het maximaal toerekenbare huwelijksquotiënt is na indexaanpassing voor het aanslagjaar 2005 gelijk aan 8160 euro. Voor het aanslagjaar 2004 was dat 8030 euro. Verhoging. Het belastingvrije minimum wordt nog met allerlei bedragen verhoogd om rekening te houden met gezinslasten. De verhogingen voor kinderen ten laste bedragen voor het aanslagjaar 2005, na indexaanpassing, 1200 euro voor één kind ten laste, 3090 euro voor twee kinderen ten laste, 6940 euro voor drie kinderen ten laste en 11.220 euro voor vier kinderen ten laste. Per kind ten laste boven het vierde komt er 4280 euro bij. Pro memorie: om als persoon ten laste in aanmerking te komen, mag u slechts beperkte bestaansmiddelen hebben. In de regel ligt de grens voor het aanslagjaar 2005, na indexaanpassing, op een nettobedrag van 2490 euro. Een kind dat ten laste is van iemand die alleen wordt belast, mag hogere bestaansmiddelen hebben. De grens ligt dan op netto 3590 of 4560 euro, al naargelang het kind niet of wel gehandicapt is. Die grenzen kwamen vorige week al uitvoerig aan bod. Tarief. Voor het aanslagjaar 2005 (inkomsten van 2004) zien de schalen van het progressief tarief van de personenbelasting er, na indexaanpassing, als volgt uit. Op de eerste schijf van 6950 euro bedraagt het tarief 25 %. Op de daaropvolgende schijf tot 9890 euro is dat 30 %. Op de schijf tussen 9890 euro en 16.480 euro is het basistarief van de personenbelasting gelijk aan 40 %. Op de volgende schijf tot 30.210 euro is dat 45 %. En voor de schijf boven 30.210 euro is het basistarief gelijk aan 50 %. Van een aanvullende crisisbijdrage is geen sprake meer. Die werd in de personenbelasting al met ingang van het aanslagjaar 2004 volledig geschrapt. Om het uiteindelijke tarief van de personenbelasting te kennen, moet u het basistarief dus nog alleen verhogen met de gemeentelijke opcentiemen. Voor iemand die bijvoorbeeld in Antwerpen woont, bedragen deze opcentiemen 8 %. Het hoogste tarief is daardoor gelijk aan (50 x 1,08 =) 54 %. Enkele jaren geleden was dat ruim 7 % meer. Ander. Een greep uit enkele andere interessante bedragen, zoals die na indexaanpassing voor het aanslagjaar 2005 (inkomsten van 2004) van toepassing zijn: De vrijgestelde schijf van interesten op een gewoon spaarboekje bedraagt nu 1520 euro (tegenover 1500 euro voor het aanslagjaar 2004). Het minimumbedrag van een aftrekbare gift blijft behouden op 30 euro. Dat deze grens niet stijgt, is toe te schrijven aan het spel van de afrondingen dat bij het indexeren van de bedragen moet worden toegepast. Het maximumbedrag van de forfaitaire beroepskosten bedraagt voortaan na indexaanpassing 3050 euro. Voor het aanslagjaar 2004 was dat nog 50 euro minder. Het aftrekbaar bedrag van de autokosten van het woon-werkverkeer blijft zonder meer vast gebeiteld op 0,15 euro. Het bedrag is zo klein, dat het door het spel van de afrondingen in geen honderd jaar voor indexaanpassing in aanmerking komt. Pensioensparen ten slotte kan dit jaar (aanslagjaar 2005) voor een bedrag van 610 euro. Dit is 10 euro meer dan vorig jaar. Jan Van DyckHet minimale bedrag van aftrekbare giften blijft ongewijzigd.