De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.
...

De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.Nog net voor de ontbinding van het parlement heeft de uittredende regering een programmawet doen goedkeuren waarin - typisch voor dat soort wetgeving - zeer uiteenlopende maatregelen de revue passeren. Je vindt er bijvoorbeeld iets over de manier waarop het vakantiegeld van arbeiders die uit dienst treden in sommige gevallen moet worden belast. Of iets over de aftrek als beroepskosten van investeringen in kinderopvang, de aftrek voor investeringen in veiligheid, de belastingvermindering voor renovatiewerken aan woningen in zones voor positief grootstedelijk beleid, het uitstel van de aanpassing van de kadas-trale inkomens van gerenoveerde woningen die in een dergelijke zone liggen enzovoort. Dat uitstel van de aanpassing van het kadastrale inkomen hebben we al eerder vergeleken met het blij maken van iemand met een dooie mus. In dezelfde programmawet komen nog twee andere maatregelen voor die in hetzelfde bedje ziek zijn. Fondsen. Zo heeft de wetgever van de gelegenheid gebruikgemaakt om in een belastingvermindering te voorzien voor natuurlijke personen die inschrijven op obligaties van het Startersfonds en het Kringloopfonds. Het Startersfonds is een nieuw op te richten financieringsfiliaal van het al lang bestaande Participatiefonds. Het zal worden ingezet om leningen te verstrekken aan zogenaamde starters. Dat zijn personen die hun eigen onderneming (eenmanszaak of vennootschap) wensen op te richten of die sedert maximaal vier jaar met hun eigen onderneming bezig zijn. Het Kringloopfonds is iets helemaal anders. Het betreft een door de Federale Investeringsmaatschappij op te richten gespecialiseerde vennootschap die financiële steun zal verlenen aan activiteiten uit de sociale en duurzame economie. Voor de financiering van hun activiteiten zullen de beide fondsen onder meer ook obligatieleningen kunnen uitgeven, waarop door het grote publiek kan worden ingetekend. Vermindering. Precies om Jan Modaal aan te zetten om in te tekenen op deze obligaties heeft de wetgever in een bijzondere belastingvermindering voorzien. Die bedraagt 5 % van het bedrag dat je werkelijk betaalt. Met dien verstande dat de belastingvermindering per jaar op 210 euro is geplafonneerd. Na de indexaanpassing is deze grens voor het aanslagjaar 2004 gelijk aan 250 euro. Om het fiscale voordeel volledig te kunnen genieten, moet je dus jaarlijks inschrijven op obligaties ten belope van 5000 euro. Dat lijkt bijzonder attractief. Het betekent immers dat deze obligaties - los van elke interestvergoeding - voor het eerste jaar een fiscaal nettorendement hebben van 5 %. Bovendien is de grens niet noodzakelijk beperkt tot 250 euro per jaar. De grens geldt immers niet voor de beide fondsen samen. Zij geldt per fonds. Wie voor 5000 euro intekent op obligaties van het Startersfonds en hetzelfde nog eens doet voor obligaties van het Kringloopfonds kan dus maximaal een belastingvoordeel genieten, niet van 250 euro, maar wel van 500 euro. De vermindering geldt bovendien per echtgenoot (althans voor zover elke echtgenoot afzonderlijk op de obligaties inschrijft). Per echtpaar kan het voordeel daardoor oplopen tot 1000 euro per jaar. Schuldpositie. Dat klinkt veelbelovend. Maar in werkelijkheid zal het reppen worden. Zowel het Startersfonds als het Kringloopfonds kregen immers beperkingen opgelegd. De permanente omvang van hun schuldpositie zal nooit hoger mogen zijn dan 75.000.000 euro. Voor de beide fondsen samen gaat het dus om een bedrag van 150.000.000 euro. Dat is een smak geld. Maar tegelijk blijkt daaruit dat slechts weinig belastingplichtigen ten volle het fiscale voordeel zullen kunnen genieten. Om van het maximale belastingvoordeel gebruik te kunnen maken, moet je per fonds 5000 euro in obligaties beleggen, in totaal dus 10.000 euro. Als de beide fondsen besluiten om hun toegelaten schuldpositie (van 150.000.000 euro) volledig uit obligaties te laten bestaan, kunnen welgeteld 15.000 belastingplichtigen het volledige voordeel genieten. Haasten. In de praktijk zullen allicht meer belastingplichtigen in aanmerking komen, niet voor het volledige voordeel, maar wel voor een deel ervan. Niet iedereen zal immers bereid zijn onmiddellijk in de twee fondsen telkens 5000 euro te beleggen. Hoe kleiner de inschrijvingen, hoe meer belastingplichtigen een graantje zullen kunnen meepikken. Maar van een gelijkmatige verdeling van het belastingvoordeel over alle gegadigden zal geen sprake zijn. Tijdens de parlementaire voorbereiding van de programmawet heeft de minister van Financiën laten verstaan dat de toebedeling van de obligaties zal verlopen op basis van de volgorde van de intekeningen. Wie er het eerst bij is, zal dus eerst worden bediend. Wie bij de schaarse gelukkigen wil zijn, zal zich dus moeten haasten. De rest zal alleen maar kunnen toekijken en eens te meer het gevoel hebben blij gemaakt te zijn met een dooie mus. Jan Van DyckHet voordeel kan per belastingplichtige maximaal 500 euro bedragen.