Belastingverlaging van start

De tweede fase van de hervorming van de personenbelasting zal vooral de hogere inkomens ten goede komen.

Dat de regering vorig jaar de personenbelasting heeft hervormd, weet u ongetwijfeld wel. Maar of u daar ook al veel van heeft gemerkt in uw portemonnee is een andere zaak: voor het aanslagjaar 2002 (inkomsten 2001) waren de voordelen uit de belastinghervorming slechts minimaal.

Daarin komt nu verandering. De tariefverlaging – hét paradepaardje van de hervorming – geldt immers vanaf de inkomsten die dit jaar (aanslagjaar 2003) worden verworven.

Met ingang van het aanslagjaar 2003 verdwijnt het hoogste tarief van 55% (dat tot nog toe van toepassing was op het gedeelte van het inkomen dat hoger is dan het nog te indexeren bedrag van 54.540 euro of ongeveer 2,2 miljoen frank. Het hoogste tarief wordt nu 52%. Het zal van toepassing zijn op het inkomen boven (een nog te indexeren) bedrag van 37.185 euro (ongeveer 1,5 miljoen frank, de grens waarboven het tarief op de eerstvolgende schijf tot nog toe 52,5% bedroeg).

Deze tariefverlaging gaat gepaard met een verdere afbouw van de aanvullende crisisbijdrage in de personenbelasting. Strikt genomen, maakt die afbouw weliswaar geen deel uit van de eigenlijke hervorming van de personenbelasting. Maar zij ligt in dezelfde lijn. Voor het aanslagjaar 2003 (inkomsten 2002) zullen de meeste belastingplichtigen geen aanvullende crisisbijdrage meer verschuldigd zijn. Alleen belastingplichtigen met hogere inkomens (van meer dan ongeveer 30.000 euro of 1,2 miljoen frank) zullen de aanvullende crisisbijdrage nog (één jaartje) moeten betalen. Maar het tarief is nog slechts 1%.

Nog met ingang van het aanslagjaar 2003 (inkomsten 2002) wordt ook gesleuteld aan het kostenforfait zoals dat van toepassing is ten aanzien van loon- en weddetrekkenden, en beoefenaars van vrije beroepen. Aan het maximum aftrekbaar bedrag verandert er niets, en evenmin aan de verschillende schijven waarop de forfaitaire kostenpercentages worden toegepast. Alleen het percentage op de laagste schijf gaat omhoog: van 20% naar 23%. Waardoor de genieters van lagere inkomsten iets meer bevoordeeld worden.

Nieuw voor het aanslagjaar 2003 is ook de invoering van twee verschillende belastingkredieten. Ten eerste een belastingkrediet voor kinderen ten laste, en ten tweede een belastingkrediet voor lage activiteitsinkomens.

Het eerste belastingkrediet heeft te maken met de verhoging van het belastingvrij minimum bij belastingplichtigen die kinderen ten laste hebben. Normaal gezien moet die verhoging leiden tot een belastingbesparing. Maar als het belastbaar inkomen lager is dan het (verhoogde) belastingvrij minimum, blijft die verhoging in overeenkomstige mate zonder effect. Vandaar dat het belastingvoordeel dat op die wijze verloren gaat, met ingang van het aanslagjaar 2003 wordt omgezet in een belastingkrediet dat effectief aan de belastingplichtige zal worden terugbetaald. Het belastingkrediet zal evenwel per kind nooit hoger kunnen zijn dan een (nog te indexeren) bedrag van 250 euro (ongeveer 10.000 frank).

Daarnaast wordt ook voorzien in een belastingkrediet voor lage activiteitsinkomens. De berekening daarvan is een heel ingewikkelde aangelegenheid. Het belastingkrediet is bovendien aan verschillende voorwaarden en beperkingen onderworpen. Voor het aanslagjaar 2003 is het sop de kool overigens nauwelijks waard. Het belastingkrediet voor lage activiteitsinkomens kan voor dat aanslagjaar in het beste geval gelijk zijn aan een (nog te indexeren) bedrag van 78 euro (ongeveer 3000 frank). Waarbij de eerlijkheid wel gebiedt te vermelden dat het vanaf het daaropvolgende aanslagjaar (2004) bijna verdrievoudigd wordt en voor het volgende aanslagjaar (2005) nog eens verdubbeld zal worden. Op voorwaarde dat alles blijft, zoals het nu is gepland. Het belastingkrediet voor lage activiteitsinkomens zal verrekenbaar zijn met de personenbelasting, en het eventuele saldo zal – zoals het voormelde belastingkrediet voor kinderen ten laste – effectief worden uitbetaald.

Wat heeft de hervorming nog voor het aanslagjaar 2003 in petto? De kosten van collectief door de werkgever georganiseerd vervoer van en naar het werk zijn al met ingang van het aanslagjaar 2002 (onder bepaalde voorwaarden) volledig als beroepskosten aftrekbaar, ook als dat vervoer met minibussen gebeurt.

Met ingang van het aanslagjaar 2003 wordt die aftrekbaarheid verhoogd naar 120%.

En dan zijn er nog enkele peanuts. Kleine maatregelen die voor de meeste belastingplichtigen onbelangrijk, maar voor de betrokkenen toch niet te versmaden zijn. Zo is er onder meer het probleem van de (bestaande) verhoging van het belastingvrij minimum voor een ongehuwde ouder die één of meer kinderen ten laste heeft.

In de rechtspraak zijn heroïsche gevechten geleverd rond de vraag wie in dit verband als een ongehuwde ouder kan worden aangemerkt. Meer bepaald rees de vraag of een uit de echt gescheiden ouder die niet hertrouwd is, ook als ongehuwde ouder aan te merken is. De administratie vond van wel, op voorwaarde althans dat de betrokkene een kind ten laste heeft dat na de echtscheiding verwekt is. Maar het Hof van Cassatie was veel strenger en oordeelde dat een uit de echt gescheiden ouder nooit als een ongehuwde ouder kan worden aangemerkt. De wetgever heeft de knoop nu doorgehakt in het voordeel van de belastingplichtigen.

De verhoging van het belastingvrij minimum zal met ingang van het aanslagjaar 2003 gelden voor elke belastingplichtige die alleen wordt belast en die één of meer kinderen ten laste heeft. Een niet-hertrouwde uit de echt gescheiden ouder heeft derhalve voortaan ook onbetwistbaar recht op het belastingvoordeel.

Jan Van Dyck

De auteur is advocaat van Dauginet & co. en hoofdredacteur van Fiscoloog.

Het hoogste belastingtarief bedraagt nog slechts 52%.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content