Geen 5% van de Vlamingen juicht voor een ronkende toespraak van minister-president Van den Brande; wel 95% zal juichen voor een Vlaamse regering die de belastingen efficiënter, doorzichtiger en eerlijker zal heffen. Dat is de belofte die geformuleerd werd op een belangrijk symposium van Vlaams minister van Financiën Wivina Demeester. Haar regering wil greep krijgen op de belastingheffing. Masochisme? Neen, is het wederwoord. Het zelf innen van belastingen leidt tot grotere zorgvuldigheid van het bestuur en tot een betere democratie. Dit uitgangspunt is prima. Men hoeft echter geen sterke verbeelding te hebben om te weten tot wat deze gematigde politieke optie leidt. De Vlamingen hebben zich nooit uitermate opgewonden over de staatshervormingen. Voor een staatshervorming die hen echter een efficiëntere administratie en lagere belastingen belooft - toch wel een gevolg van een doelmatiger heffing en een grotere terughoudendheid - willen ze tekenen. Als daarop tijdens de onder...

Geen 5% van de Vlamingen juicht voor een ronkende toespraak van minister-president Van den Brande; wel 95% zal juichen voor een Vlaamse regering die de belastingen efficiënter, doorzichtiger en eerlijker zal heffen. Dat is de belofte die geformuleerd werd op een belangrijk symposium van Vlaams minister van Financiën Wivina Demeester. Haar regering wil greep krijgen op de belastingheffing. Masochisme? Neen, is het wederwoord. Het zelf innen van belastingen leidt tot grotere zorgvuldigheid van het bestuur en tot een betere democratie. Dit uitgangspunt is prima. Men hoeft echter geen sterke verbeelding te hebben om te weten tot wat deze gematigde politieke optie leidt. De Vlamingen hebben zich nooit uitermate opgewonden over de staatshervormingen. Voor een staatshervorming die hen echter een efficiëntere administratie en lagere belastingen belooft - toch wel een gevolg van een doelmatiger heffing en een grotere terughoudendheid - willen ze tekenen. Als daarop tijdens de onderhandelingen België barst, zal hen dit weinig berouwen. Het samenvloeien van de stijgende invloed van de radicale Vlaamse staatshervormers uit de niet-partijpolitieke middens plus een belastingrevolte in het noorden is de doodsteek van het federale België. Dat is niet wat minister Demeester en de professorale en politieke inleiders en discussanten op het symposium op het oog hadden. Zij zoeken een dialoog over de herverdeling van de belastingen tussen de uitersten van de autonomie en de centralisering. Wat is de perceptie in Franstalig België? Zoals het woord geuzen zijn leven begon als een scheldwoord en doorgroeide tot een ereteken, zo dreigt in het inter-Belgische verkeer het woord fascist dezelfde ontwikkeling te zullen kennen. De hang naar zelfstandigheid en beleidsconcurrentie groeit in Vlaanderen. De meerderheid van de Vlamingen wil geen mes zetten op de keel van Franstalig België. Een redelijke afweging tussen zelfstandig en centraal beleid, met dito geldstromen, is wat wordt nagestreefd. Deze werkelijkheid wordt vervalst in Bruxelles en Wallonië. De teeveeverslaggevers van RTBf die rapporteerden over Demeesters studieronde toonden breeduit Herman Suykerbuyk en Patrick Vankrunkelsven, respectievelijk besmet in Franstalig België om het decreet Suykerbuyk dat oorlogscollaborateurs zou gaan bevoordelen en als voorzitter van de VU, de partij die zich verzet tegen het onderhavig wetsvoorstel om de subsidies aan racistische partijen te schrappen. De RTBf-toon wordt typisch. Eric Van Rompuy, geen stokebrand meer, zei op het symposium, dat stilaan alle Vlamingen door de Franstalige opiniemakers het etiket fascist of collaborateur (van '40-'45) opgespeld krijgen. Een neveneffect van Demeesters congres is dat de reacties van Franstalige politici als Xavier de Donnéa, Charles Picqué en Louis Michel op de teksten van onder meer VUB-hoogleraar Jef Vuchelen en UCL-prof Henry Tulkens (inderdaad een Franstalige econoom, zoals er andere Franstalige deelnemers waren) tonen hoe een meerderheid van Bruxellois en Walen Vlaanderen beschouwen als een huisbankier die ze opdrachten kunnen geven naar believen. De verwijten over het Vlaamse egoïsme, de ontrouw aan België, de rechtse koers, de meegaandheid ten aanzien van het Vlaams Blok zullen deels oprecht gemeend zijn, maar verbergen krakkemikkig dat het veel Franstaligen ook te doen is om een weigering van elke dialoog over normale en in vele federale staten aanvaarde beginselen betreffende de eigen belastingen en de eigen bestedingen. Charles Picqué, minister-president van de Brusselse regering, zette daarbij een stap naar een escalatie in de fiscale twist tussen de Belgische deelstaten. De Brusselse excellentie zei in een reactie op het symposium dat Brussel, bij een door Vlaanderen gevraagde onderhandeling over meer fiscale autonomie, zou eisen om het beginsel werkstaat is belastingstaat toe te passen. Charles Picqué verheft daarmee een independentistisch ( separatistisch) beginsel tot zijn onderhandelingspositie. Internationaal wordt aanvaard dat iemand die als buitenlander werkt in een land daar ook kan belast worden. Belastingverdragen tussen de werkstaat en de woonstaat van de man of vrouw in kwestie beletten dat er dubbele belastingen worden geheven op zijn/haar inkomsten. Volgt men Charles Picqué dan wordt een Vlaming of een Waal die werkt in Brussel voor hem een belastingplichtige zoals een Vlaming of een Waal die werkt in Frankrijk of in Nederland belastingplichtig is daar. Zijn daarop belastingverdragen tussen de Belgische deelstaten een volgende stap? En wat met het principe No taxation without representation? Bekvechtend evolueert België naar een steen des aanstoots voor de twee grootste deelstaten. De niet-partijpolitieke radicalen van de twee regio's beschouwen "België" als een codewoord voor de belangen van een kleine, zelfvoldane kaste van hoge burgers en federale politici. Deze radicalen overwegen gezamenlijke politieke acties in 1999. De wisselwerking tussen hun dynamiek en het neen aan een rationele dialoog over bijvoorbeeld fiscale autonomie leidt tot het versnelde afsterven van België. FRANS CROLS