Ouders hebben in België het wettelijke genot van de inkomsten van hun minderjarige kinderen. Dat betekent dat de inkomsten van de kinderen bij die van de ouders worden gevoegd. Daar zijn twee uitzonderingen op: onderhoudsuitkeringen en beroepsinkomsten.
...

Ouders hebben in België het wettelijke genot van de inkomsten van hun minderjarige kinderen. Dat betekent dat de inkomsten van de kinderen bij die van de ouders worden gevoegd. Daar zijn twee uitzonderingen op: onderhoudsuitkeringen en beroepsinkomsten. "Ouders die voor hun zoon of dochter onderhoudsuitkeringen ontvangen van hun voormalige partner, moeten die niet op de eigen belastingbrief vermelden", waarschuwt Lieven Van Belleghem, fiscaal docent en auteur bij Van Belleghem-Kluwer Opleidingen. "Alimentatie is een inkomen voor het kind, niet voor de ouder." Het onderhoudsgeld moet dus op de brief van de kinderen komen. Zolang de optelsom van de uitkeringen niet boven de drempel van 9462,5 euro uitkomt, moet enkel een aangifte gebeuren voor kinderen die op 1 januari 2018 ouder dan zestien waren. De regel is dat slechts 80 procent van de onderhoudsuitkeringen die een kind heeft ontvangen, geldt als belastbaar inkomen. Als 80 procent van het onderhoudsgeld boven de belastingvrije som van 7570 euro uitstijgt, of - anders gezegd - als meer dan 9462,5 euro aan onderhoudsgeld is betaald, moet altijd aangifte worden gedaan, ongeacht hoe oud het kind is. "Weet dat je het brutobedrag moet aangeven", voegt Van Belleghem eraan toe. Van Belleghem wijst op het gevaar van alimentatie in combinatie met inkomsten uit studentenjobs. "Als de 80 procent van de onderhoudsuitkeringen samengeteld met het netto belastbare inkomen uit studentenarbeid hoger uitkomt dan de belastingvrije som van 7570 euro, geldt de aangifteplicht altijd, ook voor wie jonger dan zestien is." Het netto belastbare inkomen verkrijg je door het belastbare bedrag op de loonfiche te verminderen met de werkelijke of de forfaitaire beroepskosten. Het forfait is 30 procent, tenzij de jobstudent meer dan 8620 euro verdient. Op het deel van het loon boven 8620 euro is een lager forfait van toepassing. Rest de vraag wanneer jobstudenten een aangifte moeten invullen. Op de overheidswebsite Student@work staat: "Ja, een belastingaangifte is verplicht, ook voor jobstudenten. Ook al blijven je inkomsten ruim onder het bedrag waarbij je wordt belast, je moet toch je belastingaangifte indienen." Van Belleghem spreekt dat tegen: "Vanaf het aanslagjaar 2018 zijn belastingplichtigen die enkel bezoldigingen aan hebben te geven, vrijgesteld van de aangifteplicht." Een jobstudent, die behalve zijn loon uit studentenarbeid niets moet aangeven, hoeft vanaf dit jaar dus geen belastingbrief meer in te vullen. Alleen jobstudenten met een belastbaar inkomen boven 7570 euro zullen een voorstel van vereenvoudigde aangifte ontvangen en kunnen dat tot 29 juni corrigeren, als dat nodig is. Voor kinderen die onderhoudsgeld krijgen, ligt de zaak enigszins anders, zoals hierboven vermeld. Als de kinderen niet meer ten laste zijn, verliezen de ouders de bijkomende belastingvrije som voor kinderen ( zie tabel). Een kind dat bij een getrouwd of wettelijk samenwonend koppel woont, mag niet meer bestaansmiddelen hebben dan 4000 euro bruto of 3200 euro netto om ten laste te blijven. Voor een kind van een zogenoemde fiscaal alleenstaande gaat het om 5775 euro bruto of 4620 euro netto. De onderhoudsuitkeringen zijn tot 3200 euro vrijgesteld als bestaansmiddel, wat erop neerkomt dat de kinderen ten laste blijven als voor hen niet meer dan 7200 euro (bij een koppel) of 8975 euro (bij alleenstaanden) aan onderhoudsgeld is betaald in 2017 en ze geen andere inkomsten hebben. De eerste 2660 euro aan inkomsten van een jobstudent tellen ook niet mee als bestaansmiddelen. In totaal mag een kind van een koppel niet meer dan 6660 euro bruto verdienen en een kind van een alleenstaande niet meer dan 8435 euro bruto, als het geen andere inkomsten heeft, om ten laste te blijven. Om in aanmerking te komen voor die vrijstelling van bestaansmiddelen moeten de werkgever en de werknemer een speciale studentenovereenkomst getekend hebben. Een model staat op de overheidswebsite student@work. De student mag maximaal 475 uur per jaar werken tegen verminderde sociale bijdragen. Hij mag niet meer dan 240 uur per kwartaal werken, behalve in de zomer, om het recht op kinderbijslag niet te verliezen. Vanaf het aanslagjaar 2018 genieten leerjongens en -meisjes en student-zelfstandigen voor het eerst de 'vrijstelling van bestaansmiddelen', zoals dat voor jobstudenten al jaren het geval is. Die student-zelfstandige is minstens 18 jaar en hoogstens 25 jaar, ingeschreven in een onderwijsinstelling om regelmatig les te volgen met het oog op een diploma, en hij oefent een activiteit uit waarvoor hij onder het sociaal statuut der zelfstandigen valt. Bezoldigde stages die deel uitmaken van het studieprogramma, of inkomsten uit een gewone arbeidsovereenkomst, stelt de fiscus nog altijd niet gelijk aan studentenarbeid. Een ouder die onderhoudsuitkeringen voor zijn kinderen betaalt, kan die zelf in mindering brengen van zijn belastbare inkomen. In dat geval kan nooit sprake zijn van zogenoemd fiscaal co-ouderschap. "Dat is niet erg", stelt Van Belleghem. "De onderhoudsplichtige ouder geniet de belastingvermindering, terwijl de andere ouder de kinderen volledig ten laste kan nemen en recht heeft op de verhoogde belastingvrije sommen. Het is dan wel noodzakelijk dat de kinderen bij die laatste gedomicilieerd zijn." "Diegene die de onderhoudsuitkeringen betaalt, geeft het volledig betaalde bedrag aan in het vak VIII op zijn belastingbrief", legt Van Belleghem uit. "In de praktijk levert iedere betaalde 100 euro een belastingvermindering van ongeveer 40 euro op." Als geen onderhoudsuitkeringen worden betaald en de ouders kozen voor fiscaal co-ouderschap, moeten ze dat aangeven in het vak II B op hun belastingaangifte. In dat geval zijn de kinderen ten laste van zowel de moeder als de vader, ongeacht waar ze gedomicilieerd zijn. Beide ouders hebben dan recht op de helft van de toeslag op de belastingvrije som, waardoor ze allebei minder belasting betalen.