De aanhouder wint, moeten ze bij CD&V denken. Aangevuurd door het ACW (nu beweging.net) probeert de partij een extra vermogensbelasting als 'linkse trofee' uit het geboorteproces van centrumrechts te persen. Vooral de invoering van een meerwaardebelasting op aandelen wordt gezien als "de ontbrekende schakel in onze belastingen", zoals het Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving (HIVA) stelt in een onderzoek, gefinancierd door het ACV met de steun van het mecenaatkrediet van de Nationale Bank. De christelijke werknemersorganisatie heeft weinig gêne. Als het zijn eigen speculatielogica volgt, zou het ACW veeleer pleiten voor een waarborg dan voor een meerwaardebelasting op aandelen.
...

De aanhouder wint, moeten ze bij CD&V denken. Aangevuurd door het ACW (nu beweging.net) probeert de partij een extra vermogensbelasting als 'linkse trofee' uit het geboorteproces van centrumrechts te persen. Vooral de invoering van een meerwaardebelasting op aandelen wordt gezien als "de ontbrekende schakel in onze belastingen", zoals het Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving (HIVA) stelt in een onderzoek, gefinancierd door het ACV met de steun van het mecenaatkrediet van de Nationale Bank. De christelijke werknemersorganisatie heeft weinig gêne. Als het zijn eigen speculatielogica volgt, zou het ACW veeleer pleiten voor een waarborg dan voor een meerwaardebelasting op aandelen. De indruk kan ontstaan dat de vermogenden de dans ontspringen, wat niet zo is. De vermogensbelastingen zijn hoog in België, ook die op bedrijfswinsten. Het HIVA merkt op dat vermogensbelastingen veel opbrengen, omdat de Belgen ijverig sparen en een vermogen hebben opgebouwd tot vijf keer het bbp. Vermogen wordt op die manier bijna als overtollig vet gezien, te bestrijden met een extra heffing. Een meerwaardebelasting bestaat trouwens al in België. Wie via speculatie meerwaardes boekt, hoort die inkomsten aan te geven. Wie dat ooit heeft gedaan, mag nu de hand opsteken. Ook eigenaars van een vennootschap die minstens 25 procent van hun vennootschap verkopen aan een rechtspersoon buiten de Europese Economische Ruimte, moeten een meerwaardeheffing van 16,5 procent afdragen. Het zou voor de wetgever een kleintje zijn om die belasting uit te breiden naar alle verkooptransacties. Maar die maatregel zou vooral de kmo's treffen, wat een domme strategie is als banen en groei hoog op de agenda staan. Wel zit er een logica achter die belasting: ze moet voorkomen dat belastingen worden ontweken door courante inkomsten om te zetten in meerwaardes. Ondernemers die dat nog nooit hebben overwogen, mogen ook hun hand opsteken. Na de Tweede Wereldoorlog voerden de meeste landen een belasting op het totale inkomen in, waarbij ieders bijdragecapaciteit werd gedefinieerd als de som van de lopende inkomsten en de nettokapitaalaanwas, of het bedrag dat een persoon zou kunnen uitgeven zonder de waarde van zijn vermogen aan te tasten. De meeste landen werken met een aangepaste versie van dat model, met inbegrip van een meerwaardebelasting dus. Maar de definitie van de bijdragecapaciteit is betwistbaar. Het is niet omdat iemand consumptie uitstelt en zo een vermogen opbouwt, dan hij daarop moet worden belast. Toch heet dat model doeltreffender en billijker te zijn. Doeltreffender, omdat alle inkomsten op dezelfde manier worden behandeld. Het model is ook billijker dankzij het principe 'gelijke inkomsten, gelijke belasting'. En omdat vermogen ongelijk verdeeld is, ziet links in een extra vermogensbelasting nog meer herverdeling. Een meerwaardebelasting zou heel wat opbrengen. De Hoge Raad voor Financiën onderzocht de gemiddelde waardestijging van het vermogen tussen 1995 en 2002. Maar wat bleek: de gemiddelde nominale waardestijging bedroeg in die periode slechts 1,6 procent per jaar. Gecorrigeerd voor inflatie, daalde de waarde van een vermogen zelfs met 0,4 procent per jaar. Een meerwaardebelasting is daarom vooral een belasting op inflatie. Netjes is anders. De reële waardestijging van het vermogen is overigens negatief, omdat obligaties een groot deel van het financiële vermogen uitmaken. Obligaties leveren over een hele looptijd geen meerwaarde op, maar hun waarde daalt a rato van de inflatie. Voor aandelen is er een gemiddelde jaarlijkse waardestijging van 5,3 procent (3,3 % reëel), maar met bijzonder grote fluctuaties. Vastgoed stijgt met 5,4 procent per jaar (2 % reëel), met beperkte schommelingen. Een belastingtarief van 25 procent op die nominale meerwaardes (uitgezonderd de eigen woning), zou gemiddeld 1 procent van het bbp per jaar opleveren (of ongeveer 4 miljard euro). Als onderdeel van een belastinghervorming en een taxshift kan een lans worden gebroken voor een meerwaardebelasting. Maar het risico is groot dat die belasting wel snel wordt ingevoerd, maar dat de bijbehorende hervormingen op de lange baan belanden. Bovendien is kapitaal voor de meeste mensen het restant van zwaar belaste arbeidsinkomsten, en wordt dat vermogen al afgeroomd door de inflatie. In plaats van dat vermogen nog eens te belasten, is er een grotere behoefte aan structurele hervormingen die een lagere belastingdruk en meer banencreatie mogelijk maken. Waarom onderzoekt het ACW die mogelijkheid niet? DAAN KILLEMAESEen meerwaardebelasting is vooral een belasting op inflatie. Netjes is anders.