De recente rapporten van de Europese Commissie en Eurostat hebben België met de neus op de feiten gedrukt. Onze sociale zekerheid doet het niet goed meer. We zitten nog wel in de Europese kopgroep, maar bengelen achteraan. Een nieuwe studie van het Centrum voor Sociaal Beleid van Bea Cantillon bevestigde die conclusie.
...

De recente rapporten van de Europese Commissie en Eurostat hebben België met de neus op de feiten gedrukt. Onze sociale zekerheid doet het niet goed meer. We zitten nog wel in de Europese kopgroep, maar bengelen achteraan. Een nieuwe studie van het Centrum voor Sociaal Beleid van Bea Cantillon bevestigde die conclusie. Onze sociale zekerheid deint uit. We betalen steeds meer mensen een uitkering. Daardoor wordt het stelsel in zijn geheel duurder en blijven de individuele uitkeringen achter op de evolutie van de inkomens. Mensen die moeten leven van een uitkering krijgen het steeds moeilijker. De vergrijzing zal een zware hypotheek leggen op onze sociale zekerheid. Het aantal actieven blijft dalen en het aantal gepensioneerden toenemen. De grootste druk zal op de pensioensector komen. Vandaar het enorme belang van een verhoging van de werkgelegenheidsgraad. Er is echter meer aan de hand dan een demografische verschuiving. In Nederland zullen vanaf 2010 de 65-plussers voor het eerst rijker zijn dan de min-65'ers. In België loopt het nog niet zo'n vaart, we hebben minder gevulde private pensioenverzekeringen, maar er ontstaat ook hier een grotere groep van ouderen die rijk is. En dat is een nieuw fenomeen. De solidariteit tussen de generaties komt daardoor onder druk te staan. De werkenden worden armer en minder talrijk, de gepensioneerden rijker en talrijker. Een studie van de Nationale Bank van België berekende dat bij ongewijzigd beleid de belastingfactuur voor elke werkende Belg met 20 % zal stijgen tussen 2010 en 2035. Het is tijd om die dreigende generatieoorlog te ontmijnen door een nieuwe herverdeling. Pensioenen genieten vandaag een zeer gunstige fiscale behandeling. Dat is niet meer houdbaar. Het wettelijk pensioen, de eerste pijler, moet worden belast zoals elk inkomen uit arbeid. Voor de tweede en derde pijler kan het huidige belastingregime behouden blijven. Dankzij het belastingvrij minimum zal dat niets veranderen aan de nettopositie van diegenen die enkel van een gewoon pensioen leven. Enkel de hogere ambtenarenpensioenen zullen worden gekortwiekt. Ook wie andere roerende en onroerende inkomsten heeft, zal boven het belastingvrij minimum gaan en een gedeelte van zijn pensioen wegbelast zien. Pleiten we voor een belastingverhoging? Ja. Maar dan wel een waarvan de opbrengst nuttig wordt gebruikt. Er zijn daartoe twee mogelijkheden. De eerste is een lastenverlaging voor de werkenden of toch ten minste het vermijden van een lastenverhoging zoals de Nationale Bank die berekend heeft. De tweede mogelijkheid is een verhoging van de lage pensioenen zodat de mensen die enkel van een wettelijk pensioen moeten leven dat op een deftige manier kunnen doen. Die verhoging mag geen aanleiding geven tot vervroegde uitstap. Een combinatie van beide mogelijkheden lijkt het aantrekkelijkst. Het moment om deze maatregel te nemen, is nu. Langer wachten, zal gezien de toenemende electorale macht van gepensioneerden moeilijk zijn. En bovendien oneerlijk omdat de generatie die nu met pensioen gaat de potverteerders van het systeem in de jaren zestig zijn geweest. Zij moeten als eersten onder dit systeem vallen. Guido Muelenaer