De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.
...

De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog. www.fiscoloog.be De btw-administratie heeft de knoop doorgehakt over de manier waarop ondernemingen de aftrek van de btw die zij op hun bedrijfswagens hebben betaald, in de praktijk mogen toepassen. Maar daarmee is de rust nog lang niet weergekeerd. Btw-plichtigen hebben recht op recuperatie van de btw die zij zelf betalen. Als een onderneming een kantoorkast koopt tegen 1000 euro plus 21 procent btw, betaalt ze weliswaar 1210 euro (btw inbegrepen). Maar uiteindelijk kost die kast haar slechts 1000 euro. Zij heeft immers recht op recuperatie van de 210 euro betaalde btw. Dat noemt men het 'recht op aftrek van de voorbelasting'. Dat recht is niet absoluut. Als de onderneming de kantoorkast slechts voor de helft gebruikt in het kader van haar economische activiteit en voor de andere helft voor privédoeleinden, dan is het logisch dat ook slechts de helft van de betaalde btw voor aftrek in aanmerking komt. Nochtans werd in het verleden aanvaard dat men bij een 'gemengd' gebruikt bedrijfsmiddel de volledige betaalde btw in aftrek mocht brengen. Er was dan weliswaar te veel btw in aftrek gebracht. Maar dat moest pas later worden gecorrigeerd. Voor ondernemingen was dit interessant. Het zorgde in de praktijk voor een zeker uitstel van de belastingdruk. Sinds twee jaar is dat voordeel afgeschaft. Bij de aankoop van een gemengd gebruikt bedrijfsmiddel moet de aftrek van de btw van meet af aan beperkt worden. De btw kan nog slechts in aftrek worden gebracht in de mate dat het investeringsgoed bestemd is voor de economische activiteit van de onderneming; en dus niet meer in de mate dat het voor privédoeleinden zal worden gebruikt. Logischerwijze moet nadien geen correctie meer gebeuren. De nieuwe regeling geldt ook voor de aftrek van de btw die betaald wordt bij de aanschaf van bedrijfswagens die een gemengde bestemming krijgen: gedeeltelijk voor de behoeften van de onderneming en gedeeltelijk voor privédoeleinden (zoals woon-werkverkeer of andere privéverplaatsingen van de ondernemer of zijn personeel). De nieuwe regeling heeft twee nadelen. Zij is in nogal wat gevallen duurder. Bovendien vereist zij een volledige kilometeradministratie. Om het juiste bedrag van de aftrekbare btw te berekenen, moet men exact weten hoeveel kilometer een bedrijfswagen voor privédoeleinden heeft gereden. Die nadelen zorgden eind 2011 voor een storm van protest. De nieuwe regeling gold weliswaar al van begin 2011, maar de belastingadministratie lichtte haar pas tegen het einde van dat jaar toe. Het protest deed haar besluiten, de regeling -- zeker voor de bedrijfswagens -- uit te stellen. Er zouden nieuwe richtlijnen volgen. Uiteindelijk heeft het tot eind vorig jaar geduurd vooraleer die het daglicht zagen. De oplossing die nu uit de bus is gekomen, houdt in dat geen volledige kilometeradministratie moet worden bijgehouden als men genoegen neemt met een 'forfaitaire' berekening van de btw die voor bedrijfswagens aftrekbaar is. In die forfaitaire benadering wordt het aantal privékilometers geschat op tweehonderd keer de kilometers van het woon-werkverkeer, plus 6000 andere privékilometers. De belastingadministratie stelt daarnaast nog een andere forfaitaire benadering voor. Indien gewenst mag men uitgaan van 35 procent beroepsgebruik, en dus van 65 procent privégebruik. Maar die zeer eenvoudige regeling is enkel weggelegd voor ondernemingen die minstens vier bedrijfswagens in gebruik hebben. Dat zorgt opnieuw voor protest. Want door die beperking is deze heel simpele regeling niet mogelijk voor ondernemingen die er het meeste behoefte aan hebben: de kleine en heel kleine. Die beschikken doorgaans niet over minstens vier bedrijfswagens. Al het voorgaande geldt slechts in de veronderstelling dat een onderneming een bedrijfswagen 'gratis' ter beschikking stelt. Als de gebruiker voor zijn bedrijfswagen een vergoeding verschuldigd is, gelden volledig andere regels.JAN VAN DYCKGrotere ondernemingen mogen uitgaan van 65 procent privégebruik.