De bedrijfswagens liggen onder vuur. In een nog niet zo ver verleden werden ze vooral toegekend aan werknemers die veel met de wagen de baan op moesten. Denk bijvoorbeeld aan vertegenwoordigers en commerciële profielen. Maar door de gunstige fiscale behandeling hebben nu ook veel andere werknemers een bedrijfswagen, die ze enkel gebruiken voor woon-werkverkeer en andere privéverplaatsingen. De bedrijfswagen is almaar meer een 'salariswagen'.
...

De bedrijfswagens liggen onder vuur. In een nog niet zo ver verleden werden ze vooral toegekend aan werknemers die veel met de wagen de baan op moesten. Denk bijvoorbeeld aan vertegenwoordigers en commerciële profielen. Maar door de gunstige fiscale behandeling hebben nu ook veel andere werknemers een bedrijfswagen, die ze enkel gebruiken voor woon-werkverkeer en andere privéverplaatsingen. De bedrijfswagen is almaar meer een 'salariswagen'. Uit cijfers van de hr-dienstenleverancier SD Worx blijkt dat 17 procent van de Belgische werknemers een bedrijfswagen heeft. Sommigen zien daarin een van de oorzaken van de toegenomen verkeersdrukte en files. Daarom wil de regering de keuze geven om een bedrijfswagen in te wisselen tegen een hoger nettoloon of een mobiliteitsbudget. Daarnaast moeten de werkgevers een belasting betalen op de tankkaarten die ze aan hun werknemers geven. Wat niet verandert, zijn de belasting voor de gebruiker van het voordeel in natura dat voortvloeit uit het privégebruik van een bedrijfswagen, en de aftrek van de autokosten van een bedrijfswagen voor de vennootschap of de werkgever. Een werknemer of een bedrijfsleider die zijn bedrijfswagen gratis mag gebruiken voor privéverplaatsingen, wordt belast op een 'voordeel in natura'. Onder privéverplaatsingen verstaat de fiscus niet alleen het gebruik van de bedrijfswagen tijdens het weekend, vakanties en andere vrije tijd, maar ook voor het woon-werkverkeer. Woon-werkverkeer is de verplaatsing tussen de woonplaats en de vaste plaats van tewerkstelling. Een bedrijfsleider die werkt vanuit zijn woonplaats, heeft geen woon-werkverkeer. Als hij kan bewijzen dat hij een andere wagen heeft om zijn echte privéverplaatsingen te doen, wordt hij niet belast op het voordeel van alle aard. Het privégebruik van een bedrijfswagen wordt niet vermoed. De fiscus moet bewijzen dat een werknemer of een bedrijfsleider zijn bedrijfswagen gebruikt voor privéverplaatsingen. Sinds 2012 wordt het belastbaar voordeel voor het privégebruik bepaald door drie parameters: de cataloguswaarde, de leeftijd van de wagen, en zijn CO2-uitstoot. Het aantal afgelegde kilometers speelt geen rol meer. De formule is: cataloguswaarde van de wagen x ouderdomspercentage x 6/7 x CO2-percentage. De cataloguswaarde is de nieuwprijs van de wagen bij een verkoop aan een particulier, inclusief opties en betaalde btw, zonder rekening te houden met kortingen, verminderingen of restorno's. De cataloguswaarde mag per jaar dat de wagen is ingeschreven verminderd worden met een ouderdomspercentage van 6 procent, met een maximum van 30 procent. Voor een bedrijfswagen van vijf jaar of ouder wordt het voordeel in natura dus berekend op 70 procent van de nieuwwaarde. Als een tweedehandswagen van drie jaar wordt ingeschreven en gebruikt als bedrijfswagen, dan mag de cataloguswaarde worden verminderd met 18 procent. Het basispercentage voor de CO2-uitstoot is 5,5 procent voor een referentie-uitstoot van 107 gram per kilometer (geldig voor inkomstenjaar 2016) voor een wagen met een benzine-, lpg- of aardgasmotor, en van 89 gram per kilometer voor een dieselwagen. Is de uitstoot van de wagen hoger, dan wordt het basispercentage vermeerderd met 0,1 procent per CO2-gram, tot maximaal 18 procent. Is de uitstoot lager dan de referentie, dan wordt het basispercentage verminderd met 0,1 procent per CO2-gram, tot minimaal 4 procent. De CO2-uitstoot per kilometer staat op het inschrijvingsbewijs van het voertuig. Het voordeel in natura mag niet lager zijn dan 1260 euro per jaar (voor inkomstenjaar 2016), ook niet voor elektrische wagens die geen CO2 uitstoten. Betaalt de werknemer of de bedrijfsleider een eigen bijdrage voor het privégebruik van de bedrijfswagen, dan kan die van het belastbaar voordeel worden afgetrokken. Beschikt de werknemer of de bedrijfsleider over een tankkaart van zijn werkgever of de vennootschap, dan wordt het belastbaar voordeel in natura niet verhoogd. Nemen we het voorbeeld van een bedrijfswagen die nog geen jaar is ingeschreven met een dieselmotor, een CO2-uitstoot van 120 gram en een cataloguswaarde van 30.000 euro (inclusief btw). Het basispercentage voor de uitstoot van 5,5 procent wordt dan verhoogd met 3,1 procent, namelijk 31 (120 - 89) x 0,1 %. Hierdoor komt het belastbaar voordeel op 2211,43 euro per jaar (30.000 euro x 8,6 % x 6/7). Dat bedrag komt bij de andere belastbare beroepsinkomsten van de gebruiker. De belasting daarop wordt maandelijks verrekend in de bedrijfsvoorheffing, waardoor het nettoloon vermindert. Fiscale gevolgen voor werkgever of vennootschapDe werkgever of de vennootschap die een wagen ter beschikking stelt, mag een deel van de kosten aftrekken van zijn belastingaangifte. Ook dat verandert niet. De brandstofkosten zijn voor 75 procent aftrekbaar. De eigenlijke kosten van de bedrijfswagen - bijvoorbeeld de leaseprijs - zijn aftrekbaar afhankelijk van de CO2-uitstoot en het type brandstof. Voor een dieselwagen met een CO2-uitstoot van 110 gram is dat bijvoorbeeld 80 procent. Het belastbare voordeel - het brutovoordeel min de eventuele eigen bijdrage - moet de werkgever of de vennootschap voor 17 procent toevoegen aan zijn belastbare winst. Op die 17 procent moet dus in principe 33,99 procent vennootschapsbelasting worden betaald. De werkgever of de vennootschap moet geen gewone socialezekerheidsbijdragen betalen op het belastbare voordeel in natura, maar wel een maandelijkse forfaitaire solidariteitsbijdrage. Die hangt af van de CO2-uitstoot en het brandstoftype, met een minimum van 25,55 euro per maand. Voor een dieselwagen met een uitstoot van 110 gram is de bijdrage 39,87 euro per maand. Dat bedrag kan worden afgetrokken van de belastbare winst. De regering wil werknemers en bedrijfsleiders met een bedrijfswagen de keuze geven die in te ruilen voor een bijkomend nettoloon of een mobiliteitsbudget. Liefst vijf ministers - van Werk, van Sociale Zaken, van Financiën, van Mobiliteit en van Kmo's - moeten tegen april 2017 daarvoor een kader uitwerken. Het mobiliteitsbudget of het bijkomende nettoloon zou zowel fiscaal als parafiscaal op dezelfde wijze behandeld worden als de bedrijfswagen. Zowel voor de overheid, de werkgever als de werknemer moet de regeling budgetneutraal worden. De enige bedoeling is het aantal bedrijfswagens terug te dringen. Daarnaast zal de werkgever of de vennootschap een forfaitaire heffing op tankkaarten moeten betalen. De opbrengst wordt geraamd op 100 miljoen euro. Hoe de omzetting van een bedrijfswagen in een mobiliteitsbudget of een nettoloon zal gebeuren, is nog niet duidelijk. Volgens een voorstel van Open Vld'er Egbert Lachaert zou de werknemer een nettobedrag uitbetaald krijgen, gelijk aan de leasingkosten min de belasting op het voordeel in natura. Dat zou netto al vlug meer dan 300 euro per maand opleveren voor de werknemer die zijn bedrijfswagen omruilt. De werknemers die geen bedrijfswagen hebben, blijven voorlopig in de kou staan. De op handen zijnde verandering roept een aantal vragen op. SD Worx heeft een simulatie gemaakt waarin een bedrijfswagen zonder tankkaart omgeruild wordt voor een nettoloon, met dezelfde kostprijs voor de werkgever en volgens de huidige wetgeving. Voor een Volkswagen Golf met een catalogusprijs - inclusief opties en btw - van 26.890 euro en een leaseprijs voor de werkgever van 3600 euro per jaar, zou dit voor de werknemer een nettoloon opleveren van 1987,56 euro per jaar. Veerle Michiels, juridisch adviseur SD Worx, licht toe. "Als de kostprijs voor de werkgever gelijk moet blijven, krijgt de werknemer een nettobedrag dat niet in verhouding staat tot de waarde van de wagen. Een werknemer heeft er dus geen voordeel bij om zijn bedrijfswagen in te ruilen. Daarom pleiten wij voor een mobiliteitsbudget. De werknemer kan dan kiezen uit een waaier van vervoersoplossingen, aangeboden door de werkgever - bijvoorbeeld fiets, autodelen, openbaar vervoer, bedrijfswagen, ... Dat creëert meerwaarde voor de werknemer, zonder meerkosten voor de werkgever." Ook Renta, de Belgische Federatie van Voertuigenverhuurders, heeft bedenkingen. "Wij zijn tevreden dat de regelingen rond het voordeel in natura en de fiscale aftrek ongemoeid worden gelaten", zegt algemeen directeur Frank Van Gool. "Maar de voorgestelde veranderingen doen ons grote ogen trekken. Het lijkt een complexe fiscale koterij te worden, veraf van wat een mobiliteitsbudget zou moeten zijn. Het is ook duidelijk dat vooral de werknemers die weinig privékilometers doen, hun bedrijfswagen zullen willen omruilen voor meer loon, én voor een goedkope nieuwe of tweedehandse eigen wagen. Vooral zuinige en moderne bedrijfswagens die weinig kilometers doen, zullen dus van de baan worden gehaald. Een bedrijfswagen afgeven, heeft enkel zin als dat bedrag voor andere mobiliteitsmiddelen kan worden gebruikt. Al de rest lijkt ons weinig efficiënt en weinig rechtvaardig. Waarom worden andere extralegale voordelen dan ook niet omgezet in onbelaste cash?" Renta dringt ook aan op snelle duidelijkheid. "De onzekerheid heeft tot gevolg dat werkgevers de bestelling van nieuwe bedrijfswagens uitstellen." Traxio, de sectorale werkgeversfederatie van garage- en koetswerkbedrijven, vreest een verkoopdaling van leasewagens van ongeveer 25 procent. Woordvoerder Philippe Decrock verduidelijkt. "De mogelijkheid om te kiezen voor meer nettoloon zal een meer creatieve mobiliteit - kleinere bedrijfswagen, e-fiets, scooter, autodelen, ... afremmen. Het gevaar bestaat dat de werknemer met dat bijkomende loon een vervuilende tweedehandswagen zal kopen. Dat kan de bedoeling niet zijn. De heffing op de tankkaarten zal voor veel kmo's dan weer een platte belastingverhoging zijn, die weinig zal bijdragen aan de sturing van het brandstofgebruik." JOHAN STEENACKERS"Het lijkt een complexe fiscale koterij te worden, veraf van wat een mobiliteitsbudget zou moeten zijn" - Frank Van Gool, Renta "Een bedrijfswagen afgeven, heeft enkel zin als dat bedrag voor andere mobiliteitsmiddelen kan worden gebruikt" - Frank Van Gool, Renta "Als de kostprijs voor de werkgever gelijk moet blijven, krijgt de werknemer een nettobedrag dat niet in verhouding staat tot de waarde van de wagen" Veerle Michiels, SD Worx