In de Verenigde Staten is de inflatie gestegen tot 4,7 %, het hoogste niveau in 14 jaar. In de eurozone blijft de geldontwaarding nog beperkt tot 2,5 %. De Belgische inflatie heeft echter wel de kaap van 3 % genomen. Opvallend, want doorgaans blijft België onder het Europese inflatiegemiddelde (zie kader: Onrustwekkende Belgische inflatie).
...

In de Verenigde Staten is de inflatie gestegen tot 4,7 %, het hoogste niveau in 14 jaar. In de eurozone blijft de geldontwaarding nog beperkt tot 2,5 %. De Belgische inflatie heeft echter wel de kaap van 3 % genomen. Opvallend, want doorgaans blijft België onder het Europese inflatiegemiddelde (zie kader: Onrustwekkende Belgische inflatie). Die inflatiecijfers zijn iets te hoog om nog van prijsstabiliteit te kunnen spreken, maar ze zijn nog te laag om de inflatie opnieuw springlevend te verklaren. Het inflatiespook waart daarom als een halve zombie rond op de financiële markten, maar de ghostbusters van dienst - de centrale banken - staan paraat en schieten al met scherp. De centrale bankiers beseffen hoe destructief de inflatie én vooral ook de bestrijding van inflatie is voor de economie. De Amerikaanse centrale bank (Fed) heeft haar monetair beleid al fel verstrakt als reactie op de oplopende inflatie. De Europese Centrale Bank (ECB) nam nog geen actie (de inflatie is hier lager, terwijl de groei nog altijd ondermaats is), maar verscherpte wel haar toon. De kans op een renteverhoging door de ECB is daarom gevoelig gestegen. Is er reden tot bezorgdheid? "We zijn elke dag bezorgd om de inflatie, dat is onze taak," lacht Jan Smets, directeur van de Nationale Bank van België. "Zolang de inflatie het gevolg is van een externe schok, zoals stijgende energieprijzen, en het daarbij blijft, kan de centrale bank dat accepteren. Cruciaal is hoe werknemers en werkgevers reageren op de prijsstijging. Als er hogere looneisen volgen, kan de inflatie een structureel karakter krijgen en is er wel reden tot bezorgdheid. Voorlopig blijft Europa gespaard van hogere looneisen. Daarom heeft de ECB nog niet ingegrepen."De Fed heeft al wel ingegrepen. De vraag rijst nu of Ben Bernanke, die Alan Greenspan op 31 januari 2006 opvolgt als voorzitter van de Amerikaanse centrale bank, de strijd aangaat tegen de inflatie. Bernanke maakte in 2002 naam door haarfijn uit te leggen hoe de Fed deflatie (een algemene prijsdaling) moet en kan bestrijden. Hij wou desnoods geld drukken om de deflatiedemon uit te drijven - niet meteen een uitspraak van een inflatiehavik. Heeft hij ook een strijdplan tegen inflatie? En kan hij wel een onafhankelijke koers van president Bush varen, ook als een anti-inflatoir beleid niet in het kraam van de president past? (zie kader: Loopt Bernanke aan de leiband van Bush?) "Mogelijk zal Bernanke agressiever de rente optrekken om zijn reputatie als inflatiebestrijder te ondersteunen, dan Greenspan dat zou hebben gedaan," meent Johan Van Overtveldt, directeur van de denktank VKW Metena en specialist in Amerikaanse economie. Ook Geert Noels, hoofdeconoom van Petercam Vermogensbeheer, verwacht een actiever Fed-beleid: "Bernanke is radicaler in zijn uitspraken en opvattingen dan Greenspan, al valt het af te wachten of dat ook in het beleid tot uiting zal komen. De markten bruuskeren is immers geen verstandige strategie."En Ben Bernanke is topklasse. "Het is een Diego Maradona of Pelé onder de macro-economen," prijst Van Overtveldt, die Bernanke enkele jaren geleden ontmoette, toen hij nog professor was aan de universiteit van Princeton. "Een aimabele, bescheiden man, die de tijd neemt om zijn opvattingen duidelijk uiteen te zetten. Hij maakte ook vlekkeloos de overstap van de academische wereld naar het beleid. Ik verwacht geen breuklijn met het beleid van Greenspan.""Continuïteit in het beleid." Dat waren ook de eerste woorden van Bernanke na zijn benoeming door Bush. Verwacht wordt dan ook dat tegen eind 2006 de beleidsrente van de Fed 4,5 à 5 % bedraagt. Geloofwaardigheid, dat is het meest efficiënte en goedkoopste wapen van een centrale bank in de strijd tegen inflatie. Belangrijk is dat Ben Bernanke en zijn Europese collega Jean-Claude Trichet (ECB) een ijzersterke reputatie opbouwen om de inflatie in toom te houden. Cruciaal zijn immers de inflatieverwachtingen. Als iedereen denkt dat de inflatie volgend jaar 5 % zal zijn, zal ze ook ten minste 5 % zijn, omdat werknemers zich zullen indekken door hogere lonen te eisen en producenten zullen zich indekken door hun prijzen op te trekken. Bovenop de inflatieverwachtingen komt dan de echte inflatie. De obligatiemarkten, waar meer geld omgaat en die slimmer heten te zijn dan de aandelenmarkten, reageren lang stoïcijns kalm op de gestegen inflatie. De rente reageerde tot voor kort nauwelijks, wat een signaal is dat beleggers op langere termijn geen vergoeding voor geldontwaarding eisen en dus geen terugkeer van de inflatie verwachten. Maar de obligatiemarkten reageren vandaag niet zoals dat hoort. Het rentemechanisme is helemaal verstoord, omdat de Aziatische centrale banken massaal de dollars die ze overhouden aan hun handel met de VS herbeleggen in Amerikaans overheidspapier om de wisselkoersen van de eigen munt kunstmatig laag te houden. Zo kunnen ze de export en economie op toerental houden. De rente is daarom te laag, zeker ook omdat de overheidstekorten wereldwijd in de lift zitten. De jongste dagen schuiven de obligatiehandelaren wel al wat ongemakkelijker op hun stoel, ook wel omdat de wissel Greenspan-Bernanke voor extra onzekerheid en zenuwachtigheid zorgt. De grote boosdoener die de inflatie opstookt, is natuurlijk de dure olie. Het is geruststellend dat vooral in Europa de inflatie in de rest van de economie nog niet is opgedoken. De kerninflatie (zonder energie en voeding) bedraagt 1,5 % in Europa en 3 % in de VS. Eens de olieprijzen afkoelen, zou ook de inflatie moeten wegkwijnen. "Als je de grote olieschok in aanmerking neemt, valt de inflatieoprisping mee. Ik heb daar maar één verklaring voor: de globalisering en de wereldwijde concurrentie die de prijzen onder controle houdt," zegt Etienne de Callataÿ, hoofdeconoom van Bank Degroof. Dat is goed nieuws voor de consument, maar slecht nieuws voor de bedrijfswinsten en dus voor de beurs. Bedrijven moeten vaak machteloos toezien hoe de energiefactuur aan hun marges vreet. Ze kunnen de hogere kosten immers niet altijd zomaar doorrekenen aan de klanten. Een inflatietornado zoals in de jaren zeventig, met een inflatie van 10 % en meer, is niet te verwachten. "De kerninflatie blijft in bedwang, de inflatieverwachtingen zijn verankerd, de loonstijgingen zijn matig," sust het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Maar het IMF waarschuwt ook. De instelling wijst niet alleen de stijgende olieprijzen met de vinger, ze ziet in de VS ook snel stijgende arbeidskosten per eenheid product als motor achter de inflatie. En dat is een reden tot bezorgdheid. Vorige week bleek ook dat de inflatieverwachtingen niet zo stevig verankerd zijn, want de Amerikaanse gezinnen verwachten 3 % inflatie. Er lijkt dus, zeker in de VS, wat meer aan de hand te zijn dan louter dure olie kan verklaren. "De jongste jaren hebben we een enorme monetaire expansie gekend in de VS, Europa en Japan. Dat verhoogt het risico op inflatie," oordeelt Paul De Grauwe, hoogleraar Economie aan de KU Leuven. De Fed verlaagde in de periode 2000-2004 fors haar beleidsrente, wat de Amerikaanse economie toeliet om zonder grote averij de schokken (eerst het barsten van de beursbubbel, daarna de aanslagen van 11 september 2001) op te vangen. Ook president Bush vuurde de economie aan met een expansief budgettair beleid. Japan drukt nog altijd massaal geld om het land uit de deflatiespiraal te trekken, wat eindelijk lijkt te gaan lukken. En zelfs de ECB voert de jongste jaren een soepel monetair beleid. Een te soepel beleid, is de gedachte die nu snel veld wint. Die globale monetaire injectie vertaalde zich, behalve in de VS dan, nog niet in een forse opstoot van de (kern)inflatie, dankzij de concurrentiekracht van de globale economie. "Ik noem het duaalflatie, waarbij de inflatoire en deflatoire krachten die aan het werk zijn elkaar momenteel neutraliseren," legt Geert Noels uit. "Maar vroeg of laat kantelt de balans. Als China zijn productiekosten opdrijft, bijvoorbeeld. De olieprijzen zijn daar ook toe in staat, als ze leiden tot loonstijgingen, wat voorlopig slechts in beperkte mate gebeurd is." Het overtollige geld zocht daarom zijn weg naar eerst de aandelenmarkten en later naar de huizenmarkten. In de VS, maar ook in een aantal Europese landen, waarschuwen kenners voor een oververhitting van de vastgoedmarkt. De inflatie was er dus wel degelijk, maar ze was niet te vinden in de echte economie, maar in een aantal activaklassen. De vraag is natuurlijk of centrale banken ook oog moeten hebben voor deze assetinflatie. "Ja, natuurlijk," zegt Paul De Grauwe. "Het is te gemakkelijk dat de banken hun handen wassen in onschuld door te zeggen dat assetinflatie hun zaak niet is. Ze moeten daar oog voor hebben. Assetinflatie heeft een signaalfunctie voor inflatiegevaar in de echte economie. Het is zoals de kanaries die in de koolmijnen waarschuwen voor ontploffingsgevaar." Mogelijk is de assetinflatie nu aan het overslaan naar echte inflatie. De prijs van het goud is aan een sterke opmars bezig, ook omdat het edelmetaal nog altijd gezien wordt als een verzekering tegen geldontwaarding. Etienne de Callataÿ: "Er zijn geen Chinese muren tussen assetinflatie en gewone inflatie. De spillover verloopt nu vooral via de vastgoedsector. De Amerikanen gebruiken hun huis als een bancontact door de meerwaardes via leningen in cash om te zetten. Dat voedt de Amerikaanse consumptie en inflatie. Maar als de rente verder stijgt, zal de vastgoedmarkt afkoelen. Dat zal de Amerikaanse consumptie afremmen. En dat zal op zijn beurt de inflatie temperen." Daan KillemaesDe rente is te laag, zeker ook omdat de overheidstekorten wereldwijd in de lift zitten. Inflatie: 3 % in België. 2,5 % in de eurozone. 4,7 % in de VS.