Her en der zag wel iemand de fijne ironie in van de plechtstatige voorstelling van de Geschiedenis van de Nederlandse literatuur. In de Grote Kerk in Breda werden de twee tegelijkertijd verschenen boekdelen overhandigd aan de Nederlandse prinses Máxima en de Belgische prinses Mathilde. Kortom, aan een Argentijnse en een Waalse dame. Maar Nederlandstalige literatuurliefhebbers mogen zich vooral niet blindstaren op de Spaanse of Franse moedertaal van de prinsessen, noch op hun herkomst. De Leuvense hoogleraar Hugo Brems vraagt zich in zijn bijdrage nu net af of er nog wel...

Her en der zag wel iemand de fijne ironie in van de plechtstatige voorstelling van de Geschiedenis van de Nederlandse literatuur. In de Grote Kerk in Breda werden de twee tegelijkertijd verschenen boekdelen overhandigd aan de Nederlandse prinses Máxima en de Belgische prinses Mathilde. Kortom, aan een Argentijnse en een Waalse dame. Maar Nederlandstalige literatuurliefhebbers mogen zich vooral niet blindstaren op de Spaanse of Franse moedertaal van de prinsessen, noch op hun herkomst. De Leuvense hoogleraar Hugo Brems vraagt zich in zijn bijdrage nu net af of er nog wel van een Nederlandse of Vlaamse literatuur sprake kan zijn. In de hedendaagse multiculturele wereld heeft de identiteit van een literatuur niet langer het aanzien van een helder monochroom vlak, maar van een dynamisch en veelkleurig mozaïek. Brems hecht trouwens veel belang aan de auteurs met een andere afkomst. De literatuur ondergaat niet langer alleen invloeden uit andere culturen, er zijn ook auteurs opgestaan uit andere culturen die nu perfect thuishoren in de hedendaagse Nederlandse literatuur. Denk maar aan Kader Abdolah, een politiek vluchteling uit Iran, die zich in 1988 in Nederland vestigde. Uitgerekend deze 'nieuwe Nederlander' vervlecht in zijn roman Spijkerschrift elementen uit de Perzische literaire traditie en verwijzingen naar de Max Havelaar van Multatuli. En hij schrijft: "Alle vogels waren al met hun nesten begonnen, behalve Aga Akbar. Voor hem was er geen geliefde. Geen vrouw." Een niet mis te verstane allusie op de verzen waarmee de geschiedenis van de Nederlandse literatuur letterlijk begint: " Hebban olla vogala nestas hagunnan, hinase hic enda thu. Wat unbidan we nu?" Of: "Zijn alle vogels nesten begonnen, behalve ik en jij. Waar wachten we nog op?" Die dertien woorden zijn de oudste geschreven getuigenis in het Nederlands. Ze werden rond 1100 opgetekend, volgens het jongste onderzoek waarschijnlijk nog wat vroeger. Dat prille begin wordt boeiend beschreven in Stemmen op schrift, het eerste boek van de negendelige serie die de Geschiedenis van de Nederlandse literatuur moet worden. Voor dat eerste deel tekent Frits van Oostrom (1953). Vreemd genoeg verscheen ook al het afsluitende deel, Altijd weer vogels die nesten beginnen, waarin Hugo Brems (1944) de periode 1945-2005 onder de loep schuift. Brems schrijft wat stroever en maakt zijn betoog wat complexer dan Frits van Oostrom - al verdient de Leuvense hoogleraar ook weer niet de tegenwind die hij al van sommige Nederlandse recensenten kreeg. Volgens de planning wordt de serie pas in het najaar van 2010 afgerond. Hopelijk wordt het geen ellenlange worsteling Nederland-Vlaanderen. We hadden het toch over het multiculturele in de Nederlandstalige literatuur? Frits van Oostrom, Stemmen op schrift - Vanaf het begin tot 1300. Bert Bakker, 640 blz., 45 euro (paperback 35 euro). Hugo Brems, Altijd weer vogels die nesten beginnen - 1945-2005. Bert Bakker, 792 blz., 45 euro.Luc De Decker