Toen in 2001 aan de minister van Financiën werd gevraagd hoe het was gesteld met het Belgische bankgeheim, was zijn antwoord laconiek. Hij antwoordde dat het voor de fiscus "hooguit" verboden was de fiscale controle van banken te gebruiken als een middel om gegevens van belastingbetalers te achterhalen. In de huidige gang van zaken kun je je afvragen in hoeverre bankgegevens voor de overheid niet louter een publiek geheim zijn geworden.
...

Toen in 2001 aan de minister van Financiën werd gevraagd hoe het was gesteld met het Belgische bankgeheim, was zijn antwoord laconiek. Hij antwoordde dat het voor de fiscus "hooguit" verboden was de fiscale controle van banken te gebruiken als een middel om gegevens van belastingbetalers te achterhalen. In de huidige gang van zaken kun je je afvragen in hoeverre bankgegevens voor de overheid niet louter een publiek geheim zijn geworden. Om tot een juiste belastingheffing te komen, heeft de fiscale administratie verscheidene onderzoeksrechten. Zo heeft ze het recht bij derden -- en dus ook bij de bank -- inlichtingen te vragen over een met naam genoemde belastingplichtige. Dat recht werd lange tijd beperkt door het bankgeheim. Conform die regel was de fiscus niet gemachtigd in de rekeningen, boeken en documenten van financiële instellingen informatie in te zamelen om belastingplichtigen te belasten. Maar het bankgeheim was niet absoluut. Als de fiscus bij de uitvoering van een onderzoek indicaties aantrof die het bestaan of de voorbereiding van een belastingontduiking deden vermoeden, konden drie topambtenaren aanvankelijk een machtiging geven om het geheim te verbreken. In 2006 werd het bankgeheim voor het eerst uitgehold. Sindsdien was nog maar de machtiging van één directeur van de directe belastingen vereist om een bankonderzoek in te stellen. In 2011 oordeelde de wetgever dat er slechts "aanwijzingen van belastingontduiking" nodig waren om het bankgeheim te verbreken en werd het machtigingsproces nog vereenvoudigd. Dat luidde de facto het einde van het bankgeheim in. De volgende stap werd gezet in 2013 met de oprichting van het centraal aanspreekpunt bij de Nationale Bank. Alle banken zijn verplicht uiterlijk tegen eind 2014 de rekeningnummers en de naam van de rekeninghouders van bankrekeningen en spaarrekeningen voor de verrichtingen vanaf 2010 te melden aan dat punt. Eind 2014 weet de fiscale administratie dus perfect waar ze moet zoeken als ze aanwijzingen van belastingontduiking meent gevonden te hebben. Ze moet dan alleen nog een machtiging krijgen om de rekeningen in te zien. En hoelang gaat die voorwaarde nog bestaan? Als België het Amerikaanse model gaat volgen, niet lang meer. Dit jaar treedt de Amerikaanse Foreign Account Tax Compliance Act in werking. Die wet verplicht financiële instellingen wereldwijd elk jaar niet alleen de identiteit en de rekeningnummers van Amerikaanse rekeninghouders vrij te geven, maar ook een overzicht van de saldi en de inkomsten op die rekeningen te melden. Voor Amerikaanse belastingplichtigen is het bankgeheim verworden tot een bancaire meldingsplicht. In die discussie staan twee algemene belangen lijnrecht tegenover elkaar: de behoefte aan bestrijding van de fiscale fraude en het recht op bescherming van de privacy. Zolang die belangen in balans met elkaar liggen, kunnen de belastingplichtigen hopen op het gezond verstand van de wetgever. Maar het wordt gevaarlijk als de wetgever de afschaffing van het bankgeheim gaat zien als een manier om voor de overheid inkomsten te genereren.De auteur is associate director coverage van NIBC Bank nv. YANNICK DE SMETHet wordt gevaarlijk als de wetgever de afschaffing van het bankgeheim gaat zien als een manier om voor de overheid inkomsten te generen.