De Britse minister van Financiën George Osborne wil het belang van de Britse overheid in Royal Bank of Scotland (RBS) verkopen. Met verlies. Tegen de huidige beurskoersen is het belang 32 miljard pond waard. In 2008 moest de Britse regering 45 miljard pond in RBS pompen om de bank te redden. Als rekening gehouden wordt met allerlei fees die RBS de voorbije jaren voor de steun betaalde, blijft er een gat van 7,2 miljard pond ten laste van de belastingbetaler.
...

De Britse minister van Financiën George Osborne wil het belang van de Britse overheid in Royal Bank of Scotland (RBS) verkopen. Met verlies. Tegen de huidige beurskoersen is het belang 32 miljard pond waard. In 2008 moest de Britse regering 45 miljard pond in RBS pompen om de bank te redden. Als rekening gehouden wordt met allerlei fees die RBS de voorbije jaren voor de steun betaalde, blijft er een gat van 7,2 miljard pond ten laste van de belastingbetaler. Toch wil Osborne niet langer wachten met de privatisering. RBS maakt al zeven jaar naeen verlies, waardoor het zijn rol als kredietverstrekker niet voluit kan spelen. Bovendien zijn de marktomstandigheden om een bank te verkopen gunstig, en wie weet hoe die binnen twee jaar zijn. Ten slotte voert Osborne aan dat de Britse belastingbetaler wel in de plus staat als alle bankreddingen uit 2008 meegeteld worden. Naast RBS moest de Britse overheid ook Lloyds, Bradford & Bingely en Nothern Rock te hulp springen. De totale winst voor de overheid zou op 14 miljard pond uitkomen, becijferde Osborne. In eigen land beweerde premier Yves Leterme in 2008 dat de overheid geld zou verdienen aan de bankreddingen. In Groot-Brittannië lijkt de puur boekhoudkundige rekening te kloppen. Maar in Nederland niet. Zo zal de beursgang van ABN AMRO de staat minstens 7 miljard euro minder opbrengen dan de nationalisatie gekost heeft. En hoe zit het in België? Ons land heeft naar schatting 28 miljard euro uitgegeven om vier financiële instellingen te redden: Fortis, KBC, Dexia en Ethias. Zowel de federale regering als de regionale overheden zetten middelen in. De redding van Fortis kostte naar schatting 10 miljard euro, KBC kreeg 7 miljard toegestopt, en verzekeraar Ethias 1,5 miljard euro. De herkapitaliseringen van Dexia (2,5 miljard in 2008 en 2,9 miljard in 2012) en de uitkoop van Belfius (4 miljard euro) brengen de directe kostprijs voor de erfenis van Dexia op 9,5 miljard euro. Het Fortis-avontuur wordt hoogstwaarschijnlijk zonder verlies afgesloten. Dividenden van BNP Paribas, BNP Paribas Fortis en van de bad bank RPI leverden al 1,5 miljard euro op. De verkoop van de portefeuille van RPI was goed voor 1 miljard en de verkoop van de resterende 25 procent in BNP Paribas Fortis voor 3,25 miljard euro. De Belgische staat bezit nog altijd 10 procent van BNP Paribas. Tegen de huidige beurskoers is dat pakket ongeveer 7 miljard euro waard. Aan KBC doet de overheid ronduit een goede zaak. Er is 7 miljard geïnvesteerd en aan het eind van de rit zal KBC volgens voorzitter Thomas Leysen 13 miljard hebben terugbetaald. Maar die rit is nog niet gereden. KBC moet de Vlaamse overheid nog altijd 3 miljard euro. Niemand twijfelt eraan dat dit bedrag op tafel komt, uiterlijk in 2017, maar allicht vroeger. En dan zijn er de minder positieve investeringen. Het kapitaal dat in Dexia gestoken werd, mag als verloren worden beschouwd. Ook de investering in Ethias biedt weinig rendementsperspectief op korte of middellange termijn. Blijft de staatsbank Belfius die voor 4 miljard euro uit de Dexia-groep gekocht werd. De verwachting is dat de staat, bij een eventuele verkoop of beursgang, minstens dat bedrag moet kunnen recupereren. En wie weet, misschien levert Belfius zelfs een meerwaarde op. Het eigen vermogen van de bank is intussen gestegen tot 7,9 miljard euro. Het Rekenhof berekende eind vorig jaar dat er nog een kloof van circa 10 miljard euro gaapt tussen de kostprijs van de maatregelen om de banken te redden en de al geïnde inkomsten. De opbrengst van de verkoop van de BNP Paribas-aandelen en van Belfius, en de volledige terugbetaling door KBC kan ervoor zorgen dat ook ons land het hoofdstuk van de bankenreddingen met een plus kan afsluiten. Op voorwaarde dat we de activa op een goed moment valoriseren. En ware het niet dat Dexia een groot vraagteken blijft. Kan de restbank rustig uitdoven, zonder bijkomende kosten? Of moet er toch vers kapitaal geïnjecteerd worden? Slaagt de bank erin de verliezen terug te dringen of wordt ze verrast door turbulenties op de financiële markten? Het blijft koffiedik kijken. Laat ons ook niet vergeten dat de Belgische staat nog voor meer dan 40 miljard euro de financiering van de restbank waarborgt. Als er ooit zulke garanties worden aangesproken, is het hek van de dam. Nog één kanttekening: het is niet omdat de boekhoudkundige balans van de bankenreddingen positief uitvalt, dat de rekening klopt. De financiële crisis heeft een enorme impact gehad op de begroting en de staatsschuld. De kostprijs van een recessie die bijna zes jaar Europa in zijn greep heeft gehouden, valt onmogelijk goed te maken. Er zijn te veel bedrijven over de kop gegaan en te veel mensen die hun baan verloren hebben om ooit van een positieve afrekening te kunnen spreken. PATRICK CLAERHOUT