Een boreling opent de ogen om te zien wat hij of zij geworden is: " Einstein of Mohammed, Caesar of Jeanne d'Arc, een Indische prinses of de kleinzoon van Chelsea Clinton. En ze zag dat ze een gnoekalf was, en dat dertig meter verder hyena's stonden toe te zien hoe ze haar wankele poten probeerde."
...

Een boreling opent de ogen om te zien wat hij of zij geworden is: " Einstein of Mohammed, Caesar of Jeanne d'Arc, een Indische prinses of de kleinzoon van Chelsea Clinton. En ze zag dat ze een gnoekalf was, en dat dertig meter verder hyena's stonden toe te zien hoe ze haar wankele poten probeerde." Nauwelijks 13 regels lang duurt het openingsverhaal, maar ongetwijfeld wordt dit zwartgallige, ironische kleinood een klassieker. Meteen maakt Guido van Heulendonk duidelijk in welk register hij zijn verhalenbundel Aimez-vous les moules? zet. Sommigen zullen de toon veeleer sarcastisch of zelfs cynisch noemen. In sommige verhalen en passages hebben ze ook overschot van gelijk. Af en toe kleurt de midveertiger zijn sombere schetsen evenwel met melancholie of verlangen, die het cynisme opzij schuiven. Toch blijft de kleur sepia, de klank en sourdine, het reikhalzen eerder schrijnend dan ambitieus. Maak je vooral geen illusies, zoals het wankele gnoekalf in het vizier van de hyena's. Somber, zielig en tragisch vormen de ruiker van adjectieven die je telkens weer wil aanraken bij het lezen van Van Heulendonk. Hij is de schilder bij uitstek van de alledaagse tragiek, van het geknakte verlangen. Neem nu Een stukje AB, één van de ietwat langere verhalen in deze kortademige bundel. Een vrouw beseft dat de rozen in de auto waarin haar man verongelukte, niet voor haar bedoeld waren, maar ze verdringt de pijnlijke waarheid. Als ze ontdekt dat haar schoonzoon haar dochter bedriegt, veegt ze ook die realiteit onder het tapijt van het verlangde leven. Kleinburgerlijkheid is nog een adjectief dat zich vaak opdringt. Als weinig anderen weet Van Heulendonk zelfs domme toogbabbels te kneden tot nazinderende flarden van existentiële zinloosheid. Hij hoeft zijn protagonisten niet eens op te blazen tot brallende karikaturen, maar portretteert met enkel rake vegen, vertelt wat zuinig, schetst de zieligheid laconiek. Dit is niet zomaar zijn handelsmerk, dit blijkt de sterkte van de auteur. In die aanpak schuilt evenwel ook een zwakte. Het blijft kabbelen. Hier en daar een flits, een proeve van zijn weergaloze kunnen, dan weer wordt het meanderen. Vele schetsen blijven onuitgewerkt, soms zelfs te speels, al past dit woord helemaal niet in dit sombere universum. Of toch? Van Heulendonk gniffelt ook veel, al blijkt die lach vaak wrang. In zijn vorige werk, de roman Paarden zijn ook varkens waarvoor hij in 1996 de prestigieuze Gouden Uil kreeg, wist Van Heulendonk de zieligheid en de zwartgallige hilariteit beter te doseren en te structureren. Dat literaire raffinement, dat surplus, dat tikkeltje méér, missen we in deze bundel. Dit wil echter helemaal niet zeggen dat Aimez-vous les moules? een misbaksel is. Het blijft wel vreemd dat de twee werken die de Paarden omringen (de roman De vooravond uit 1994 en de nieuwe bundel) vooral als een aanzet tot een groots meesterwerk gecatalogeerd kunnen worden. Dat belooft voor een volgende publicatie. Arbeiderspers, 200 blz., 599 fr. LUC DE DECKER