Van sommige titels zou je dromen die zelf gevonden te hebben. Maar alle eer gaat naar Tom Pauka en Rein Zunderdorp, die aan hun boek over cultuurverandering onder ambtenaren en politici de superoriginele titel Banaan voor gevorderden gaven. De auteurs waren lange tijd organisatieadviseurs en schreven hun boek in 1990. Pauka was de spindoctor van Joop den Uyl, minister-president van Nederland van 1973 tot 1977. Je zou denken: hopeloos verouderd, dat boek. Het omgekeerde is waar. Het heeft niets aan actualiteit verloren, helaas.
...

Van sommige titels zou je dromen die zelf gevonden te hebben. Maar alle eer gaat naar Tom Pauka en Rein Zunderdorp, die aan hun boek over cultuurverandering onder ambtenaren en politici de superoriginele titel Banaan voor gevorderden gaven. De auteurs waren lange tijd organisatieadviseurs en schreven hun boek in 1990. Pauka was de spindoctor van Joop den Uyl, minister-president van Nederland van 1973 tot 1977. Je zou denken: hopeloos verouderd, dat boek. Het omgekeerde is waar. Het heeft niets aan actualiteit verloren, helaas. Het verhaal van de banaan is bekend, vooral bij trainers. In een kooi met apen hangt een banaan en staat een trapladdertje. Zodra een aap op dat trapladdertje stapt, worden alle apen natgespoten. Elke nieuwe poging om de banaan te veroveren leidt tot hetzelfde resultaat. Alle apen nat. Als er nog een avonturier de trapladder op wil, zullen de anderen hem een pak slaag geven. Dan vervangen we één na één de oude apen door nieuwe. Elke nieuweling krijgt een pak slaag als hij zich in de richting van de banaan beweegt. De vorige nieuwe neemt ijverig deel aan de bestraffing. Nooit gaat nog een aap de trap op. Waarom? "Dat doen we hier gewoon niet, jongeman." De ondertitel van het boek is heel relevant: ervaringen met cultuurverandering onder ambtenaren en politici. Klassiek verwijt men ambtenaren bureaucratisch te zijn, werkschuw, profiteurs van de productieve sectoren en nog wat minder fraais. Maar je kan niet zomaar een algemeen probleem afschuiven op de arbeidsmotivatie van sommige groepen. Bijna niemand begint zijn loopbaan als ambtenaar met de bedoeling er de kantjes vanaf te lopen. Uit onderzoek blijkt dat de wens om zich in te zetten voor het grotere doel een reële motivatie is bij wie kiest om voor de overheid te werken. Maar nationale politici voelen zich zelden of nooit verantwoordelijk voor de organisatie van hun departementen. Je moet al met een heel groot vergrootglas kijken naar beleidsplannen die verhelderen hoe de politieke overheid zich zal kwijten van zijn taak als manager van de organisatie. Organisatie is structuur plus cultuur. Moet ik als minister samen met de topambtenaren een optimale structuur uitwerken? Banaan voor gevorderden. Moet ik als minister door veelvuldige aanwezigheid op de werkvloer zorgen dat een dynamische, burgergerichte, kwaliteitsvolle cultuur aanwezig is? Banaan voor gevorderden. Bij zulke verwachtingen hoort men het in de politiek donderen. Zulke grote complexe departementen organiseren toch zichzelf? Bij ICT loopt het dan altijd fout, tot grote vreugde van consultants die het principe 'eerst organiseren, dan pas automatiseren' maar al te goed kennen en dolgraag gaan automatiseren in de chaos, de politieke spelletjes of de troebele watertjes. We betalen meer dan ooit de prijs voor de manier waarop de absolute top onze overheidsdiensten niet managet. Twee jaar geleden bleek ons gezondheidssysteem niet echt goed te functioneren, nu blijken we ook niet klaar voor een energiecrisis, niemand kan echt tevreden zijn over de organisatie van onze rechtsspraak en het onderwijs volgt ook meer en meer een variatie op de tweede wet van de thermodynamica: de hoeveelheid wanorde neemt toe telkens een minister energie toevoegt. Het is dus niet alleen een kwestie van gebrek aan politieke moed of intellectueel inzicht, maar vooral van organisatie. Onze ziekenhuizen hielden merkwaardigerwijs stand tijdens de pandemie. Niet door een fabelachtig beleid of eindeloze middelen, maar door jarenlange volgehouden inspanningen in ziekenhuismanagement. De auteurs wijzen in hun boek op cynisme aan de top, gevolgd door populair cynisme. Die fase zijn we stilaan voorbij. We komen in een fase van organisatiewanhoop. De banaan die er zo fris bij hing, is rot geworden. En wie echt verantwoordelijk is, poogt wat vliegen die errond cirkelen af te snoepen van een andere partij.