Toeval bestaat niet. Dat denkt u. Terwijl we even wachten op Jules Noten, sinds februari de CEO van de textielgroep, speelt op de achtergrond de herkenbare titelsong van Once upon a time in the West. De westernklassieker uit 1968 van Sergio Leone lijkt de gedoodverfde soundtrack, want Balta ligt in het 'Texas van Vlaanderen'. Zuid-West-Vlaanderen heeft zijn rijkdom - en bijnaam - voor een flink stuk te danken aan de talrijke textielbedrijven die hier uit de grond werden gestampt en die met elkaar wedijveren op het scherpst van de snee.
...

Toeval bestaat niet. Dat denkt u. Terwijl we even wachten op Jules Noten, sinds februari de CEO van de textielgroep, speelt op de achtergrond de herkenbare titelsong van Once upon a time in the West. De westernklassieker uit 1968 van Sergio Leone lijkt de gedoodverfde soundtrack, want Balta ligt in het 'Texas van Vlaanderen'. Zuid-West-Vlaanderen heeft zijn rijkdom - en bijnaam - voor een flink stuk te danken aan de talrijke textielbedrijven die hier uit de grond werden gestampt en die met elkaar wedijveren op het scherpst van de snee. Balta werd in 1964 opgericht door Paul Balcaen. Maar het was vooral onder de leiding van zijn zoon Filiep, die in 1990 de fakkel overnam, dat het bedrijf excelleerde. Balta diversifieerde de activiteiten: naast karpetten en kamerbreed tapijt ook muurbekleding, vinylvloeren en laminaat. Het werd een van de leidende spelers in de textielindustrie en ook een van de grootste werkgevers in de streek. Er ging dan ook een heuse schokgolf door ondernemend Vlaanderen toen Balcaen in augustus 2004 zijn Balta voor 600 miljoen euro verkocht aan het Britse buy-outfonds Doughty Hanson. Dat fonds maakte daarbij de ambitie bekend om de consolidatiedans te gaan leiden die de sector broodnodig heeft om zijn rentabiliteit op peil te houden. Er werd gespeculeerd over overnamescenario's en namen als Domo en Lano vielen. En toen werd het stil. Héél stil. En met de financiële en economische crisis die in 2008 haar dodende pijlen afvuurde, werd de textielsector in zijn hart geraakt. Marcus Billman, de Zweed die door Doughty Hanson op de CEO-stoel bij Balta werd geposteerd, hield het begin dit jaar vrij verrassend voor bekeken. Het gerucht gaat dat Billman er tegenop zag om nog enkele jaren aan te blijven nadat een verkoop van Balta was mislukt. Doughty Hanson nam in de zomer van 2007 Goldman Sachs in de arm om een beauty contest voor Balta te bewerkstelligen. Maar de huwelijkskandidaten waren op één hand te tellen en de bruidschat was armtierig. Eén ernstige overnamekandidaat werd geopperd: Mohawk, de Amerikaanse moeder van Unilin (Quick-Step). Maar tot een echt vergelijk kwam het niet. De verkoop werd afgeblazen. Billman werd begin dit jaar vervangen door Jules Noten. De opdracht van de 49-jarige Limburger is niet mis. Hij moet vooreerst Balta doorheen de zwaarste crisis uit zijn geschiedenis loodsen. Maar hij moet bovendien het bedrijf klaarzetten voor een nieuwe exitpoging voor Doughty Hanson. Want, vergis u niet, Balta staat nog altijd te koop. Al beseft Doughty Hanson intussen dat er iets meer moet gebeuren dan de status-quo om tot een echte exit te komen. "Het is duidelijk dat Balta een leidende positie heeft, maar de vraag is: wat wil je met die positie doen? En daar zit ik met de aandeelhouder op één golflengte. We willen die positie verder uitbouwen. Zowel met organische groei als versneld met fusies of overnames", zegt Jules Noten. Maar waarom zou een niet- textilien als Noten slagen waar zijn voorgangers faalden? "Ik heb de indruk dat bepaalde bedrijven het moeilijk hadden om historische redenen. Intussen ontstond veel meer zakelijkheid om rond de tafel te gaan zitten. Ik heb mijn ronde kennismakingsgesprekken gedaan in de sector en ik heb daarbij niet nagelaten te zeggen dat wij willen praten als iemand daartoe bereid is. Maar wij gaan geen business overnemen die in slechte papieren zit, en die ons aangeboden wordt, om hun problemen op te lossen." Toch beseft Noten dat het geen gewonnen spel is, ondanks de crisis, waardoor tal van textielbedrijven het water aan de lippen staat. "Het zou toch zonde zijn dat de relaties tussen bepaalde individuen de toekomst van deze industrie in de weg blijven staan. Dus ik denk dat met deze generatie én de evolutie in de sector een andere koers kan worden gevaren." Bij de beroepsfederatie Fedustria klinkt het dat de tandem Jules Noten en zijn financieel directeur Carl Verstraelen misschien een streepje voor heeft, omdat zij als buitenstaanders niet die historische banden hebben. Maar Noten houdt een slag om de arm. "Als ik niet slaag, heb ik een deel van mijn uitdaging niet waargemaakt, dat steek ik niet onder stoelen of banken. Maar misschien moet je ons dat over een jaar nog een keer vragen, dan hebben we misschien een ander verhaal." Een beursgang is een ander scenario, ook al heeft de West-Europese textielsector daar geen traditie in. Bij de verkoop aan Doughty Hanson was Filiep Balcaen vrij zeker dat de Britten een consolidatie in gang zouden zetten met als ultieme doel een beursgang. "Als het alleen is om de aandeelhouders te laten cashen, dan denk ik niet dat dit een geslaagd verhaal is", nuanceert Noten. "Maar als je dat kan koppelen aan een mooi groeiproject om een textielgroep neer te zetten in Europa, denk ik wel dat je investeerders kan aantrekken. En een beursgang is dan een optie. Maar zeker niet de enige optie." Hoeveel geduld legt Doughty Hanson aan de dag? "Dat hangt af van uw definitie van geduld", plaagt Noten. En dan ernstig. "Laat ons wel wezen, die keuze is niet de mijne, maar van Doughty Hanson. Voor een CEO denk ik dat een exit altijd te vroeg komt. Dat was bij Massive net zo. Ik had het gevoel dat ik nog lang niet klaar was, maar dat is waarschijnlijk voor een aandeelhouder juist het goede moment. Zij redeneren dat ze die business willen verkopen, mét een gedreven management dat zijn businessplan maar wat graag zou uitvoeren. Ik denk echter dat elk management een trackrecord moet hebben om geloofwaardig te kunnen verkopen. De crisis heeft onze groei belemmerd, vooral in Oost-Europa. Maar ik denk wel dat ik verrast zal worden door het moment van de exit." Noten pleit voor realisme. "In een periode van drie tot vijf jaar kan je iets realiseren. Korter moet de wind echt meezitten, maar ik geloof niet dat de wind snel draait." Geduld heeft Balta in elk geval meer dan zijn aandeelhouder. Ondanks de crisis blijft de groep relatief goed presteren, al is Balta niet immuun voor de terugval. Maar waar andere textielgroepen omzetdalingen van 30 tot 40 procent laten optekenen, blijft dat voor Balta beperkt tot 10 procent. "Wij doen het goed, gezien de omstandigheden, maar daarom zijn we nog niet tevreden", zegt Noten. Balta kan hier wel de vruchten plukken van een jarenlang beleid dat altijd al gefocust was op kostenbesparingen. "Balta heeft op die manier een historische voorsprong op zijn concurrenten", zegt ook Fa Quix van Fedustria. "Op die manier moest Balta geen geld, tijd en energie steken in herstructureringen en kan het zijn gewicht voluit uitspelen." Er is een zeer sterke basis, met een team van ervaren businessunitmanagers die elk hun business runnen. De vakbonden prijzen de strategie die het management volgt. Liever dan bestaande klanten te behouden door de producten tegen braderieprijzen te slijten, greep Balta de crisis aan voor de ontwikkeling van nieuwe producten. Op Domotex, de jaarlijkse hoogmis van de tapijtindustrie, pakte Balta uit met 60 procent nieuw ontwikkelde producten. Terwijl andere spelers in de tuftindustrie op apegapen liggen, draait de tuftdivisie van Balta op volle toeren. De installaties in Sint-Baafs-Vijve zitten aan de grens van hun capaciteit. "Traditioneel spelen wij op het middensegment", zegt Noten. "Maar wij zijn dit jaar ook heel actief geworden op de lagere markt. Als Carpetright zegt dat het producten nodig heeft tegen 4,99 pond per vierante meter consumentenverkoop, dan is het onze opdracht om ervoor te zorgen dat we de producten hebben waarop zowel zij als wij geld verdienen. Zodra de crisis voorbij is, hoop ik dat we weer naar upgrading kunnen gaan." Voor Balta is Carpetright een klant die zowat 17 procent van zijn omzet betekent. "Dus ja, het is de belangrijkste klant. En die zijn altijd de moeilijkste op basis van prijs, rendabiliteit enzovoort. En als het daarenboven ook nog eens een klant is die betaalt in pond, dan is ook dat een factor om te managen. Polypropyleen (de belangrijkste grondstof) is sinds begin dit jaar met meer dan de helft gestegen, het pond staat zwak. Ik kan het me niet permitteren om de prijzen niet aan te passen. En dan stel ik me ernstig vragen of de anderen daar wel nog iets aan verdienen." Wie de cijfers van het eerste halfjaar in de tapijtindustrie bekijkt, ziet hoezeer Balta een eigen koers vaart. De export van België naar de Europese markten nam met ruim een kwart af, terwijl Balta zelf 9 procent won. Eén op de twee karpetten die in Europa geëxporteerd worden, is een tapijt van Balta. "In elk van onze markten en in elke productgroep hebben wij marktaandeel gewonnen", zegt Noten. "Maar ook onze volumes zijn hier en daar getroffen. In het segment van laminaat zelfs zwaar getroffen. Maar ook binnen die markt doen we het goed vergeleken met de rest." Goed, maar niet goed genoeg dus. En bijgevolg sloeg het management van Balta aan het werk om de schade binnen de perken te houden. De prioriteit werd eerst gelegd op het werkkapitaal. "Dat betekent onder meer werken op leveranciers. En ook de risicoblootstelling aan klanten en een goede opvolging van de terugbetalingstermijnen zijn cruciaal", zegt Noten. Maar het gaat verder dan puur werkkapitaal, vult financieel directeur Carl Verstraelen aan. "Belangrijk is een sterke focus, te beginnen bij de toplijn tot en met de vrije cashflow, en dat voor de verschillende businessunits en de groepsdiensten. Ook operationeel is er nog wat te realiseren." De voorraden werden afgebouwd waardoor 25 miljoen euro vrijkomt. Een beperkte inkrimping bij de bedienden hoort daar ook bij. 25 van de 530 bediendejobs sneuvelen. In totaal 16 ontslagen. "Ik geef eerlijk toe dat ik niet had gedacht dat dit nodig was", zegt Noten. Arbeidersbanen zijn voorlopig niet bedreigd, maar er wordt in bepaalde divisies wel gretig gebruikgemaakt van tijdelijke werkloosheid. Het gemiddelde ligt op 13 procent voor de groep, maar is afhankelijk van de afdelingen. "We moeten vechten voor winstgevende groei en voor het behoud van de arbeidsplaatsen. Maar als het nodig is, dan moeten we dat verder bekijken." Net voor de crisis werd met het bankensyndicaat onderhandeld over de convenanten. Daardoor kwam er wat ademruimte. "De convenanten stonden heel scherp en ik steek liever mijn tijd en aandacht in de klanten en de producten, dan maand na maand te moeten negotiëren met de banken", zegt Noten. Door Lieven Desmet/Fotografie Wouter Rawoens"Een beursgang is een optie. Maar niet de enige optie" "Het zou zonde zijn dat de relaties tussen bepaalde personen de toekomst van de textielsector in de weg blijven staan"