De auteur is hoofddocent aan de Universiteit Gent en partner van de Vlerick Leuven Gent Management School.
...

De auteur is hoofddocent aan de Universiteit Gent en partner van de Vlerick Leuven Gent Management School. Reacties: marc.buelens@trends.be Management is (ook) retoriek. We gebruiken graag allerlei min of meer misleidende beelden, metaforen of vergelijkingen. Als harde rationele managers beginnen we plots de vreemdste mythes te geloven. Het bedrijf wordt dan voorgesteld als een grote gelukkige familie; chefs worden coaches; plots van idee veranderen wordt dan bijsturen; en grootschalige nonsens wordt dan strategisch denken. We zijn zo dol op die metaforen en mythes, dat we die nu ook op ons privé-leven gaan toepassen, en meer bepaald op de balans tussen werk en gezin. Het beeld van een balans roept immers evenwicht op, nauwkeurige beheersing en rustige afstemming. En we streven dus met ons allen naar een gebalanceerd leven. Heel af en toe zijn we even uit balans, maar dat is slechts tijdelijk. We werken daar dan aan, bespreken dat even met onze chef, en hup, we hadden wat te veel yang, vlug een kleine dosis yin en we zijn weer in balans. In het recentste nummer van het Amerikaanse blad Fast Company wordt die mythe vakkundig in mootjes gehakt en verwezen naar het land der rijke fabelen. Want wat is de realiteit? U bent manager. De lat ligt op het werk waanzinnig hoog. Het is halen of falen. Iedereen presteert extra uren (boven de vijftig uren per week die u sowieso verondersteld wordt te presteren), iedereen moet steeds creatiever, efficiënter, teambewuster en proactiever handelen. U bent een echte kennisarbeider en kunt dus het knopje niet zomaar omdraaien als u thuiskomt. Het hersenmachientje draait verder. De deadlines worden steeds scherper en de topleiding verandert steeds vaker plots van mening. De lange termijn is al lang gereduceerd tot twee maanden. En u wordt dan verondersteld een rustig evenwicht te vinden tussen uw privé-leven en het werk. Het enige wat u echter echt zinvol kunt zeggen tegen uw partner is: mañana. Morgen zal het beter gaan. En dat zegt u uiteraard elke dag. Because tomorrow never comes. U spreekt immers Spaans én Engels in deze hypercompetitieve tijden. De harde waarheid is echter heel simpel. U moet kiezen. Ofwel draait u mee in uw bedrijf met de turbosnelheden die ze daar ontwikkelen, ofwel bent u fysiek én mentaal beschikbaar voor uw gezin. De twee samen? Hoe kunt u nu vanuit Los Angeles, Hongkong of Sjanghai een liefhebbende echtgenoot zijn, laat staan een echte vader of moeder? Hoe kunt u nu een pater familias zijn als u afgepeigerd thuiskomt om 21.30 uur na de zoveelste nederlaag tegen de gladde jongens en meisjes van die andere afdeling? U kunt dan nog dure eden zweren bij 'quality time', maar negen keer op tien lukt het toch niet. U bent gewoon (emotioneel) te moe of te opgewonden. En hoe meer u dit beseft, hoe harder u gaat schreeuwen: balans, evenwicht, afstemming werk-gezin! Uw voorbije werkweek was er weer eentje van onmogelijke deadlines en van de vier S'en (supersnelswitchende situaties); de kinderen moesten ondertussen begeleid worden voor jazzballet, logopedie en tandarts; u kreeg wat meer last van uw rug; en u hebt drie dingen geschrapt die u zeker wou doen: wat fitnessen, een gezond recept uitproberen en ergens goede dag gaan zeggen. U begint steeds meer te beseffen, maar wil dat voor geen geld ter wereld toegeven, dat u het niet allemaal tegelijkertijd kunt hebben. De mythe van de balans heeft u nu al jaren van het omgekeerde overtuigd. Aan de ene kant plaatst u balanced (!!!!) scorecards, deadlines, dikke rapporten en lange meetings, en aan de andere kant plaatst u yoga, hobby, gezin, kwali-tijd. Beide schaaltjes worden verondersteld netjes in evenwicht te zijn. En u hebt de mythe geloofd dat u het allemaal kunt hebben. U kunt dat niet. U moet vertrekken van het brutale feit dat uw leven ongebalanceerd is en ongebalanceerd zal blijven. Ofwel trekt u zich terug uit de 'rat race', en mag u dag zeggen tegen de mooie bedrijfswagen, de aandelenopties, het aanvullend pensioen (en u zult dat nodig hebben, wees maar gerust) en de merkkleding voor de kinderen. Ofwel stort u zich in de internationale competitieve omgeving en onderdrukt u de schuldgevoelens door dure cadeautjes, luxevakanties en af en toe een bezoek aan een beautyfarm. Dit inzicht, dat u gedoemd bent tot een gebrek aan balans, daar houdt u niet van. U wilt daar dus iets aan doen. Want u bent manager. Er zijn grosso modo twee oplossingen. U leest wat new-ageboeken die u de innerlijk vrede beloven, als u maar genoeg mantra's herhaalt; of u vertrekt van de brutale feiten. De moderne economie is niet meer in balans en u wordt daarin meegesleept. De vraag is dan: hoe overleeft u zichzelf? Er zijn enkele antwoorden te vinden (zo hopeloos is het nu ook weer niet), als u maar aanvaardt dat het uitgangspunt gebrek aan balans is. En dat balansen er waren voor de ouderwetse markten, niet voor de moderne manager. Misschien kan Trends of Vlerick daarover eens een seminarie organiseren (met partner!), of wil ik daar eens in een volgende column op terugkomen. Op één voorwaarde: dat u mij massaal mailt! Want als u niet mailt, ga ik van de veronderstelling uit dat ik hersenschimmen zie en dat het probleem van gebrek aan balans tussen werk en privé ook al een mythe is, die alleen dient om meer nummers te verkopen van Fast Company. Marc Buelens