De Litouwse hoofdstad Vilnius is Europees in haar verlangen, maar ruikt uit elke porie nog naar het oude Sovjet-imperium. Pas op 11 maart 1990 verwierf het land zijn onafhankelijkheid. Een hele twintigste eeuw onder Russisch bewind, dat vergeten de Litouwers niet zomaar. Twintig kilometer ten noorden van Vilnius en zes meter onder de grond kan je weer de Sovjet-periode inkruipen. Het project met de naam '1984' wil jongeren en toeristen in een soort 'herinneringskamp' dompelen.
...

De Litouwse hoofdstad Vilnius is Europees in haar verlangen, maar ruikt uit elke porie nog naar het oude Sovjet-imperium. Pas op 11 maart 1990 verwierf het land zijn onafhankelijkheid. Een hele twintigste eeuw onder Russisch bewind, dat vergeten de Litouwers niet zomaar. Twintig kilometer ten noorden van Vilnius en zes meter onder de grond kan je weer de Sovjet-periode inkruipen. Het project met de naam '1984' wil jongeren en toeristen in een soort 'herinneringskamp' dompelen. Ignas haalt ons op in de Unesco-beschermde oude binnenstad van Vilnius en hobbelt door dichte naaldwouden noordwaarts. Met een beetje geluk kan je bij een groep bezoekers aansluiten. Die krijgen een 'demonstratie': zes acteurs en één hond incarneren de oude kameraden van de Sovjet-grootmacht. We lopen het administratieve hoofdgebouw binnen. Het is er guur, onfris en niet proper. Er gutst Russische marsmuziek uit de oude VEF Rapsodija-radio. We moeten een versleten vilten jas aantrekken, want het is niet warm in de bunker. "Vergeet niet dat de Sovjet-Unie nooit de Conventie van Genève tekende, dus van de mensenrechten hebben we hier geen last", schreeuwt Ignas ons toe. "Welkom in de Sovjet-Unie. Hier ben je niemand." Zelf heeft hij zich als opzichter aangekleed. Door vier dikke, zware deuren treden we een bunker van 2600 vierkante meter binnen. Een doolhof van gangen, aangelegd in 1985. De USSR wilde zich voorbereiden op een atoombom. De bunker moest dan dienen als tv- en radiogebouw. Maar de bom viel niet. Litouwen werd onafhankelijk in 1990. Een jaar later vielen Russische elitetroepen toch nog binnen. "We zullen de Litouwers nog eens aan Tsjecho-Slowakije en Hongarije herinneren", smaalden ze en ze bezetten hun oude militaire installaties. Tot drie weken later de etensvoorraad, de wodka en de sigaretten op waren, en ze afdropen. "Vanaf de bunker worden de veiligheidsmaatregelen opgedreven", blaft Ignas ons toe. Een hond controleert of we geen verboden spullen bijhebben. "En als ik jullie iets vraag, antwoord dan met een luid en duidelijk ' taktoschna' (ja natuurlijk) of ' nikaknjet' (nee zeker niet)." We worden een Lenin-kamer binnengebracht en daar krijgen we via een kleine videoboodschap te horen welke boeken we wel en vooral welke we niet mogen lezen. "Op Orwells 1984 staat een politieke gevangenisstraf van vijf jaar. Als we je betrappen op het bezit van een Litouwse vlag, kost dat tien jaar." We worden naar een ondervragingskamer gebracht. 'Vrijetijdsruimte' staat er op de deur. Niets is wat het lijkt en allicht was niets wat het toen leek. Als we onder lichte dwang en onder het schijnsel van een genadeloze lamp officieel erkennen van de Sovjet-Unie te houden, krijgen we een glas wodka. In de belendende, al even onfris en vochtig ruikende ruimte, moeten we een gasmasker aanpassen en er enkele rondjes mee lopen. Blijkbaar niet elke gast vindt dit leuk. "Ja, we hadden al bezoekers die halfweg ons theaterstuk naar buiten wilden." Daar hoort normaal een straf bij: je wordt opgesloten in een donkere kamer met een rode lamp en een gat in de hoek waar je je gevoeg kan doen. Omdat we zelf niet altijd in de pas lopen, belanden ook wij enige tijd in dat verdomkot. Met de regelmaat van de klok vallen bezoekers tijdens de performance flauw. "We nemen onze rol ernstig. Je kunt maar beter gehoorzamen. We zijn niet in the mood voor grapjes." We worden voort gejaagd, dieper de bunker in. Af en toe vliegt een spichtige vleermuis voorbij. We horen het getrippel van zenuwachtige ratten. Ignas loodst ons de 'medische post' in. We moeten ons gebit laten onderzoeken. Een oude aftandse tandartsboor ronkt alsof ze de hele stad Vilnius van generatorstroom moet voorzien. "Onze acteurs kiezen telkens opnieuw één vrouw uit. Terwijl de mannen met hun gezicht tegen de muur moeten staan, moet zij zich uitkleden in het gezicht van een kampdokter die een dikke handschoen aantrekt. Als ze weigert om haar rol mee te spelen, vliegt ze de isoleerkamer in." Langzaam gaat het ons dagen: de Amerikanen, dat zijn imperialistische zwijnen. De working class hero, dat is de held onder de Sovjets. "Wil je toch liever terug naar je verfoeilijke Westen", vraagt Ignas ons aan het begin van een lange, smalle gang in de bunker. "Als je erin slaagt om in één minuut tot het einde van de gang te lopen en de deur open te krijgen, ben je vrij." We zetten het op een lopen. Na enkele meter gaan alle lichten uit. In het gitzwarte donker gaan sirenes in alle toonaarden door elkaar loeien. "Tja, hier raken sommige bezoekers al eens in paniek." Wie de drie uur vernedering doorstaat, de juiste verklaringen aflegt en voldoende eerlijk bekent pro-Sovjet te zijn, die ontvangt aan het einde van de rondleiding een certificaat en een authentiek Russisch cadeautje. In de 'discotheek' kan je zelfs zwart brood met worst en wodka krijgen. Zodra je het schouwspel verlaat, loop je maar best niet met een Leninkop of een Russische vlag te pronken. Het is met de verse democratie in Litouwen nog niet zo ver gevorderd dat je openlijk voor 'foute' politieke kleuren mag uitkomen. www.sovietbunker.com AART DE ZITTER, FOTOGRAFIE THOMAS DE BOEVER IN VILNIUSAls we onder lichte dwang en onder het schijnsel van een genadeloze lamp officieel erkennen van de Sovjet-Unie te houden, krijgen we een glas wodka.