Het privévoertuig van een van onze werknemers is op het parkeerterrein van onze firma toegetakeld door vandalen. Kan hij eisen dat wij de schade betalen?

Er is een belangrijk onderscheid: wordt het privévoertuig gebruikt voor beroepsdoeleinden of niet? Volgens artikel 20 van de wet van 3 juli 1978 op de arbeidsovereenkomsten is de werkgever verplicht "als een goed huisvader te zorgen voor het arbeidsgereedschap dat aan de werknemer toebehoort, alsmede voor de persoonlijke voorwerpen welke door deze laatste in bewaring moeten worden gegeven." Verplichte bewaargeving kan bijvoorbeeld betrekking hebben op de kleding van de werknemer (als hij andere kleding moet aantrekken om te werken) of op de tas waarin hij zijn w...

Er is een belangrijk onderscheid: wordt het privévoertuig gebruikt voor beroepsdoeleinden of niet? Volgens artikel 20 van de wet van 3 juli 1978 op de arbeidsovereenkomsten is de werkgever verplicht "als een goed huisvader te zorgen voor het arbeidsgereedschap dat aan de werknemer toebehoort, alsmede voor de persoonlijke voorwerpen welke door deze laatste in bewaring moeten worden gegeven." Verplichte bewaargeving kan bijvoorbeeld betrekking hebben op de kleding van de werknemer (als hij andere kleding moet aantrekken om te werken) of op de tas waarin hij zijn werk- gereedschap vervoert. Zodra de werkgever een werknemer een taak toevertrouwt die hij moet uitvoeren met zijn eigen wagen, wordt dat voertuig beschouwd als arbeidsgereedschap en moet de werkgever het ten laste nemen. Als zich tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst een auto-ongeval voordoet en de werknemer geen schuld treft, acht men het doorgaans billijk dat de werkgever de herstellingskosten betaalt, als die niet worden gedekt door de verzekeraar van de werknemer en evenmin door de verzekeraar van de persoon die aansprakelijk is voor het ongeval. De arbeidsrechtbank van Brussel heeft geoordeeld dat de verplichting van de werkgever om als een goed huisvader te zorgen voor de persoonlijke voorwerpen die de werknemer in bewaring moet geven, hem niet verplicht een personeelslid toezicht te laten houden op het parkeerterrein dat hij ter beschikking stelt van zijn personeel. Op basis van het artikel 20 hoeft de werkgever dus niet te betalen voor de schade die vandalen hebben berokkend aan het voertuig van een werknemer dat voor beroepsdoeleinden wordt gebruikt en op het parkeerterrein van de werkgever staat. In een andere zaak waarin het voertuig niet voor beroepsdoeleinden werd gebruikt en dus niet kon worden beschouwd als arbeidsgereedschap, oordeelde het arbeidshof van Brussel dat de werkgever niet kon worden veroordeeld op basis van zijn verplichting om als een goed huisvader te zorgen voor het arbeidsgereedschap. Ook als de werknemer niet verplicht is wat dan ook in bewaring te geven, kan het artikel 20 niet worden ingeroepen en zijn uitsluitend de regels van het gemeen recht op de vrijwillige bewaargeving van toepassing. De werkgever-bewaarnemer moet voor de bezittingen die hem worden toevertrouwd even goed zorgen als voor zijn eigen bezittingen. Om elke aansprakelijkheidsvordering op die basis uit te sluiten, doet de werkgever er dus goed aan in de policy van zijn onderneming in te schrijven dat hij gratis parkeerplaatsen ter beschikking stelt van zijn werknemers en dat hij niet aansprakelijk is voor schade aan de voertuigen. De regels op de bewaargeving gelden in dat geval niet meer.Hebt u een juridische vraag voor onze experts? Stuur een e-mail naar benny.debruyne@trends.be.Pierre Van Achter, advocaat bij Simont Braun