Een poos gelegen bejubelden we in deze rubriek de Audi A6 Avant met zijn 2.7 zescilinder TDi-motor in het vooronder. En ja, we stelden ons existentiële vragen bij zoveel rijplezier. Zoals: hoeft dat wel, zo'n beer van een motor, met een cilinderinhoud van 2700 cc? Mag het niet iets minder? Minder, zoals in: de tweeliter TDi die nu ook in het A6-gamma is opgenomen als instapversie, zowel voor de berline als de Avant (break).
...

Een poos gelegen bejubelden we in deze rubriek de Audi A6 Avant met zijn 2.7 zescilinder TDi-motor in het vooronder. En ja, we stelden ons existentiële vragen bij zoveel rijplezier. Zoals: hoeft dat wel, zo'n beer van een motor, met een cilinderinhoud van 2700 cc? Mag het niet iets minder? Minder, zoals in: de tweeliter TDi die nu ook in het A6-gamma is opgenomen als instapversie, zowel voor de berline als de Avant (break). We namen de proef op de som en reden ermee. Conclusie na ruim zevenhonderd kilometer? Ons hart gaat voor de 2.7 TDi, onze ratio voor de tweeliter. Even samenvatten. De tweeliter turbodiesel met rechtstreekse inspuiting zorgt voor een stevig acceleratievermogen. Het koppel is krachtig genoeg om in comfortabele en veilige omstandigheden te hernemen, als je doeltreffend moet voorbijsteken. En als je de Duitse grens overschrijdt om je eens te laten gaan, dan haal je zo snelheden waarmee je in België als een misdadiger wordt beschouwd. Je zou het ook zo kunnen samenvatten: meer moet dat niet zijn. Deze tweeliter is meer dan voldoende krachtig om als het hart van een grote berline als de A6 te fungeren. Zodat je je afvraagt: waarom we de 2.7 dan kiezen, als we ons hart laten praten? Net zoals je je kunt afvragen: waarom zou een topmanager die voor de A6 gaat nog de zescilinder willen? Het antwoord valt samen te ballen in emotie en prestige. Ja, met de 2.7 rijden, voelt anders aan. Veel volgens sommigen, een beetje volgens anderen. Maar van een V6-motor gaat vooral meer prestige uit. Voorts leerde enige introspectie ons dat we het geluid van de zescilinder misten toen we met de tweeliter reden. Inderdaad: een auto en dan vooral de keuze van het model, is (na de financiële overweging) in grote mate een emotionele en sociale kwestie. Je koopt een model of versie waarmee je je goed voelt, waarmee je je kunt identificeren, maar ook eentje dat nauwsluitend past bij het sociale imago dat je wilt of moet hebben. Vandaar: de zescilinder met diens benevelende geluid voor de topmanager. Maar een rationele keuze is dat inderdaad niet. Ten bewijze? De tweeliter turbodiesel - de instapversie - is niet alleen zuiniger en schoner dan zijn grote broer. Hij is ook even krachtig als de eerste generaties van de 2.5 TDi, toen die motor nog de topper was in het dieselaanbod van de A6. En steevast door de algemeen directeur werd gekozen. Hij zet ook minstens even indrukwekkende prestaties neer. En dat terwijl de gemiddelde snelheid op 's lands wegen ondertussen een eind is gezakt, onder invloed van het huidige verkeersklimaat. De tweeliter zal snel het leeuwendeel van de A6-verkoop inpakken. En de topmanager die dan het heerlijke geluid van de zescilinder mist, kan zich troosten met de wetenschap dat hij een heel wijze en rationele keuze maakte. Jo Bossuyt