Goed tien jaar geleden vonden in de Arabische wereld een reeks opstanden plaats. De Arabische Lente was begonnen. Dictators kwamen ten val. Het was een kwestie van tijd vooraleer ook de Syrische president Bashar al-Assad het veld zou moeten ruimen, was de overtuiging in het Westen. Ondanks waarschuwingen van diplomaten ter plaatse waren de Amerikaanse en de Europese regeringen ervan overtuigd dat Assads vermolmde regime op haar einde liep. Nochtans ...

Goed tien jaar geleden vonden in de Arabische wereld een reeks opstanden plaats. De Arabische Lente was begonnen. Dictators kwamen ten val. Het was een kwestie van tijd vooraleer ook de Syrische president Bashar al-Assad het veld zou moeten ruimen, was de overtuiging in het Westen. Ondanks waarschuwingen van diplomaten ter plaatse waren de Amerikaanse en de Europese regeringen ervan overtuigd dat Assads vermolmde regime op haar einde liep. Nochtans waren er volgens de Franse journalist en Midden-Oostenkenner Antoine Mariotti voldoende signalen dat Assad niet zomaar zou vertrekken . Assad en zijn clan behoorden tot de stam van de Alawieten, een minderheidsgroep die op de steun van andere minderheden in het land kon rekenen, waaronder veel christenen. Aftreden zou betekenen dat Assad zijn doodvonnis tekende. Damascus beschikte ook over een efficiënt veiligheidsapparaat. Bovendien was de officiële oppositie hopeloos verdeeld en kreeg Assad steun van Iran en Rusland, dat al jaren militaire basissen had in het land. Ten slotte werden de verzetsbewegingen razendsnel geïnfiltreerd door radicale islamitische groepen, gefinancierd door Qatar en Saudi-Arabië. Dat ondergroef de geloofwaardigheid van het verzet. De Europese Unie en de Verenigde Staten maakten ook de fout niet te reageren op het gebruik van chemische wapens tijdens de Syrische burgeroorlog. "Een rode lijn die niet overschreden mocht worden", noemde president Barack Obama dat nochtans. Na een gasaanval op 21 augustus 2013 in een voorstad van Damascus stonden de Verenigde Staten en Frankrijk klaar om luchtaanvallen uit te voeren, maar op het laatste moment blies Obama alles af. Hij wilde de Verenigde Staten tien jaar na Irak niet opnieuw in een oorlog meeslepen, en hij vermoedde dat ook de rebellen gasaanvallen hadden uitgevoerd. Het momentum om Assad te verdrijven was voorbij. Zeker omdat vanaf 2014 alle aandacht ging naar het bestrijden van een nieuwe vijand in Irak en Syrië: Islamitische Staat. Hét keerpunt volgens Mariotti was 30 september 2015. Toen voerde de Russische luchtmacht in Syrië de eerste aanvallen uit op Syrische rebellen. Ook Iran steunde Assad met elitetroepen op de grond. Syrië is sindsdien een soort van Russisch-Iraans protectoraat met Assad aan het hoofd.