Van donderdag 4 tot zaterdag 21 maart, op verscheidene locaties. Info: tel. 02 542 11 22
...

Van donderdag 4 tot zaterdag 21 maart, op verscheidene locaties. Info: tel. 02 542 11 22 Velen onder ons vinden eigentijdse muziek onbegrijpelijk. Onbegrip, zowel op het artistieke vlak als op dat van intermenselijke relaties, leidt vaak tot minachting. Ten onrechte. In tegenstelling tot wat de goegemeente gelooft, is geen immense bagage vereist en is begrip evenmin noodzakelijk om te genieten van cultuur. Je moet niet kunnen tekenen om kippenvel te krijgen van Guernica. Een van de prioriteiten van Ars Musica - aan zijn zestiende editie toe - is het toegankelijk maken van eigentijdse muziek. Ars Musica is al lang niet meer het manke vosje en heeft internationale uitstraling. De voorgestelde werken - grotendeels wereldcreaties of Belgische premières - lokken enthousiasme, nieuwsgierigheid of zelfs heftige verontwaardiging uit, en dat betekent dat ze met de programmering pal in de roos zitten. Dit jaar lopen vier krachtlijnen door die programmering: vier componisten, vier temperamenten, vier manieren om met muziekmateriaal om te gaan en gestalte te geven aan de menselijke verzuchtingen van onze tijd. Want in hun werk kennen de vier toondichters een centrale plaats toe aan de mens. Precies die gedachtewereld is de leidraad die Ars Musica volgt. Het werk van James Clarke (°1957, Londen) is wervelend, kolkend, complex, compact en niet gespeend van humor. Hij is uitgesproken begaan met de existentiële vragen die de mens stelt. Georg Friedrich Haas (°1953, Graz) is de meest poëtisch ingestelde van de vier musketiers. Voor verscheidene van zijn werken laat hij in het donker musiceren en dwingt met zachte hand de gehoorzin van musici én toehoorders 'op scherp' te stellen en open te staan voor de helende kracht en de geborgenheid van de duisternis. De titel van zijn derde strijkkwartet 'In iij Noct' (in deze nacht) is overigens het thema van Ars Musica dit jaar. Wolfgang Rihm (°1952, Karlsruhe) is de veelschrijver onder de hedendaagse componisten. Hij distilleert materiaal uit andere composities, uit andere kunsten en uit het dagelijkse leven tot 'nieuwe grond' waarop hijzelf en anderen kunnen bouwen. Luc Brewaeys (°1959, Mortsel) is een grensganger. Met haast sardonisch genoegen zet hij zichzelf, de uitvoerende musici én het publiek voor schut. Of er überhaupt nog iets gecomponeerd moet worden - er bestaat toch al zoveel - en of dat dan origineel is en al of niet voor het nageslacht bewaard moet blijven? Luc Brewaeys: "Er bestaat inderdaad al zoveel. Maar het feit dat er zoveel componisten rondlopen, los van de kwaliteit van hun muziek, is gewoon het bewijs dat nog niet alles geschreven is. Als je het aantal noten en de mogelijke combinaties ertussen zou uitrekenen - wiskundig bekeken dus - zijn we nog lang niet aan de grens van wat kan. Meestal begin ik pas te schrijven als de muziek in mijn hoofd voor 90 % klaar is en als ik weet dat wat in mijn hoofd zit, als het ware recht van bestaan heeft. Of alles ook gegarandeerd origineel is, tja. Ik ga akkoord met Pierre Boulez, die zegt dat 100 % origineel zijn onmogelijk is, omdat de componist hoe dan ook met allerlei invloeden en met het verleden zit. De definitie van een goede componist: iemand die al die invloeden op een persoonlijke en vooral op een eerlijke manier in een eigen idioom verwerkt." Milo Derdeyn