Ze zijn dom, achterlijk, vuil en onbehouwen, maar wel werklustig. Goed honderd jaar geleden was dat het alomtegenwoordige cliché wanneer Walen het hadden over de Vlaamse migranten die kwamen werken in de florerende Waalse mijnen, ijzerfabrieken en bouwputten. "Overal genieten de Vlamingen het trieste privilege om uitverkoren te zijn voor alle menselijke ellende: lage levensverwachting, kleine gestalte, lijdend aan kliergezwellen, kanker, doofstomheid, blindheid, vervreemding, criminaliteit, ongeletterdheid," schreef Bertillon in de Dictionnaire encyclopédique des s...

Ze zijn dom, achterlijk, vuil en onbehouwen, maar wel werklustig. Goed honderd jaar geleden was dat het alomtegenwoordige cliché wanneer Walen het hadden over de Vlaamse migranten die kwamen werken in de florerende Waalse mijnen, ijzerfabrieken en bouwputten. "Overal genieten de Vlamingen het trieste privilege om uitverkoren te zijn voor alle menselijke ellende: lage levensverwachting, kleine gestalte, lijdend aan kliergezwellen, kanker, doofstomheid, blindheid, vervreemding, criminaliteit, ongeletterdheid," schreef Bertillon in de Dictionnaire encyclopédique des sciences médicales. De verst gevorderde bloedarmoede heette le mal des Flandres. Over het arme Vlaanderen leest u meer op de volgende bladzijde, waar we het boek belichten dat Julien van Remoortere schreef over het wel en vooral wee tussen 1900 en 1945. Het Vlaanderen van de boerenkinkels en het lompenproletariaat strekt zich zelfs uit tot voorbij de Tweede Wereldoorlog. De zwartste ellende lag vroeger en vormde het onderwerp van een merkwaardig reisboek dat de Franstalige journalist Auguste De Winne in 1903 publiceerde: A travers les Flandres, ook gekend als Door arm Vlaanderen. De sombere verslagen over werkloosheid, armoede, uitbuiting, hongersnood en analfabetisme laten geen sprankel hoop voor de toekomst van het mistroostige Vlaanderen. Het kan verkeren. De jongste decennia baadt Vlaanderen in weelde, terwijl Wallonië wegkwijnt in werkloosheid en andere ellende. Bittere waarheid of clichés van zelfgenoegzaam geworden Vlamingen? Pascal Verbeken, redacteur bij het weekblad Humo, maakte zo'n honderd jaar na De Winnes boek een eigentijdse tegenhanger. Zijn A travers la Wallonie kreeg de titel Arm Wallonië. Verbeken schrijft beeldend, zijn stijl krult verrukkelijk zonder te koketteren met overbodige tierlantijnen. En zijn research moet nauwgezet geweest zijn, getuige de vele juiste gesprekpartners en veelbetekenende plaatsen op zijn reisroute. In de buurt van Charleroi Sud stuit hij op "derdegeneratiewerklozen, die noch hun ouders, noch hun grootouders ooit de deur hadden zien uitgaan om ergens arbeid te verrichten." Wat verder woont de in Vlaanderen beruchte Serge Régnier, werkloos, vader van dertig kinderen bij drie vrouwen, trekker van 4000 euro kinderbijslag per maand. Zijn familieportret levert een knoert van een Walencliché op: verslonsd, onverantwoordelijk én steunpilaar van de uitkeringeneconomie. Clichés gutsen als goor rioolwater door het boek, maar Verbeken doorprikt ze evengoed. Nu en dan wil hij ze zelfs wat te voortvarend ontzenuwen, terwijl hij er middenin staat. Al bij al fungeert zijn graven naar de waarheid als een tegengewicht voor het zwart-witdenken in België. Verbeken wijst immers ook op de Waalse clichés over de Vlamingen vandaag, die met zijn allen uiteraard rijk, rechts en racistisch zijn. Pascal Verbeken, Arm Wallonië - Een reis door het beloofde land. Meulenhoff/Manteau, 295 blz., 19,95 euro. Luc De Decker