Op de heuglijke dag van zijn plechtige communie, niet eens twaalf jaar oud, kreeg Omer te horen dat hij niet langer naar school hoefde. Nu ja, keuze had hij niet. Hij werd koewachter bij de boer op de hoek en zijn moeder had het zó aan boord gelegd, dat hij nog voor de middag op post was op de boerderij. Dat was meteen een maaltijd uitgespaard. Wat een koewachter deed? In de winter om zes uur op, in de zomer om vier uur en steevast aan de slag blijven tot het donker werd. 's Morgens enkele koeien het gras rond de sloten laten afgrazen, 's nam...

Op de heuglijke dag van zijn plechtige communie, niet eens twaalf jaar oud, kreeg Omer te horen dat hij niet langer naar school hoefde. Nu ja, keuze had hij niet. Hij werd koewachter bij de boer op de hoek en zijn moeder had het zó aan boord gelegd, dat hij nog voor de middag op post was op de boerderij. Dat was meteen een maaltijd uitgespaard. Wat een koewachter deed? In de winter om zes uur op, in de zomer om vier uur en steevast aan de slag blijven tot het donker werd. 's Morgens enkele koeien het gras rond de sloten laten afgrazen, 's namiddags hard labeur op het veld en 's avonds de koeienvlaaien op de weiden oprapen, want dat was gratis mest. Daarmee verdiende een knaap rond 1910 zowat 5 frank per maand. Ter vergelijking: een brood kostte in die tijd 75 centiem. Een dag uit het leven van een jonge koewachter vormt een van de vele taferelen in de bundel In de tijd van de kleine patatten. De doorgewinterde schrijvende duizendpoot Julien van Remoortere tekende getuigenissen op uit het dagelijkse leven in het Vlaanderen van 1900 tot 1945. Hier en daar sprankelt er wat humor in de verhalen, maar vaak gaat het om schrijnende armoede en verbijsterende levensomstandigheden in een Vlaanderen dat vandaag (gelukkig) niet meer herkenbaar is. Zonder die boodschap te expliciteren, toont het boek vooral aan hoe snel Vlaanderen na de Tweede Wereldoorlog veranderd moet zijn. De regio die zich vandaag al bij al tot de welvarendste ter wereld mag rekenen, kende amper zes tot zeven decennia geleden nog de armoede en ellende die we vandaag alleen associëren met vage ontwikkelingslanden of desnoods met de erbarmelijkste uithoeken van Roemenië. In het eerste deel schuift Van Remoortere de arbeidswereld onder de loep. Naast de wijdverbreide kinderarbeid, het haast feodale zwoegen bij de aristocratie of de lange dagen in de fabriek, merken we ook de opkomst van de vakbonden. "De tijd van lafheid moet uit zijn, beminde werklieden! Helpt een handje uitsteken om uwe belangen te verdedigen," werven de Christene Beroepsvereenigingen en Maatschappelijke Werken van het Land van Waas. De toch wel bijzondere rol van de toen nog gestaag groeiende vakbonden blijft wat onderbelicht in dit overzicht. Van Remoortere heeft meer aandacht voor het eten, (bij)geloof en de twee wereldoorlogen. Taferelen uit het onderwijs krijgen we ook, maar ook daar hadden we toch graag wat meer aandacht gehad voor het gebrek aan kansen. Voor de overgrote meerderheid van de Vlamingen was de middelbare school al even veraf als een zitje in het parlement. Pas als er kansen gecreëerd worden, kunnen ze ook gegrepen worden. Julien van Remoortere, In de tijd van de kleine patatten - Vlaanderen 1900-1945. Van Halewyck, 240 blz., 17,50 euro.Luc De Decker