'Eigen fruitsappen op de markt gebracht' Veerle Van Hoof, PIPO Appelsappen

"In 1978 is mijn man, Piet Porreye, begonnen als fruitboer, met 3 hectaren peren. Ondertussen hebben we met ons bedrijf Demeter 14 hectaren met appels, peren en kersen."
...

"In 1978 is mijn man, Piet Porreye, begonnen als fruitboer, met 3 hectaren peren. Ondertussen hebben we met ons bedrijf Demeter 14 hectaren met appels, peren en kersen." "Onze oudste zoon Dries is in 2003 in het bedrijf gestapt. In 2006 heb ik mijn baan opgegeven om, samen met Piet en Dries, Pipo Appelsappen te beginnen. Diversifiëren leek geen slecht idee. De fruitteelt zat in een neerwaartse spiraal, met steeds lagere prijzen als gevolg van de goedkope concurrentie uit het voormalige Oostblok. Later kwam daar de Russische boycot bij, terwijl we net zoveel inspanningen hadden gedaan om dat land te 'veroveren' met onze conférence-peer." "We lieten onze zongerijpte appels kraakvers persen en pasteuriseren, ontwierpen mooie etiketten en boden het sap aan op de school waar onze vijf kinderen hadden gezeten. De directeur durfde niet te weigeren (lacht). Andere scholen volgden, net als de kleinhandel in de regio. Enkele jaren later hadden we 500 verkooppunten in Vlaanderen." "Onder impuls van onze zoon Brecht, die er in 2012 bij kwam, kochten we een persinstallatie. Zo konden we nieuwe smaken ontwikkelen. Appel met zwarte of rode bes bijvoorbeeld. We blijven ons aanbod uitbreiden met nieuwe combinaties, en met nieuwe producten zoals siroop, suikerarme confituur en honing. Persen doen we twee tot drie dagen per week. Op de andere dagen is de pers beschikbaar voor wie sap wil maken van zijn eigen fruit." "Nu supermarkten de lokale producten ontdekken, kunnen we sterk groeien. Ons sap is wel duurder dan dat van de gewone merken, maar wij voegen er dan ook niets aan toe: geen water, geen suikers, geen bewaarmiddelen, geen kleur- of smaakstoffen."De geschiedenis van Fruitbedrijf Derwael gaat terug tot 1922. "Mijn grootvader is toen begonnen als pachter. Hij kocht fruit op stam, dat hij plukte en verhandelde. Beetje bij beetje begon hij percelen te kopen. Nu hebben we 100 hectaren boomgaard: appels, peren en kersen." "Omdat we het gros van ons fruit uitvoeren, en ook dat van collega-telers, hebben we de dochteronderneming Bel'Export opgericht. We leveren in Nederland, Frankrijk, Duitsland, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Polen, Wit-Rusland, Letland, Litouwen en Singapore. De Russische boycot was een mokerslag. Verkochten we daar vroeger 30 miljoen kilogram fruit - ruim een derde van onze omzet - dan is dat nu nog amper 15 miljoen kilogram." "Dat we afhankelijk zijn van de natuur, zijn we gewoon. Daar kunnen we ons tot op zekere hoogte tegen verweren. Maar tegenover de internationale politiek staan we machteloos." "Hoe we dat hebben opgevangen? Door grotere volumes te leveren in buurlanden als Duitsland, en door nieuwe markten aan te boren, vooral China. Anders dan Rusland heeft China zelf een grote appelproductie. Onze appels zijn beter maar ook duurder, waardoor we ze slechts aan een beperkte groep rijke Chinezen kunnen verkopen. Maar dat is nog altijd een enorme markt."Piet Porreye: "Het fruit moet in een paar weken worden geoogst. Generaties lang was het geen probleem om plukkers te vinden. Familie kwam helpen, militairen en postbodes namen vrij en het was een begeerde vakantiejob. Nu moeten we een beroep doen op seizoensarbeiders, die vooral uit Polen, Bulgarije en Roemenië komen en die we ook onderdak moeten bieden. Het levert een leuke mix van culturen op, maar het is wel jammer dat het verdiende geld niet in de streek blijft, zoals vroeger. Toen gaven mensen het geld dat ze bijverdienden in de fruitpluk hier in Sint-Truiden uit." Piotr Osijewski: "Ik heb al op verschillende plaatsen in België fruit geplukt. Ook hier heb ik jaren geleden al eens gewerkt. Toen waren we hier met een hele groep familie en kennissen. Ieder gezin logeerde in een caravan en 's avonds zaten we gezellig buiten met enkele glaasjes wodka. Zolang we 's morgens fit waren, mocht dat." (lacht) Sylwia Luzna: "Piotr en ik hebben zes jaar in de komkommerpluk in Nederland gewerkt. Voor mij is het de eerste keer dat ik peren pluk. Maar je leert dat snel. Het is fijn werken, vooral omdat we een geweldig team hebben. Gelukkig maar, want we delen een groot vakantiehuis met vijftien collega's. Klussen als boodschappen doen, koken en poetsen worden netjes verdeeld. Zo houden we nog wat tijd over voor leuke dingen."