Het is kortzichtig de "dreiging" met vertrek van Antwerpse diamantairs - Indiase en andere - te minimaliseren. Dubai, Mumbai en Tel Aviv als nieuwe diamantcentra onderschatten, is dat evenzeer.
...

Het is kortzichtig de "dreiging" met vertrek van Antwerpse diamantairs - Indiase en andere - te minimaliseren. Dubai, Mumbai en Tel Aviv als nieuwe diamantcentra onderschatten, is dat evenzeer. Het versassen van steentjes én het verhuizen van hoofdzetels is zo gebeurd in een scherpe, competitieve wereldmarkt. Zover is het nog niet, al hangt er spanning in de Antwerpse diamantwijk. En dat heeft te maken met het rambo-optreden van onderzoeksrechters die door demonen uit het verleden worden achtervolgd. De diamantsector is het laatste paradepaardje van Antwerpen. Buitenlandse groepen controleren al de chemie en, in het geval van Dubai World, de haven. "Bloeddiamanten" en "fiscale fraudeaantijgingen" veroorzaakten de voorbije maanden turbulentie. Maar na het omturnen van de Hoge Raad voor Diamant (HRD) tot Antwerp World Diamond Centre (AWDC) en de invoering van duidelijke corporate-governanceregels, fonkelt de Antwerpse diamant opnieuw. Maandag en dinsdag spreken op de Diamant Conferentie tenoren uit de hele wereld. En toch. De Indiase diamantairs - goed voor meer dan 60 % van de 18 miljard euro business in de Scheldestad en 30.000 directe en indirecte arbeidsplaatsen - jammeren over "rechtsonzekerheid" (blz. 71). En in Dubai werken gewezen HRD-kopstukken Peter Meeus en Youri Steverlynck naarstig aan de uitbouw van de stad als diamantcentrum (blz. 76). Niemand in de diamantgemeenschap betwist dat het gerecht zijn werk moet doen; rotte appels moeten eruit. AWDC kiest voor transparantie. Sinds de reorganisatie kwamen trouwens geen dubieuze dossiers meer boven water, maar Justitie maalt langzaam. Laten we hopen dat de magistratuur discreet en met meer verantwoordelijkheidszin te werk zal gaan, mochten er nieuwe fraudegevallen worden gemeld. Het vermoeden van onschuld en de broosheid van Antwerpen indachtig. In bewarend beslag nemen van diamantvoorraden, zoals begin dit jaar gebeurde, heeft de hele Antwerpse diamantmarkt danig ontwricht. Het vertrouwen is geschonden en zware, misschien onherstelbare schade werd aangericht. Diamantairs, van wie de schuld niet bewezen is (na meer dan tien maanden nog altijd niet!), werden naar het faillissement gedreven. En omdat de diamantbusiness intiem onderling verweven is, zijn niet alleen hoofdverdachten getroffen in hun beroepsactiviteit, ook andere zakenpartners. Valt het dan te verbazen dat de handel uitkijkt naar alternatieve diamantcentra en roept om inperking van het mandaat van de onderzoeksrechter? Ongewoon is dat niet. Een rechtercommissaris heeft in Nederland minder vergaande bevoegdheden. Hoe ver een onderzoeksrechter kan en mag gaan met bewarende, voorlopige maatregelen, is volgens Brice De Ruyver een fundamenteel debat waard. De professor stak heel wat energie in de reorganisatie van de Antwerpse diamantwereld en betreurt het soms ongenuanceerde optreden van het gerecht. Maar een inperking van het mandaat van de onderzoeksrechter lijkt twijfelachtig. Als we van Indiase diamantairs in dit dossier meer rationaliteit verwachten, zou dit ook mogen van het rechtsapparaat. In een sector die onder internationale druk staat, draagt de magistratuur een zware verantwoordelijkheid. Erik Bruyland