Stipt om halftwee komen we aan op de hoofdzetel van Alcopa - het bedrijf van de familie Moorkens - in Kontich. Fotograaf Michel Wiegandt is al wat sfeerbeelden aan het maken. Iets later arriveert Luc Broos, algemeen directeur van de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij (POM) Antwerpen, de economische arm van het provinciebestuur. Samen gaan we drie sterkhouders uit de provincie bezoeken om het debat tussen bedrijfsleiders en de regionale beleidsmensen te stimuleren. Waarom zit de onderneming op die locatie, wie houdt haar daar, hoe groot is de toegevoegde waarde voor de streek en wat kan de provinciale overheid voor haar doen? De Antwerpse bedrijfsleiders liggen vooral wakker van mobiliteit, tekort aan arbeidskrachten en een overdaad aan reglementen.
...

Stipt om halftwee komen we aan op de hoofdzetel van Alcopa - het bedrijf van de familie Moorkens - in Kontich. Fotograaf Michel Wiegandt is al wat sfeerbeelden aan het maken. Iets later arriveert Luc Broos, algemeen directeur van de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij (POM) Antwerpen, de economische arm van het provinciebestuur. Samen gaan we drie sterkhouders uit de provincie bezoeken om het debat tussen bedrijfsleiders en de regionale beleidsmensen te stimuleren. Waarom zit de onderneming op die locatie, wie houdt haar daar, hoe groot is de toegevoegde waarde voor de streek en wat kan de provinciale overheid voor haar doen? De Antwerpse bedrijfsleiders liggen vooral wakker van mobiliteit, tekort aan arbeidskrachten en een overdaad aan reglementen. Ondanks het strakke tijdschema is de sfeer ontspannen. Na een lange voorbereiding hebben we eindelijk drie managers uit de top 20 kunnen strikken. We beginnen onze rondrit in Kontich. Op het industrieterrein Satenrozen huizen de vestigingen van Alcopa, verspreid over 96.000 vierkante meter. Het bedrijf van de Antwerpse familie Moorkens verdeelt auto's, tweewielers en kantoormeubelen. De 2300 medewerkers wereldwijd realiseren een geconsolideerde jaaromzet van 1,3 miljard euro in twaalf landen. Maar de secretaresse van Dominique Moorkens heeft slecht nieuws. Haar baas is onverwachts naar Roemenië vertrokken en laat zich vervangen door William Meerschaut, public relations manager van Korean Motor Company (Hyundai). Vriendelijk leidt de fervente chauffeur ons rond op het immense bedrijfsterrein. We bezoeken de opleidingscentra, de onderhoudsgarages, de showrooms, de magazijnen en het parkeerdepot van de merken die Alcopa onder zijn hoede heeft. Onderweg botsen we op een groep middelbare scholieren. Het is Dream Day. Met het oog op hun latere studies krijgen leerlingen uit het laatste jaar de kans een bedrijf uit de omgeving te bezoeken. Blitse wagens en motoren doen het duidelijk nog goed bij de jeugd. Voor de foto wil Meerschaut wel poseren, maar liever niet op een tweewieler van Suzuki. Dat kan misschien gevoelig liggen bij zijn collega. De interne concurrentie in de groep speelt duidelijk. Maar buiten het jaarverslag van 2006 kan de pr-manager van Hyundai ons maar weinig informatie geven. In het familiebedrijf is maar één persoon de baas, en dat is de eigenaar. Dankzij moderne communicatiemiddelen slagen we er wel in contact te krijgen met de pater familias, trotse vader van drie Aziatische adoptiekinderen (twee uit Korea en een uit Thailand). Op zijn bureau liggen Trends en Le Soir Magazine. Wat zijn de troeven van de provincie Antwerpen? "Zonder twijfel de haven", antwoordt de topman van Alcopa. Moorkens: "Wij importeren en exporteren veel. Dankzij onze centrale ligging - vlak naast de E19 tussen Antwerpen en Brussel - kunnen wij onze klanten in heel Europa binnen de 24 uur met modellen, wisselstukken of onderdelen bevoorraden per schip, vrachtwagen of trein. De talenkennis van de Antwerpenaren maakt ook dat we gemakkelijk kunnen werken in de zeer internationale automobielsector." "Logistiek is dé kracht van Antwerpen", bevestigt Luc Broos. "Naar het voorbeeld van onze collega's uit Limburg zijn wij eind vorig jaar begonnen met het uitwerken van een strategie om de provincie verder te ontwikkelen als logistieke topregio. Het concept Extended Gateway - uitgewerkt door het Vlaams Instituut voor de Logistiek (VIL) - is de inspiratiebron. De stuurgroep bestaat uit vertegenwoordigers van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen, drie intercommunales (Igemo, IOK, Igean), nv De Scheepvaart, Waterwegen en Zeekanaal, Infrabel en het VIL. De studie beslaat vier fases: analyse, benchmarking, potentiebepaling en een actieplan. Een consortium van Buck Consultants International, de VUB-vakgroep MOSI-T en Randstad leidt het onderzoek. Op 28 mei maken wij de conclusies op een economisch forum bekend. De bedoeling van het forum is de logistieke sector in onze provincie te verankeren op een maatschappelijk verantwoorde manier." "Mobiliteit is het grootste probleem in de provincie", zucht Moorkens. "Behalve de herstelling van de Ring rond Antwerpen heeft de overheid de jongste twintig jaar geen grote investeringen in wegeninfrastructuur meer gedaan. De heraanleg van de Leien is een ramp. Al lang wordt over een Oosterweelverbinding gesproken. Maar concrete resultaten hebben we nog altijd niet gezien. Hetzelfde geldt voor het doortrekken van de Expresweg, de verbinding tussen de E19 en de A12. Bovendien wordt het tekort aan geschikt personeel voor technische functies nijpend. Wij vinden geen mecaniciens en koetswerkherstellers meer." Maar de topman van Alcopa ergert zich nog het meest aan de administratieve rompslomp in ons land. Moorkens: "De complexiteit van de arbeidsmarkt en de sociale wetgeving dwingen ons voor elk onderdeel van het bedrijfsleven een specialist in dienst te nemen. Ik vraag me af hoe kleine ondernemers onder deze onophoudelijke zondvloed van nieuwe regels kunnen overleven. Elk niveau - van federaal over regionaal en provinciaal tot gemeentelijk - draagt zijn steentje bij. Als Belg kan ik de verschillende bevoegdheden niet meer onderscheiden." De nood aan vereenvoudiging is groot. Moorkens: "Anders verliezen de mensen hun creativiteit. Kijk naar de nieuwe subsidieregeling voor opleidingen. Je moet drie jaar op voorhand een vormingsplan opmaken met een gedetailleerde lijst van wie wat gaat volgen. Dat is niet haalbaar. Wanneer de cursus begint, hebben veel werknemers al een andere job of heeft het bedrijf geen nood meer aan de kennis." Volgens Matthijs De Wit, de milieuverantwoordelijke van Alcopa, maakt de staat het leven van de bedrijven moeilijk: "Het bodemattest voor garages is maar zes maanden geldig. We moeten dus telkens opnieuw een exploitatievergunning aanvragen. De overheid legt soms ook absurde voorwaarden op." De POM Antwerpen staat machteloos tegen deze bureaucratisering. Broos: "Wij kunnen bepaalde pijnpunten - zoals mobiliteit en procedures - aan de bevoegde instanties signaleren. Maar onze hoofdtaak is de stimulering van het ondernemerschap in de provincie. In overleg met het Vlaams Agentschap Ondernemen (VLAO), dat de concrete begeleiding van bedrijven verzorgt, concentreert de POM Antwerpen zich op de ontwikkeling van industriegronden, de uitbouw van bedrijvencentra en de promotie van de provincie in het buitenland." Maar daar heeft Alcopa niet onmiddellijk een boodschap aan. Moorkens: "Dagelijks moeten wij vechten om te overleven. Gelukkig zijn we tijdig uit de productie van voertuigen gestapt. Als gevolg van de hoge loonkosten verdwijnen alle assemblagecentra naar Oost-Europa of nog verder. Dankzij onze ondernemingsgeest kunnen wij overleven in België. Ondernemingszin staat centraal in ons personeelsbeleid. Zo geven wij onze dealers de kans de garage over te nemen. Wij blijven eigenaar van de infrastructuur. Dat verhoogt het engagement van de werknemers. Hetzelfde geldt voor de prestatieboni. Ondanks de goede resultaten, staan de marges van Alcopa in België voortdurend onder druk. Maar we zijn niet van plan te verhuizen, zolang de regio competitief blijft. Het neemt niet weg dat we de grootste groei realiseren over de grens. Jaarlijks worden de pro's en contra's tegen elkaar afgewogen." Tijdens de autorit naar de Antwerpse haven merkt Broos op dat familiebedrijven in ons land nog altijd sterk volgens het oude adagio vivons heureux, vivons cachés leven. Dat kun je van BASF beslist niet zeggen. Als voormalige schietschijf van Greenpeace draagt de Duitse chemiereus transparantie hoog in het vaandel. Met 3532 medewerkers, een omzet van 5,2 miljard euro en een nettowinst van 282 miljoen euro zette BASF Antwerpen een van de sterkste prestaties in de provincie neer. Ondertussen investeert de groep 1,3 miljard euro in acht nieuwe bedrijfseenheden, die eind dit jaar klaar moeten zijn. Milieu is en blijft een hoofdbekommernis. In 1964 koos de Duitse chemiegroep voor de Antwerpse haven als bruggenhoofd voor haar overzeese afzetgebieden. Later verschoof de focus naar de Europese markt, waar BASF Antwerpen nu zowat 80 % van zijn export realiseert. Aangezien de onderneming voor de aanvoer van haar grondstoffen geen echte diepzeehaven nodig had, koos ze voor de inlandse ligging van de sinjorenstad - dichter bij de klanten - wat de logistieke kostprijs drukte. Gedelegeerd bestuurder Wouter De Geest: "Bovendien was er voldoende grond beschikbaar (600 ha) en had de lokale overheid de vaste wil om een petrochemische cluster uit te bouwen. Ondertussen beschikt BASF Antwerpen over meer dan vijftig installaties van wereldformaat. Zo'n productieapparaat verplaats je niet zomaar. Antwerpen biedt als centraal gelegen industriegebied nog altijd goede randvoorwaarden. Al moeten alle sociaaleconomische partners er samen voor zorgen dat die troeven niet eroderen." De provincie is altijd een betrouwbare partner geweest van BASF Antwerpen. De Geest: "Ze behandelt een aantal vergunningen en zorgt met haar rampenplannen mee voor onze veiligheid. In grensoverschrijdende dossiers kan en wil de provinciale overheid een rol spelen. Dankzij de stille diplomatie van haar medewerkers zijn de waterverdragen met Nederland getekend, waardoor de Westerschelde uitgebaggerd kan worden. Hetzelfde geldt voor de aanvoer van ammoniak langs de waterwegen in Zeeland. Bij discussies over ruimtelijke ordening, infrastructuur en mobiliteit treedt de provincie altijd als een katalysator op. Zo ligt gouverneur Camille Paulus mee aan de basis van het Masterplan in Antwerpen, dat voor de ontsluiting van de Ring zal zorgen." Volgens de topman van BASF Antwerpen werkt de provincie het best wanneer het gaat om bevoegdheidsdomeinen die de gemeentegrenzen overschrijden. De Geest denkt dan aan veiligheid, opleiding van hulpdiensten, rampenplannen, medische interventie en sommige milieuvergunningen. De provincie helpt ook in de ondersteuning van de industriële sectoren die binnen haar grenzen actief zijn. De Geest: "Het provinciebestuur heeft bijvoorbeeld een educatief havencentrum opgericht, waarin scholieren kennis kunnen maken met alle aspecten van het bedrijfsleven." De zoektocht naar geschikte werknemers baart de petrochemische sector in de Antwerpse haven voortdurend zorgen. De spontane instroom volstaat niet om alle functies - van specialisten tot administratief of logistiek personeel - in te vullen. Met vreugde stelt de topman van BASF Antwerpen vast dat de provincie samen met de VDAB en het onderwijs initiatieven uit de grond stampt om de toegang tot de arbeidsmarkt te verbeteren. Bij de opening van I-Days vorige maand vergat De Geest in zijn speech echter het project Procesindustrie 2010 te vermelden. Dit initiatief van POM Antwerpen tracht met steun van de Europese Commissie de toekomst van de grensregio als chemiecluster veilig te stellen. BASF Antwerpen kreeg prompt een brief van Luc Broos, een van de drijvende krachten achter het project. De Geest: "Met ons opleidingscentrum voor de jeugd - Acta - trachten we de leerlingen uit het middelbaar onderwijs te motiveren de stap naar de chemische sector te doen." De provinciale overheid heeft een belangrijke functie als brug tussen de lokale en de regionale of federale overheid, aldus De Geest: "Dit tussenniveau staat al jaren ter discussie. Belangrijk is echter dat elk bestuursniveau op zijn manier een toegevoegde waarde levert voor de gemeenschap. Misschien kan een nieuwe definiëring van de provinciale bevoegdheden leiden tot een nog efficiëntere organisatie van de staat." Tenslotte zorgt BASF Antwerpen op zijn beurt goed voor de provincie, door voor werkgelegenheid te zorgen en relatief veel belastingen te betalen. Daarnaast stelt het chemiebedrijf zijn terreinen en experts ter beschikking voor veiligheidsoefeningen in het raam van het Sevesoplan. Ook steunt de groep socioculturele projecten van de provincie, zoals het kunstencentrum deSingel. Met dertig medewerkers en een jaarbudget van zes miljoen euro steunt de POM Antwerpen de streekontwikkeling door concrete projecten op drie fronten: ontwikkeling van bedrijfsterreinen, de uitbouw van centra voor startende ondernemingen en de promotie van de regio in het buitenland. Broos: "We begeleiden bijvoorbeeld de sanering van vervuilde industriegronden in Willebroek-Noord, het grootste brownfield van Vlaanderen. We behoren ook tot de oprichters van het Waterfront Research Park in Niel. Dit publiek-privaat samenwerkingsverband met ontwikkelaar Soficom Development en de Universiteit Antwerpen trekt kennisintensieve kmo's aan - zoals Ackinas en Unithink - om een innovatieve cluster in de provincie uit te bouwen. Vooral jonge bedrijven uit de bio- en informatietechnologie vestigen zich op de site. Na de zomer beginnen we met de bouw van een tweede kantorencomplex. The Cell Factory, actief in stamcelonderzoek, komt er zich vestigen. En ten slotte verzorgt de POM Antwerpen de internationale relaties voor bedrijven uit de streek die niet over de mogelijkheden beschikken om veel aan prospectie te doen. Zo waren wij gastheer van de Tianjin-Antwerp Business Dialogue in september. Daaraan namen 170 vertegenwoordigers van Chinese bedrijven deel." De directeur van POM Antwerpen gelooft sterk in de combinatie van transport, distributie en logistiek (TDL). Broos: "Antwerpen is een hub van wereldformaat. Vanuit de Antwerpse haven wordt heel de wereld bevoorraad. Maar dat is meer dan opslag en overslag. De provincie realiseert 25 % van de toegevoegde waarde en tewerkstelling in ons land dankzij TDL. Daar ligt de toekomst van onze provincie. Zij vertegenwoordigt een omzet van 4,5 miljard euro en 47.296 arbeidsplaatsen. Uit een studie van Haley & Baker blijkt dat 65 % van de Europese koopkracht zich binnen een cirkel van 500 kilometer rond Antwerpen bevindt." De POM Antwerpen besteedt bijzonder veel aandacht aan de mobiliteit in de provincie. Broos: "Ons kenniscentrum probeert een draagvlak te creëren voor het ontwikkelen van een ondergronds logistiek systeem (OLS). Dat concept werd mede ontwikkeld door de Antwerpse transporteconoom Willy Winkelmans. Verschillende onderzoeksopties liggen open, voornamelijk gericht op het containervervoer. Door een ondergrondse transportband aan te leggen, bijvoorbeeld tussen de havengebieden op de linker- en de rechteroever van de Schelde, zou heel wat verkeer van de weg gehaald kunnen worden. Voor grote afstanden en grote volumes komen andere ondergrondse systemen in aanmerking die containers snel en veilig kunnen transporteren. Door mensen met een toekomstvisie samen te brengen met mensen met technische kennis, proberen we een momentum te creëren." Met 2883 medewerkers, een omzet van 1,5 miljard euro en een nettowinst van 632 miljoen euro is Atlas Copco Airpower in Wilrijk wereldleider in luchtcompressoren voor de industrie. De dochter van de gelijknamige groep uit Zweden - eigendom van de bekende familie Wallenberg - is al sinds 1956 gevestigd in de provincie Antwerpen. In dat jaar nam de onderneming Arpic Engineering van Marc Enthoven over en veranderde ze haar naam van Atlas Diesel in Atlas Copco, wat staat voor Compagnie Pneumatique Commerciale. In 1968 beslissen de Zweden al hun compressorenactiviteiten naar de provincie Antwerpen te verhuizen. "België is het middelpunt van West-Europa", zegt Ronnie Leten, gedelegeerd bestuurder van Atlas Copco Airpower. "Ons moederbedrijf zocht een toegangspoort tot de Europese Unie, waartoe Zweden toen nog niet behoorde. Ons land stond toen bekend om zijn goede werkethiek, lage belastingvoeten (!) en goede locatie voor transport naar de Verenigde Staten." Als enige niet-Zweed zit Ronnie Leten, die al sinds 1985 voor het bedrijf werkt, in het dagelijks bestuur van de groep: "Ondertussen weet ik al hoe ik op z'n Zweeds wijn moet drinken", lacht de Limburgse voorzitter van de compressorenafdeling. "Eerst elkaar een voor een aankijken, dan samen van het glas proeven om daarna opnieuw oogcontact te maken." De Scandinaven hechten veel belang aan sociale relaties. Leten: "Wij onderhouden goede contacten met de buurtbewoners, de lokale overheid en provinciale instanties. Atlas Copco Airpower is geen vervuiler, noch wat uitstoot noch wat geluid betreft. Er heerst ook een informele sfeer op de werkvloer. De medewerkers staan centraal en krijgen heel wat vrijheid. In de kantine zitten arbeiders, bedienden en kaderleden door elkaar. Iedereen spreekt elkaar aan met de voornaam, van laag tot hoog. Atlas Copco Airpower investeert ook jaarlijks drie miljoen euro in trainingen. Elke werknemer heeft recht op minimaal veertig uur opleiding per jaar. Wij mogen zeker niet klagen over de flexibiliteit van de arbeidskrachten." Ondanks de verschuiving van de markt naar de BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India en China) blijft de Zweedse multinational zijn hoofdkwartier in Wilrijk houden. Leten: "Binnen een kring van 250 kilometer rond Antwerpen kun je het gros van de Europese markt bevoorraden. Bovendien biedt de haven uitvoermogelijkheden naar de rest van de wereld. Voorts zit in Wilrijk de kern van onze competenties en onze kennis van de wereldmarkt. Onze vestiging langs de A12 huisvest een dertigtal nationaliteiten. Gelukkig is er in de buurt ook een uitstekende internationale school voor kinderen van buitenlandse kaderleden. De levenskwaliteit ligt hier ook hoog. De huizen zijn betaalbaar en iedereen spreekt wel Frans of Engels. Daarnaast biedt ons land een sociale zekerheid van hoog niveau tegen een aanvaardbare prijs. 's Avonds kun je nog zonder problemen op straat lopen. Alleen aan het wegtransport moet dringend iets gedaan worden. Anders slibt alles dicht. Zo vertrekken vanuit het hoofdmagazijn in Wilrijk, waar meer dan 40.000 wisselstukken opgeslagen liggen, dagelijks een honderdtal vrachtwagens naar onze klanten. Dankzij de nieuwe containerterminal in Willebroek, op nog geen vijf kilometer, kunnen wij nu massaal overschakelen op watertransport voor ons vervoer naar de haven." Dit herwaarderingsproject van 120 ha tussen de A12 en het zeekanaal Brussel-Rupel is een realisatie van de POM Antwerpen. Broos: "Ondanks de strategisch zeer goede ligging ligt de site al meer dan twintig jaar braak. De mogelijkheden werden tot nog toe amper benut. Er is dus nood aan een ruimtelijk-economische toekomstvisie die we vervolgens via een projectontwikkeling kunnen realiseren. Er zijn investeringen nodig in de kade- en weginfrastructuur." Mobiliteit is een groot probleem in de provincie Antwerpen, zegt de topman van Atlas Copco Airpower. Leten: "Als ik van thuis in Mol naar mijn kantoor in Wilrijk rij, moet ik om zes uur vertrekken. Anders sta ik gegarandeerd in de file en verlies ik twee kostbare uren heen en terug. Ik overnacht dan ook regelmatig in Antwerpen. Maar eigenlijk zit ik meer in het buitenland dan in België. Dit is een multinational, die een internationaal beleid voert." Met het oog op de vermindering van het woon-werkverkeer onderzoekt Atlas Copco Airpower de oprichting van satellietkantoren, zoals in Herentals of het Waasland. De onderneming kijkt dan ook uit naar de langverwachte ontsluiting van de Ring rond Antwerpen, die de regio attractiever maakt. Leten: "Het aanbod van hooggeschoolde vakmensen is laag. Bovendien leven veel Vlamingen graag onder hun kerktoren. Daar ligt mijn grootste uitdaging. Hoe trek ik de beste technisch opgeleide arbeidskrachten aan? Op alle niveaus willen wij, naar Zweeds voorbeeld, ook meer vrouwen in het bedrijf. De groep voert een sociaal en aantrekkelijk personeelsbeleid. Bovendien werven wij voornamelijk intern aan. Als er ergens een post vrijkomt, krijgt elke medewerker een kans. Maar hij of zij moet wel zelf het initiatief nemen. Zo ben ik ook op deze stoel geraakt." (T)Door Eric Pompen/Foto's Michel Wiegandt