De jongste jaren werkt de hefboom vrijwel feilloos: als een concern een grootschalige herstructurering aankondigt, waarbij duizenden banen voor de bijl gaan, schiet de beurskoers pijlsnel de hoogte in. In het boek Voor hetzelfde geld wijst het Utrechtse auteursduo Henk van Arkel en Guus Peterse op nog enkele gelijkaardige fenomenen. Zoals de miljoenen kostende staking die in 1998 bij de Amerikaanse autofabrikant General Motors uitbrak tegen de dreigende uitbesteding van een deel van het werk. Prompt ging de koers van de GM-aandelen omhoog. De beurs oordeelde positief over de harde opstelling van de directie tegenover de vakbonden.
...

De jongste jaren werkt de hefboom vrijwel feilloos: als een concern een grootschalige herstructurering aankondigt, waarbij duizenden banen voor de bijl gaan, schiet de beurskoers pijlsnel de hoogte in. In het boek Voor hetzelfde geld wijst het Utrechtse auteursduo Henk van Arkel en Guus Peterse op nog enkele gelijkaardige fenomenen. Zoals de miljoenen kostende staking die in 1998 bij de Amerikaanse autofabrikant General Motors uitbrak tegen de dreigende uitbesteding van een deel van het werk. Prompt ging de koers van de GM-aandelen omhoog. De beurs oordeelde positief over de harde opstelling van de directie tegenover de vakbonden. BALLONECONOMIE.Zulke feiten grijpen Peterse en van Arkel aan als springplank om de balloneconomie toe te lichten. Steeds meer geld komt immers terecht in de financiële ballon waar enorme rendementen behaald worden met speculaties. De financiële sector groeide de voorbije kwarteeuw dan ook exponentieel. Begin jaren zeventig was 90% van het internationale betalingsverkeer nog gerelateerd aan handel of langetermijninvesteringen, terwijl hooguit 10% speculatief was. Volgens Cambridge-econoom John Eatwell zijn die percentages vandaag omgekeerd. Vele ondernemingen verdienen al meer met financiële transacties dan met het verkopen van hun producten. Merken de auteurs op: "Deze rendementen worden niet behaald in werkelijke, harde economische transacties, maar op de financiële markten, in allerlei speculatieve transacties. In deze mallemolen staat rijkdom steeds meer voor aanspraken op consumptie in plaats van reële toename van consumptie. Niet het fysiek gebruiken van spullen, gebieden of mensen neemt toe, maar de claims daarop." Er ontstaat een economie van papieren vermogens. Daarvoor is vertrouwen nodig in die papieren. "Zonder dat vertrouwen blijft alleen lucht over. De situatie heeft veel weg van een opgeblazen ballon die steeds verder uitdijt." De balloneconomie veroorzaakt een overschot aan waardepapieren, maar een tekort aan ruilmiddelen in de samenleving. "Zolang het vertrouwen gehandhaafd blijft, is er weinig aan de hand. Maar als ooit het vertrouwen wegvalt, zijn de rapen gaar. Dan zullen de speculanten hun virtuele vermogens willen omzetten in reële waarden. En dan zal blijken dat alle schuldaanspraken lang niet kunnen worden opgebracht." Wat er dan gebeurt, is al gebleken uit de prik in de Japanse zeepbeleconomie, maar het kan nog veel erger, zo stippen de auteurs aan. In het laatste deel van het boek bespreken Peterse en van Arkel de mogelijkheden om dergelijke crisissituaties lokaal het hoofd te bieden met behulp van lokale ruil- en spaarsystemen. Ze zijn er rotsvast van overtuigd dat deze systemen zich kunnen onttrekken aan de nukken van de financiële sector. In die visie en vooral in de talloze alternatieven voor de huidige (geld)economie schuilt de charme van dit boek, maar tegelijk ook de kwetsbaarheid. In hun gloedvol betoog laten de auteurs zich immers ook al eens betrappen op een gulzige portie vooringenomenheid. Soms komt het er gewoon op aan hoe je je voorbeelden kiest om je grote gelijk te bewijzen. Toch is het boek niet alleen lectuur voor dromers. Het zet op zijn minst aan het denken en nodigt uit voor meer onderzoek. BANKIER VOOR DE ARMEN.De in de VS gevormde en in Bangladesh docerende econoom Muhammad Yunus is de initiatiefnemer van één van de lokale economische of financiële systemen zoals Peterse en van Arkel promoten. In zijn boek Bankier voor de armen zet Yunus uiteen hoe hij in 1976 in Bangladesh de Grameen Bank oprichtte, die zelf naar de allerarmsten trok om hen (zeer) kleine kredieten te verlenen. Vaak gaat het om niet meer dan 10 dollar. Met dat luttele bedrag begint de man of (meestal) de vrouw een winkel of koopt er een koe of een weefgetouw mee. Op die manier krijgt het gezin de kans om zich uit de spiraal van de armoede te hijsen. Bovendien vraagt de Grameen Bank absoluut geen woekerinteresten, een praktijk die vele andere armen in Bangladesh veroordeelt tot een statuut dat nog het best te vergelijken valt met dat van lijfeigene of slaaf. Het initiatief van Yunus vond al navolging in 57 andere landen. De bestuurders van de Wereldbank ondersteunen het. Yunus beseft dat hij een economie niet in een handomdraai kan doen opveren met zijn armenbank, maar beklemtoont alvast dat het systeem zorgt voor een concrete bestrijding van de noden. Nu en dan wordt zijn discours melig en prekerig, maar dit doet uiteraard niets af van de verdiensten op het terrein. Henk van Arkel & Guus Peterse, Voor hetzelfde geld - Hoe geld de wereld stuurt en welke alternatieven er zijn. Jan van Arkel/Strohalm, 240 blz. ISBN 9070334739.Muhammad Yunus & Alan Jolis, Bankier voor de armen. Element, 348 blz., 990 fr. ISBN 9056890573.LUC DE DECKER