Bereken de pensioenuitkering op basis van het arbeidsinkomen na veertig of vijftig jaar. Daarmee wordt werken op latere leeftijd aantrekkelijker en wordt de vervroegde uittreding ontmoedigd. Het huidige systeem waarbij de pensioenuitkering van werknemers wordt berekend op basis van de hele carrière (in principe 45 jaar) heeft die incentive niet. Dat is een van de belangrijkste conclusies van een onderzoek van Tim Buyse, Freddy Heylen en Renaat Van de Kerckhove van het onderzoeksinstituut Sherppa (Universiteit Gent) en het Vlaams Steunpunt voor Beleidsrelevant Onderzoek Fiscaliteit en Begroting.
...

Bereken de pensioenuitkering op basis van het arbeidsinkomen na veertig of vijftig jaar. Daarmee wordt werken op latere leeftijd aantrekkelijker en wordt de vervroegde uittreding ontmoedigd. Het huidige systeem waarbij de pensioenuitkering van werknemers wordt berekend op basis van de hele carrière (in principe 45 jaar) heeft die incentive niet. Dat is een van de belangrijkste conclusies van een onderzoek van Tim Buyse, Freddy Heylen en Renaat Van de Kerckhove van het onderzoeksinstituut Sherppa (Universiteit Gent) en het Vlaams Steunpunt voor Beleidsrelevant Onderzoek Fiscaliteit en Begroting. "De vergrijzing legt de komende jaren een steeds groter beslag op de overheidsfinanciën," zegt Freddy Heylen. "Iedereen is akkoord dat meer werkende vijftigplussers en hogere economische groei absoluut noodzakelijk zijn om de vergrijzing beheersbaar te houden. Wij ontwikkelden een macro-economisch model dat werkgelegenheid naar leeftijd, hoger onderwijs en economische groei verklaart in functie van het overheidsbeleid. We kunnen er ook de gedragseffecten van pensioenhervorming mee inschatten, inclusief de effecten op de overheidsbegroting. Cruciaal is de band te versterken tussen de pensioenuitkering en het arbeidsinkomen, vooral het arbeidsinkomen verdiend in latere werkjaren, zeg maar vanaf veertig jaar." Indien het arbeidsinkomen in de laatste vijftien jaar van een carrière voor de helft meetelt in de berekening van het pensioen, dan leidt dat tot een stijging van de werkgelegenheidsgraad van de vijftigplussers op lange termijn met meer dan een zesde. Wordt de pen-sioenuitkering volledig berekend op basis van het loon van de laatste vijftien jaar (dus tussen 50 en 65 jaar) dan stijgt de werkgelegenheidsgraad van oudere werknemers op termijn met meer dan een derde. Opvallend in het Sherppa-model is dat zo'n maatregel niet enkel leidt tot langere carrières. Ze zorgen ook voor een sterke toename van de economische groei, tot 0,11 procentpunt. Een belangrijke reden is dat investeringen in menselijk en fysiek kapitaal bevorderd worden. Doordat jongeren in dat systeem geen pensioenrechten verliezen aan het begin van hun carrière, zijn ze meer geneigd om langer te studeren. Heylen: "Het perspectief van langer te werken impliceert bovendien een verhoogd rendement voor opgebouwd menselijk kapitaal." Een andere bonus is dat het overheidsbudget toeneemt (+0,64 % van bbp in de gunstigste simulatie) in vergelijking met een ongewijzigd beleid. Dat is eenvoudig te verklaren: de werkgelegenheid en de economische groei stijgen, dat zorgt voor meer belastinginkomsten. Voorts dalen de uitgaven voor langdurige werkloosheid en brugpensioen. Het onderzoek toont ook aan dat een algemeen basispensioen als vervanging van een arbeidsinkomengerelateerd pensioen geen goed idee is. De link tussen werken en studeren enerzijds en pensioen neemt af met een lagere werkgelegenheid tot gevolg (de werkgelegenheidsgraad van ouderen daalt). Ook de jaarlijkse groei neemt af en de overheidsfinanciën komen zwaarder onder druk. A.M.