1 : de jaren eindigend op een "1" zijn geen "wonderjaren". Gemiddeld een daling met 1 %. Uitschieters zijn 1991 met een stijging van 20,3 % en 1931 met een daling van 48,5 %, de grootste daling van de eeuw.
...

1 : de jaren eindigend op een "1" zijn geen "wonderjaren". Gemiddeld een daling met 1 %. Uitschieters zijn 1991 met een stijging van 20,3 % en 1931 met een daling van 48,5 %, de grootste daling van de eeuw. 2 : bescheiden winnaars zijn de jaren met een "2" achteraan. Een stijging van 4,8 % is de gemiddelde evolutie. Aan de top 1922 met een stijging voor de Dow Jones-index van 21,7 %. Op de bodem 1932 met een daling van 25 %. 3 : de jaren eindigend op een "3" gegeven een gemengd beeld. In het begin van de eeuw nog biezonder slecht, maar sinds 1933 is de situatie opgeklaard. In 1933 stegen de koersen immers met 66,7 %, terwijl in 1893 de Dow Jones-index nog met 24,5 % was gedaald. Het gemiddelde ligt op een stijging met 4,4 %. 4 : zonder meer goed is de appreciatie voor de jaren met als laatste cijfer een "4". Met een gemiddelde stijging van 8,1 % (exclusief het cijfer voor 1994) staat het cijfer vier in de top-3 van beste beursjaren. Het jaar 1954 zorgde voor een stijging met 44 %, het jaar 1914 daarentegen viel in negatieve zin op door een daling met 30,8 %. 5 : de crème de la crème. Hét jaar van de stieren. Altijd positief, het ene al meer uitgesproken dan het andere. Absolute topper is 1915 met + 81,7 %, het minst uitgesproken was 1895 met "slechts" 2,3 % stijging. Gemiddeld + 31,5 % (tot en met 1985). Het beursjaar 1995 zit daar dus nog boven het gemiddelde ! 6 : een relatief gematigd jaar met een gemiddelde verschuiving van 3,3 % in positieve zin. Nog het meeste opzien baarde 1936 met een stijging van 24,5 %. De grootste daling werd opgetekend in 1966 met - 18,9 %. 7 : het getal zeven is alvast geen geluksgetal in de beurswereld. Na 1987 helemaal niet meer. Negatiefste uitschieter is 1937. Toen daalde de Dow Jones-index met 33,1 %. Het beste jaar met een "7" dateert al van vorige eeuw, 1897 met 15,4 % stijging. Gemiddeld dalen de koersen met 2,7 %. 8 : de beursjaren eindigend op een "8" zijn meestal mooie beursjaren. Een gemiddelde stijging van 13,3 % betekent de tweede plaats in het totaalklassement. Het jaar 1928 was niet te versmaden voor aandelenbezitters met een stijging van 48,2 %. Het jaar 1978 was met een daling van 3,1 % slechts lichtjes negatief. 9 : met uitzondering van 1929 en 1969 zijn de jaren met een "9" achteraan keurige beursjaren. Gemiddeld 8 % hoger. 1929 blijft in het geheugen gegrift als crashjaar. Positieve uitschieter was 1919 met + 30,6 %. 0 : de jaren met een "0" zijn geen nul over de gehele lijn, maar het gaat wel degelijk die richting uit. Met een gemiddelde daling van 6,6 %, het slechtste jaar om aandelen te kopen. Wat moet dat worden in 2000 ? Het jaar 1950 was de uitblinker met 17,7 % stijging. In 1930 daalden de koersen echter met 33,7 %. D.R.