Een betoverende schoonheid is de secretaresse Denny beslist niet: mollig, blozende wangen met sproeten, gehuld in wijde herenoverhemden en spijkerrokken met een elastische tailleband. Een aseksuele oude vrijster of lesbienne? Alvast geen rivale voor de chique vrouw van haar baas, een professor en psychoanalist? Reageert ze: "Wees gewaarschuwd, echtgenotes: het is niet per definitie de sexy vrouw met de geprononceerde jukbeenderen en de zwierige bos rood haar op haar hoofd die de femme fatale is. I...

Een betoverende schoonheid is de secretaresse Denny beslist niet: mollig, blozende wangen met sproeten, gehuld in wijde herenoverhemden en spijkerrokken met een elastische tailleband. Een aseksuele oude vrijster of lesbienne? Alvast geen rivale voor de chique vrouw van haar baas, een professor en psychoanalist? Reageert ze: "Wees gewaarschuwd, echtgenotes: het is niet per definitie de sexy vrouw met de geprononceerde jukbeenderen en de zwierige bos rood haar op haar hoofd die de femme fatale is. Integendeel, de onopvallende secretaresse kan een grotere bedreiging voor jullie huiselijke geborgenheid vormen, want er is vaak een grote discrepantie tussen wat mannen in wezen willen en wat ze menen dat ze voor de schijn horen te veinzen dat ze willen." Het geduldig observeren en onverbiddelijk doorprikken van de schone schijn, vooral dan van de Amerikaanse middenklasse, loopt als een giftige rode draad door de romans en verhalen van David Leavitt (1961). In de jaren tachtig was hij hot, vervolgens verloor zijn ster wat glans, maar in zijn nieuwe roman De geest van Jonah Boyd (De Harmonie/Manteau, 219 blz., 15,50 euro) slaat hij weer slinks toe. Met een bedrieglijke eenvoud pluist hij het wel en wee uit van het ogenschijnlijk perfecte familieleven van een geslaagde academicus. Je denkt dat je Flair of Libelle leest, maar in werkelijkheid proef je van het suprême cultureel supplement van NRC Handelsblad. Leavitt is virtuoos in zijn ongekunsteldheid, geniaal in zijn eenvoud. Dat blijkt al in de keuze van de verteller (de secretaresse: tegelijk afstandelijke observator en cruciale participant), in de stijl (niet gezwollen of druk, maar elegant en ráák) en in het thema (het dubbelluik van het familieleven en de lichte academische satire wordt aangevuld met parallelle thema's, onder meer over het schrijverschap). Tussen de nieuwe oogst vertaalde Amerikaanse literatuur vinden we ook debutante Julie Orringer (1973), nog een bedreven stiliste die de maskers van het familieleven rukt. In de verhalenbundel Ademhalen onder water (Bert Bakker, 255 blz., 16,95 euro) focust ze vooral op de turbulenties in het leven van meisjes en jonge vrouwen. Of zoekt u wat meer maturiteit in de verhalen? Dan raden we meteen de jonge klassiekers van Tennessee Williams (1911-1983) aan. In Het glazen meisje (Contact, 191 blz., 19,90 euro) werden veertien verhalen verzameld van het eeuwige enfant terrible uit het Amerikaanse zuiden. Hij verkent er de verloren illusies en onderhuidse spanningen, die we ook al in zijn bekendere toneelwerk (zoals A Streetcar Named Desire) terugvinden. Jan Lodewyckx