De Waalse socialist Guy Mathot verbaasde ooit vriend en vijand met zijn fameuze uitspraak: "De staatsschuld is vanzelf gekomen, ze zal ook vanzelf verdwijnen." Wie elk jaar de oplopende kosten van de vergrijzing ziet en het gebrek aan doortastende maatregelen, zou beginnen denken dat de huidige politici hopen dat de vergrijzingskosten vanzelf zullen verdwijnen. Als de babyboomgeneratie is gestorven, zal dat zo zijn. Maar de prijs die ondertussen moet worden betaald, zal ons nog dieper in de problemen brengen. Ook na 2050.
...

De Waalse socialist Guy Mathot verbaasde ooit vriend en vijand met zijn fameuze uitspraak: "De staatsschuld is vanzelf gekomen, ze zal ook vanzelf verdwijnen." Wie elk jaar de oplopende kosten van de vergrijzing ziet en het gebrek aan doortastende maatregelen, zou beginnen denken dat de huidige politici hopen dat de vergrijzingskosten vanzelf zullen verdwijnen. Als de babyboomgeneratie is gestorven, zal dat zo zijn. Maar de prijs die ondertussen moet worden betaald, zal ons nog dieper in de problemen brengen. Ook na 2050. Uit het jongste rapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing, dat vorige week werd voorgesteld, blijkt dat de kosten van de vergrijzing opnieuw werden onderschat. Tegen 2012 zullen ze 0,5 procentpunten hoger liggen dan in het rapport van vorig jaar gedacht. Een groot deel van die misrekening komt van de overheidspensioenen, die veel duurder uitvallen dan eerder berekend. Toch is het ambtenarenpensioen geen speerpunt van het rapport. Niet alleen de politici, ook onafhankelijke studaxen durven dit politiek taboe niet aanpakken. Waarom zijn de ambtenarenpensioenen zo'n groot probleem? Ten eerste omdat er veel ambtenaren zijn. De crisis in de jaren zeventig werd opgelost door werklozen naar de overheid af te leiden. Die mensen gaan nu massaal met pensioen. Ten tweede omdat een ambtenarenpensioen gemiddeld 80 % hoger ligt dan een privé-pensioen. De historische verklaring hiervoor is dat ambtenaren een lager salaris hebben en dat hun pensioen "uitgesteld loon" is. Vandaag is er geen basis meer om dat hogere pensioen te rechtvaardigen. De lonen van de ambtenaren overstijgen in veel gevallen die in de privésector. En ook de groei van de ambtenarij is voorbijgestreefd. De privésector kampt met tekorten aan werkkrachten. Er moet dus dringend een stop worden gezet op de groei van het aantal overheidsambtenaren. De ambtenarenpensioenen blijven ondertussen een tikkende tijdbom. De generatie twintigers zal het gelag betalen. Ze waren al het kind van de rekening bij de terugbetaling van de overheidsschuld. En nu krijgen ze de rekening van de vergrijzing voorgeschoteld. Toch kan die nog worden beperkt. Aan de generatie die nu met pensioen gaat, kan je niets doen. Op gemaakte afspraken kan je niet zomaar terugkomen. Maar de generatie die binnen tien jaar met pensioen gaat, moet een reductie aanvaarden. Zij geniet nu al verschillende jaren van de opwaardering van de lonen in de ambtenarij. Durft de nieuwe minister van Pensioenen dit aan? In 1995 stond de hervorming van de ambtenarenpensioenen in het regeerakkoord van Dehaene II. Het zou er nooit van komen. De geheime afspraak was dat de liberalisering van de overheidsbedrijven groen licht zou krijgen van de vakbond in ruil voor het niet raken aan de pensioenen. Die deal is voorbij. Het is tijd voor een nieuwe deal, waarbij een vermindering van de ambtenarenpensioenen wordt gekoppeld aan een verdere loonsverhoging en een hogere productiviteit, die automatisch tot minder ambtenaren zal leiden. Ultiem kan men zich afvragen of het ambtenarenstatuut nog iets van deze tijd is. Misschien is afschaffen een beter idee (zie ook Intro blz. 3). Guido Muelenaer