Het verhaal van Veldeman begint in 1968, met de verhuur van spantenten. De oertent, zeg maar, met spantouwen waar altijd wel iemand over struikelt. In 1982 gaat het familiebedrijf uit Bree van start met de verkoop van tenten aan andere tentenverhuurders. Een wereld van bedrijfsfeestjes, tuinparty's en beurzen. De spantenten moesten wijken voor blitse modellen, zonder touwen, met een karkas in aluminium. Lichter dan staal, maar stevig genoeg.
...

Het verhaal van Veldeman begint in 1968, met de verhuur van spantenten. De oertent, zeg maar, met spantouwen waar altijd wel iemand over struikelt. In 1982 gaat het familiebedrijf uit Bree van start met de verkoop van tenten aan andere tentenverhuurders. Een wereld van bedrijfsfeestjes, tuinparty's en beurzen. De spantenten moesten wijken voor blitse modellen, zonder touwen, met een karkas in aluminium. Lichter dan staal, maar stevig genoeg. Veldeman breidde zijn actieradius fors uit. In oktober mag het bijvoorbeeld de tentstructuren leveren voor een groots evenement voor het 250-jarige bestaan van de Duitse vrachtwagenbouwer MAN. Geen klein bier, want er worden duizend genodigden verwacht. Bovendien moeten de tentzeilen doorzichtig zijn. En brandschoon. MAN eist dat er boven de partytent een tweede structuur wordt opgetrokken die pas een uur voor de aanvang van het feestje mag worden gesloopt. Deutsche Gründlichkeit. Evenementen en beurzen zijn nog altijd heel belangrijk. Het familiebedrijf verkoopt zijn structuren aan andere tentenverhuurders in 25 landen. Een ander marktsegment is de verkoop van sporthallen, vooral voor tennis. La Palestre, de tennisclub van Justine Hénin in Waver, is een mooie referentie. Hier gaat het om permanente constructies waarvan de bekleding om de twintig jaar wordt vervangen. Oneindig veel mogelijkheden met tenten. "Zeven jaar geleden zijn we beginnen broeden op de logistieke toepassingen ervan", zegt commercieel directeur Ludo Ost. "Een nieuwe markt met heel wat subsegmenten. Bij verbouwing in supermarkten leveren wij een tijdelijke structuur om voort zaken te doen. Alle grote retailers in de Benelux zijn intussen klant. Ook voor de tijdelijke stockering in het piekseizoen. Coca-Cola Belgium klopt daarvoor al vijf jaar bij ons aan." De logistiek was voor de tentenbouwer een schot in de roos en de mogelijkheid om voort te groeien. In 2004 volgde een nieuwe mijlpaal: de overname van de productiepoot van de Amerikaanse sectorgenoot Universal Fabric Structures (UFS). In 2003 had Veldeman al een participatie van 51 % genomen. Voor een volledige overname had het bedrijf niet voldoende kapitaal in huis, maar met een investering van 3 miljoen euro door het Vlaamse durfkapitaalfonds Creafund II lukte het wel. De overname schraagde de groeiplannen, want UFS was in de VS de grootste leverancier van beschuttingen voor vliegtuigonderhoud. De Amerikaanse luchtmacht is een belangrijke klant. "Luchtvaart is een markt waarin we sterk staan. Stap voor stap bouwen we daar onze referenties op. Het contract dat we in 2006 afsloten met het Britse Support Air is bijvoorbeeld heel belangrijk." Support Air is een bedrijf dat zich specialiseerde in herstellingswerken van vliegtuigen. En nu levert Veldeman telkens een megastructuur als er ergens een Airbus of een Boeing blijft haperen aan de landingsbaan. Interessant voor het imago en bijzonder lucratief. Per project rolt zo'n 80 tot 100.000 euro binnen. Zeven projecten zijn al achter de rug en de inspanningen beperken zich doorgaans tot het sturen van een megapakket. "Onze sterkte is dat we alles zelf doen", zegt CEO Dirk De Kee. "Wij ontwerpen tenten, we produceren ze, we verkopen ze aan derden, we gebruiken ze ook zelf en we verhuren ze. Sinds 2005 staat ons bedrijf in de top drie bij de tentenfabrikanten, na het Duitse Losberger - het nummer één dankzij de overname van zijn Franse sectorgenoot Walter - en Röder HTS Höcker, ook al een Duitse groep. Veldeman is uniek, maar ons model heeft ook zijn beperkingen. Wij kunnen nooit fors investeren in een gigantische evenementenhal. Zoiets kunnen we nooit terugverdienen aangezien ons bedrijf niet als eindleverancier aanwezig is in dat segment. Veldeman zit overal in de kopgroep, maar draagt nergens de gele trui." Een strategische keuze die ook zo zijn voordelen heeft. De Kee verwijst naar sectorgenoot Maison van den Boer uit Nederland, die zich wel specialiseerde in gigantische evenementenhallen, maar niet aanwezig is in andere segmenten van de tentenbusiness. "Gigantische contracten zijn mooi zolang het meezit. De dag dat je één contract verliest, zit je met een ontzaglijk probleem. Bedrijven als De Boer zijn daarom zeer conjunctuurgevoelig. Wij spreiden het risico, waardoor we iets minder kwetsbaar zijn voor economische schommelingen." De Kee is pas twee jaar aan de slag in Bree, na een carrière bij het verpakkingsbedrijf Mondi Packaging en bij Group 4 Securicor. Nu het Vlaamse durfkapitaalfonds Creafund II zowat een derde van het kapitaal in handen heeft, wordt bij Veldeman flink geïnvesteerd in een sterk managementteam. Georges Veldeman, de vroegere gedelegeerd bestuurder, is nog voorzitter van de raad van bestuur en houdt 60 % van het kapitaal in handen. Hij is intussen 65 jaar en niet langer rechtstreeks betrokken bij het dagelijks management. Het verschil tussen nu en vroeger? "Creafund II is een financiële partner die een return on investment verwacht. Voortaan denken we twee keer na voor we ergens geld in stoppen. Als een klant vroeger een mooie tent voor zes maanden vroeg, lieten we zo'n opdracht nooit schieten. Gevolg: die tent lag hier dan een paar jaar zonder dat we er iets anders mee deden. Vroeger durfde het dus nogal eens vanuit de buik komen. Met de financiële expertise van Creafund worden we een solider organisatie." Solide, dat betekent ook minder personeel. In Bree daalde het aantal voltijdse equivalenten van 150 naar 110. Het gevolg van een nieuw informaticasysteem. Ook het transportsysteem werd gestroomlijnd: minder vrachtwagens en minder chauffeurs. In de Amerikaanse dochtervestiging is er nu nog ruimte voor 28 voltijdse equivalenten, komend van 60. De plaatselijke productie van aluminium werd stopgezet. Alleen de zeilen worden nog geproduceerd in de VS. "In onze sector lijken consolidaties op de Europese markt onvermijdelijk", zegt De Kee. "Er zijn te veel spelers. Vandaar dat we van Veldeman een heel solide organisatie moeten maken. We moeten klaarstaan voor eventuele acquisities. Op termijn zijn we inderdaad geïnteresseerd om overnames te doen, ja. Maar Veldeman kan evengoed een onderdeel van een andere onderneming worden. Ook in dat geval moeten we ervoor zorgen dat we gezond blijven. We gaan hoe dan ook geleidelijk tewerk, zonder domme dingen te doen." De Duitse markt bestormen, is geen optie. Daar zitten gigantische sectorgenoten als Losberger en Röder. Frankrijk lijkt De Kee en zijn team een interessante piste. Ze willen alles wat ten noorden van de as Straatsburg-Parijs ligt stapvoets veroveren. Vooral met zijn logistieke tentengamma probeert Veldeman de nogal chauvinistische Fransen geleidelijk te charmeren. Een Franse vestiging is voorlopig taboe. Dat werd twintig jaar geleden al eens geprobeerd. Vreemd, want twee jaar geleden kondigde Veldeman trots aan dat het een vestiging in China overwoog - in het kader van de officiële verzustering tussen Bree en Yanghzou. De Kee glimlacht en zegt dat die piste intussen totaal werd verlaten. "We stonden inderdaad op het punt om in China een kantoor te openen", voegt Ludo Ost eraan toe. "De onderhandelingen met de Chinees die de leiding zou nemen, waren volop aan de gang. Het draaide op een zeer risicovolle onderneming uit. Chinezen willen snel rijk worden. Liefst op de kap van een bedrijf dat in hun land investeert. We hoorden rare verhalen van zakenlui die het aandurfden. Toen ze na drie maanden nog eens ter plaatse gingen, stonden hun kantoren leeg. De Chinezen waren met alles gaan lopen. Bovendien moesten we ons toen volledig concentreren op de integratie UFS en we beslisten om enkel die weg te blijven bewandelen." Momenteel beperken de ambities zich om voort te groeien in het logistieke segment en in Frankrijk. Daarnaast bekijkt Veldeman of het binnenkort ook tenten kan verkopen en verhuren in India, Zuid-Afrika en Brazilië. Nog even afwachten of de lokale markten al rijp zijn voor gesofisticeerde tentstructuren. Op concrete cijferdoelstellingen wil De Kee zich niet laten vastpinnen. Momenteel schommelt de geconsolideerde omzet van de groep tussen 27 en 30 miljoen euro. Planmatig groeien, is nu de boodschap, zonder dingen te forceren. Een beursgang, die in 2004 nog werd aangekondigd door Georges Veldeman, is iets waartegen De Kee 'nooit nooit' zegt, maar concrete plannen liggen niet in zijn schuif. Voor het uitkopen van Creafund II misschien wel al? Net vóór Veldeman UFS overnam, was er ook al een financiële partner in het spel: het toenmalige overheidsfonds LPM - de Limburgse Participatiemaatschappij, die intussen onder de vleugels van KBC Private Equity schuilt. LPM werd door Veldeman uitgekocht. Nu eenzelfde scenario? "Wooh!", brengt De Kee uit na een ingehouden stilte. En dan: "Ik ben daar zeer realistisch in. Momenteel verloopt de samenwerking tussen beide aandeelhouders en het management heel goed. Wijzigende aandeelhoudersverhoudingen liggen dus niet in het verschiet." Maar opnieuw zegt De Kee 'nooit nooit'. First things first. De grootste uitdaging voor Veldeman is momenteel het verder rentabilisereren van UFS. Geen gemakkelijke klus met de zwakke dollarkoers en het huidige economische klimaat in de VS. En toch is De Kee vastbesloten om UFS tegen 2010 volledig op het Belgische model te enten. Het moet een bedrijf worden dat actief is in alle segmenten van de tentenbusiness. De omslag naar meer civiele projecten belooft een harde dobber te worden. Voorlopig blijken de gewone Amerikanen bijna uitsluitend geïnteresseerd in tijdelijke of semi-permanente mega-structuren als die als kerk kunnen dienen. Of als sporthal. Voorlopig blijft UFS dus voor 40 % afhankelijk van de goodwill van het Amerikaanse leger en daar moet verandering in komen. Want die oorlog in Irak zal niet eeuwig duren. (T) Door Celine De Coster/Foto's Thomas De Boever