Meer dan 80 % van de ouderen in ons land heeft een eigen woning. Meer dan 75 % van de ouderen kan het verblijf in een rusthuis niet betalen met zijn pensioen. Twee vaststellingen die Pieter Van Hoof inspireerden tot het uitwerken van een alternatief financieringsinstrument voor serviceflats. Hij analyseerde de vermogenskarakteristieken en financiële noden van de drie belangrijke actoren in de zorgverlening aan ouderen (de oudere, de familie en de aanbieder van serviceflats) en concludeerde dat de oudere doorgaans het meest vermogend is van die drie. ...

Meer dan 80 % van de ouderen in ons land heeft een eigen woning. Meer dan 75 % van de ouderen kan het verblijf in een rusthuis niet betalen met zijn pensioen. Twee vaststellingen die Pieter Van Hoof inspireerden tot het uitwerken van een alternatief financieringsinstrument voor serviceflats. Hij analyseerde de vermogenskarakteristieken en financiële noden van de drie belangrijke actoren in de zorgverlening aan ouderen (de oudere, de familie en de aanbieder van serviceflats) en concludeerde dat de oudere doorgaans het meest vermogend is van die drie. Een serviceflat beantwoordt volgens Van Hoof aan de wens van de meeste ouderen om zo lang mogelijk in een eigen woning te kunnen leven, zonder de onderhoudslasten die daarmee verbonden zijn. Maar ze willen ook vermijden dat het moeizaam gespaarde vermogen verloren gaat in betaling van huur en dienstverlening. Hun vertrouwde woning opgeven om opnieuw te investeren in bakstenen - de aankoop van een serviceflat - is voor velen ook al geen aantrekkelijk optie. De even originele als eenvoudige oplossing die Van Hoof uitdokterde, is een financiering via obligaties. De initiatiefnemer geeft obligaties uit (op naam of aan toonder, met een looptijd van 30 jaar), waarmee hij de bouw van de serviceflats financiert. Anders dan bij een klassieke obligatie, is aan deze geen rente verbonden, maar een voordeel in natura: het gratis woonrecht in een serviceflat. "Als wij als initiatiefnemer moeten aankloppen bij de banken, zitten we met een belangrijke financieringslast," legt Van Hoof uit. "Dat moet je doorrekenen aan de bewoners. We hebben voor de realisatie van het serviceproject De Kleine Kasteeltjes enkel een overbruggingskrediet moeten aangaan. De bewoners betalen hier dus enkel voor de diensten, niet voor de bakstenen en de financiering ervan. Wij geven de oudere de voordelen van het eigenaarschap, zonder de nadelen. En belangrijk voor de oudere, maar zeker ook voor de kinderen: het vermogen van de oudere blijft intact." Het systeem lijkt te mooi om waar te zijn. Zitten er geen addertjes onder het gras? Hoe zit het met de terugbetalingsgarantie? "Aan de obligaties is een hypotheek in eerste rang verbonden," antwoordt Van Hoof. "We zitten daarnaast met een grote wachtlijst. Als iemand na een overlijden de terugbetaling van de obligatie vraagt, kunnen we onmiddellijk terugbetalen met het geld waarmee de nieuwe resident het obligatiepakket van de overleden resident inkoopt. Voor alle zekerheid hebben we bij onze bankier ook een kasfaciliteit bedongen, maar die hebben we nog nooit moeten aanspreken."Op termijn lijkt er wel een probleem. De serviceflats hebben immers ook niet het eeuwige leven, maar ook daaraan is gedacht. Pieter Van Hoof: "Binnen de kostprijs voor dienstverlening is ook de betaling voorzien om de nodige vervangings- en onderhoudskosten te dragen. En we bouwen binnen De Kleine Kasteeltjes ook een sinkingfund op met een mix van vooral kapitalisatie van afschrijvingen en reserveringen voor terugbetaling van langlopende kredieten."