De Welzijnswet van 1996 vermeldt ergonomie expliciet als een van de acht welzijnsdomeinen die aandacht verdienen op het werk. De wet verplicht bedrijven op die domeinen een risicoanalyse te doen. "De huidige analyses focussen doorgaans vooral op algemene veiligheidsproblemen, waarvan je duidelijk een oorzaak en een gevolg ziet. Maar het risico op overbelasting kan niet enkel met die methoden worden opgespoord", vertelt Roeland Motmans, voorzitter van de Nederlandstalige vleugel van de Belgian Ergonomics Society (Bes). "De oorzaken bouwen zich in de loop der jaren op. Wil je klachten van overbelasting efficiënt aanpakken, dan is een specifieke risicoanalyse van de ergonomie nodig en moet je er rekening mee houden bij het ontwerp van werkposten of bij de aankoop van materiaal. Met een algemene risicoanalyse komen de ergonomische risico's te weinig naar boven."
...

De Welzijnswet van 1996 vermeldt ergonomie expliciet als een van de acht welzijnsdomeinen die aandacht verdienen op het werk. De wet verplicht bedrijven op die domeinen een risicoanalyse te doen. "De huidige analyses focussen doorgaans vooral op algemene veiligheidsproblemen, waarvan je duidelijk een oorzaak en een gevolg ziet. Maar het risico op overbelasting kan niet enkel met die methoden worden opgespoord", vertelt Roeland Motmans, voorzitter van de Nederlandstalige vleugel van de Belgian Ergonomics Society (Bes). "De oorzaken bouwen zich in de loop der jaren op. Wil je klachten van overbelasting efficiënt aanpakken, dan is een specifieke risicoanalyse van de ergonomie nodig en moet je er rekening mee houden bij het ontwerp van werkposten of bij de aankoop van materiaal. Met een algemene risicoanalyse komen de ergonomische risico's te weinig naar boven." Volgens recent onderzoek van de hr-dienstverlener Securex gaat 40 procent van de medische klachten bij ziekteverzuim over problemen met het bewegingsapparaat. 60 tot 90 procent van de werknemers krijgt er ooit mee te maken, en 85 procent hervalt nadat het probleem opgedoken is. "Je kan je lichaam jarenlang overbelasten zonder dat je klachten hebt, maar ineens duiken ze op en dan raken de problemen veel moeilijker opgelost", stelt Eva Vandenheede, gezondheids- en veiligheidsadviseur bij Securex. "Vaak vallen medewerkers door ergonomische klachten een langere tijd of zelfs definitief uit. Als werkgever krijg je dan niet enkel de kosten van het absenteïsme op je bord. Je moet ook een vervanger zoeken. Die nieuweling presteert bovendien niet van dag één optimaal. Zo kan de effectieve rekening van een niet-aangepaste werksituatie oplopen tot tweemaal het gewaarborgd loon. Blijft de medewerker wel aan de slag, dan zijn de ergonomische problemen sowieso nefast voor de concentratie, de productiviteit en het risico op arbeidsongevallen." Toch wachten de meeste ondernemingen tot het kwaad is geschied en werknemers de eerste ongemakken ervaren. Het aantal werkgevers dat structureel aan ergonomische preventie doet, is op de vingers van een hand te tellen. Roeland Motmans: "Sommige bedrijven berekenen de risico's van een slechte werksituatie en koppelen daar preventiebudgetten aan. Persoonlijk pleit ik voor het idee van een zogenoemde overbelastingsgraad, diehet ziekteverzuim door lichamelijke klachten in kaart brengt en de nood aan ergonomische ingrepen zichtbaar maakt. Maar voorlopig beschouwen de meeste ondernemingen de kosten van ziekteverzuim nog te veel als inherent aan het werkgeverschap. Ze stellen er zich geen verdere vragen bij. Op dezelfde manier worden rug-, nek- en schouderproblemen als inherent aan het leven gezien." Nochtans organiseerden bedrijven en dienstverleners de jongste jaren meer dan ooit infosessies over ergonomie, maar die hebben de klachtencurve nog niet kunnen ombuigen. "Preventie en sensibilisering hebben geen zin als ze enkel de vorming van medewerkers inhouden", stelt Alain Piette, de voorzitter van de Franstalige sectie van Bes. "Vorming is slechts een gedeeltelijk antwoord op je risicoanalyse. Je kan de verantwoordelijkheid voor kwaliteitsvol ergonomisch werk nooit volledig op je werknemers afschuiven." Roeland Motmans treedt zijn collega bij: "Een preventiebeleid rond ergonomie bestaat uit drie pijlers: ontwerp en aankoop, risicoanalyse en instructie. Bij het ontwerp van de werkpost hou je beter rekening met de ergonomische principes en normen voor werkhoogtes, reikafstanden, been- en voetenruimtes. Je probeert ook het tillen zo veel mogelijk te vermijden. Dan verken je de risico's van de werkposten en breng je de mogelijke belasting binnen aanvaardbare grenzen. Dat kan met technische en organisatorische oplossingen zoals jobrotatie, een bureaustoel, rechtstaand vergaderen enzovoort. Pas als die klus is geklaard, organiseer je opleidingen voor je werknemers. Die moeten hen overtuigen dat hun gedrag en houding doorslaggevend zijn en hen ertoe aanzetten de minst belastende werkwijze toe te passen. Omgekeerd kan daar ook een verhoging van hun belastbaarheid bij horen. Iemand die onvoldoende beweegt, heeft evengoed een hogere kans op aandoeningen." Dat die boodschap niet van de ene dag op de andere aanslaat, beseft Motmans maar al te goed. "Toch is de globale aanpak van ergonomie een voorwaarde om rugvriendelijk gedrag bij de mensen te bekomen. Dat je als werkgever je organisatie en faciliteiten zelf al op punt hebt gesteld, doet werknemers sneller mee in het verhaal stappen." De aandacht voor ergonomie op het werk stopt volgens Alain Piette niet bij het bedrijf. Het is ook een permanente taak van de overheid. Die onderneemt al actie op het moment dat de werknemer uitvalt, maar in preventie kan er nog een tandje bij. "De overheid heeft de opdracht de Welzijnswet van 1996 geregeld te herbekijken, te evalueren en zich af te vragen of de wet voldoende aansluit op de noden op het terrein. Zo verdient de globale risicoanalyse in een bedrijf een pak meer aandacht voor ergonomie, maar daar moeten ook middelen voor zijn. We beschikken over veertien externe preventiediensten, die een honderdtal ergonomen tellen. Die kunnen onmogelijk in elk bedrijf een specifieke risicoanalyse doen. Het komt er dus op aan instrumenten en methoden te ontwikkelen waarmee ondernemingen hun situatie zelf in kaart kunnen brengen. Nadien kunnen ze dan een beroep doen op een ergonoom om de vastgestelde problemen aan te pakken. We moeten ook blijven investeren in onderzoek dat cijfermatig de gevolgen van een gebrek aan preventie aantoont, zowel in absenteïsme als in prestaties. Ten slotte is het nodig bepaalde risicofactoren extra in de verf te zetten. Vaak worden enkel het manueel hanteren van lasten en beeldschermwerk als 'boosdoeners' vermeld. Maar ook repetitief werk aan een kassa, een lopende band die ongunstig opgesteld staat of een permanent statische houding in een laboratorium veroorzaken heel wat fysieke problemen." Er is dus nog wat werk aan de winkel. De opname van ergonomie als volwaardige discipline in de risicoanalyse is een eerste stap. Nadien moet voluit voor preventie en sensibilisatie worden gekozen. "Ergonomie vraagt om een structurele, beleidsmatige aanpak zowel van de overheid als van het bedrijf", besluit Eva Vandenheede. "Preventie en sensibilisatie zijn een plicht. En het moet meer dan een one shot zijn." GOELE GEERAERT"Preventie en sensibilisatie zijn een plicht, zowel van het bedrijf als van de overheid" Eva Vandenheede