Milaan. Peking. Hamburg. Mezelf drie keer richting vliegveld haasten om projecten en inspiratie binnen te halen. Om kunstwerken en kunstenaars te laten reizen. Om het Paleis voor Schone Kunsten ook de volgende jaren te laten draaien in een kolk van ontmoetingen.
...

Milaan. Peking. Hamburg. Mezelf drie keer richting vliegveld haasten om projecten en inspiratie binnen te halen. Om kunstwerken en kunstenaars te laten reizen. Om het Paleis voor Schone Kunsten ook de volgende jaren te laten draaien in een kolk van ontmoetingen. Drie bestemmingen in één week waren misschien net iets te veel van het goede. Heb ik het goed zitten? Raak ik stilaan verslaafd? Ik ben alleszins ontzettend gaan houden van het onderweg zijn. Mind your step. In het bijzonder van het vertoeven in het anonieme altijd eendere niemandsland tussen inchecken en opstijgen. Passengers of flight nr x to y are requested... In de lucht word je een doelgerichte reiziger, eens geland begint de klok van de ratrace hoorbaar te tikken. Maar voor je instapt, vertraagt de tijd en lijkt heel even alles mogelijk. Kom ik, nadat mijn paspoort is gecontroleerd, even los van de zwaartekracht van een door geschiedenis, geboorte, opvoeding, opleiding, overtuigingen, contacten, uitwisseling van gedachten, handel en wandel bepaalde identiteit? Identiteit. Dat zwaar beladen woord dat rijmt op nationaliteit en dat, zo las ik onderweg in Le Monde (sic) en enkele nationale kranten, de inzet vormde van een verhit, maar helaas niet altijd even vruchtbaar debat. Il y a quelque chose de pourri en République française zo bond Guy Verhofstadt de kat de bel aan met een parafrase van Shakespeares Hamlet, een Europese tragedie die bol staat van verraad, waanzin en gebrek aan dadendrang. Op de politieke kant van de zaak wil ik hier niet al te zeer ingaan. Iedere politicus, elke partij zijn of haar agenda. Waaraan het vaak ontbreekt, is historisch besef, gevoel voor nuance. We weten onvoldoende wat er zich aan de andere kant van de dorpel heeft afgespeeld en afspeelt. We kennen elkaar niet goed genoeg, binnen en buiten nationale en continentale grenzen. Culturele conflicten, vooroordelen en misverstanden, ze zijn nog niet meteen de wereld uit. Wie denkt dat patriottisme in Frankrijk van alle tijden en van alle Franse streken is, raad ik The Discovery of France aan van - juist, een rasechte Engelsman - Graham Robb. Frankrijk is een prille constructie, is en was een lappendeken van dialecten, dorpen en departementen. Voor de Franse Revolutie sprak nauwelijks un chat Frans in Frankrijk. Het patois regeerde, tot wanhoop van Abbé Henri Grégoire die prompt een rapport uitvaardigde 'over de Noodzaak en Middelen om Patois uit te roeien en het gebruik van de Franse taal te Universalizeren'. Jean Racine wist zich in de Provence simpelweg niet verstaanbaar te maken. Aan zijn vriend La Fontaine schreef hij: "Tegen de tijd dat ik Lyon had bereikt, was de plaatselijke taal al onverstaanbaar geworden, net als ik. Deze tegenspoed nam nog toe in Valence, en zo beliefde God dat toen ik een meid om een kamerpot vroeg, ze met een bedkruik aankwam. Maar het is nog erger in dit pays. Ik zweer je dat ik een vertaler nodig heb, even hard als een Moskoviet in Parijs." Afgaand op familiestambomen en allerhande etnische invloeden is het een wonder dat Frankrijk überhaupt bestaat, maakt Robb zonneklaar. Of we in het Europa van de 21ste eeuw zonder de invloed van natiestaten kunnen of moeten, zoals Verhofstadt suggereert in zijn opiniestuk 'Europa zal postnationaal zijn of niet zijn' (De Standaard, 24 februari)? Dat niet meteen, denk ik. Mensen identificeren zich het gemakkelijkst met wat het dichtst bij hun bed staat: hun gezin, vriendenkring, vereniging. Het lokale, nationale en multilaterale passen in elkaar als Russische poppetjes. Maar op cultureel gebied ervaar ik wel dat star vastklampen aan de natiestaat de Europese ruimte en het Europese burgerschap in de weg staat. En die verdere eenmaking is in een geglobaliseerde wereld even broodnodig als de geleidelijke eenwording van Frankrijk nadat de kop van Marie-Antoinette was gerold. Er bestaat een scherp contrast tussen de culturele wereld van kunstenaars, gezelschappen, kunstenhuizen en festivals die al lang globaal denken en doen, én de politieke realiteit. Frans of ander gewestelijk chauvinisme, en een hang naar prestige botsen met Europese en globale aspiraties en werkelijkheden. We kennen elkaar niet goed genoeg. Wat we nodig hebben, is een Europees koffiehuis, opperde Geert Mak. Een plek van discussie en debat. Zonder ontmoetingsplekken en culturele uitwisselingen blijft elk politiek proces in het luchtledige hangen. Cultuur is niet zomaar de kers op de Europese taart. Cultuur maakt deel uit van het deeg, zit in de taart ingebakken. Zonder een gedeelde kijk op Europa dreigt het baksel in elkaar te storten... Tijd om in te schepen, zie ik. DE AUTEUR IS DIRECTEUR-GENERAAL VAN BOZAR.Paul DujardinWe kennen elkaar niet goed genoeg, binnen en buiten nationale en continentale grenzen.