Boudewijn de Groot, 1982, 'Als de rook om je hoofd is verdwenen'. Gaat er een lichtje branden? Wie kent het mooie nummer niet, vooral de titel intrigeert me. En wel omdat hij me confronteert met de tijdsgeest van de jaren tachtig, de absolute start van globalisering en ook de periode waar we de impact van zure regen en andere klimaateffecten in het collectieve geheugen opgeslagen hebben. Inderdaad, de rook om ons hoofd verdween, samen met de industriële ontwikkeling. Geen dag ging voorbij of onze geliefde weerman -- Armand -- had het over de gevolgen van de uitstoot van giftige gassen in de atmosfeer.
...

Boudewijn de Groot, 1982, 'Als de rook om je hoofd is verdwenen'. Gaat er een lichtje branden? Wie kent het mooie nummer niet, vooral de titel intrigeert me. En wel omdat hij me confronteert met de tijdsgeest van de jaren tachtig, de absolute start van globalisering en ook de periode waar we de impact van zure regen en andere klimaateffecten in het collectieve geheugen opgeslagen hebben. Inderdaad, de rook om ons hoofd verdween, samen met de industriële ontwikkeling. Geen dag ging voorbij of onze geliefde weerman -- Armand -- had het over de gevolgen van de uitstoot van giftige gassen in de atmosfeer. Maar wat hebben we het na al die jaren toch goed gedaan. We hebben de industriële activiteit sterk afgebouwd en vervangen door een -- met een dieselwagen rijdende -- groep economische schermspelers die elke ochtend samen in de file naar hun dienstverband tuffen. Maar die diensten blijken nu ook geen afdoend middel te zijn om de vergrijzingsgolf tegen te gaan en welvaartscreatie op niveau te houden. Samen met de-industrialisering hebben we toch ook heel wat goed gedaan. Globalisering heeft ons namelijk de kans geboden de welvaart per capita sterk te laten toenemen en de herverdeling van rijkdom te organiseren. Al geef ik graag toe dat niet alles top is, de intenties zijn alvast ingevuld. Dat we er een propere Schelde en prachtige natuurgebieden aan overhouden, neem ik er graag bij. Vanuit mijn activiteit krijg ik een duidelijk beeld van waar de EU heen wil. Daarom word ik al eens gevraagd de Commissie toe te spreken en haar te bestuiven met 'digital manufacturing'-stuifmeel. Zo ook de laatste keer in het statige Europese hoofdkwartier. De vraag was eenvoudig: geef ons elementen om het beleid zodanig te sturen dat de industriële renaissance een feit wordt, er mag gerust een vleugje Voltaire bij. Onze unie wil tegen 2020 de industriële activiteit van gemiddeld 15 naar 20 procent van het bruto binnenlands product optrekken, 5 procent groei bij gemiddeld 2 procent inflatie op een budget van 12.500.000 miljoen euro. Omdat grote cijfers mensen afschrikken, breng ik het toch even terug naar de Belgische situatie. Daaruit blijkt dat de industriële groei afgezet tegen de instroom van nieuwe werkkrachten bijna één op één is. Dat is een hallucinant gegeven, alsof alle aandacht zou gaan naar industriële ontwikkeling en alle mensen ingezet zouden worden in industriële processen. Wanneer we er langer over nadenken, zal het toch zo moeten, want bij behoud van gemiddelde welvaart zal dit de opdracht zijn. Het zijn met andere woorden knappe koppen, de mannen en vrouwen daar in Brussel. Feit is dat de unie rekent op twee fundamentele omwentelingen. Ten eerste is er een groei van hoge productiviteitshefbomen nodig, bijvoorbeeld door doorgedreven digitalisering en ten tweede moeten meer mensen weg van inactiviteit en zich opnieuw aanmelden op de arbeidsmarkt. In tijden van verkiezingen is dat een ongelofelijk knap verborgen agendapunt. De vraag is dus niet zozeer of we dat gaan realiseren, maar wel hoe en met welke impact. Dat was ook onmiddellijk mijn eerste vraag aan het eerbiedwaardige gezelschap. Gaan we een equivalent van 5 procent van het bbp van de EU weghalen in Azië en dat één op één vertalen naar de EU, het zogenaamde 'reshoren'? En gaan we daarmee ook de bijgaande luchtvervuiling, exploitatie van natuurlijke rijkdommen en energie kopiëren of gaan we het juist realiseren met minder impact? Alles met andere woorden duurzamer maken en groeien in harmonie met de ecosystemen? Voor deze mannen geen handjes met kiemende blaadjes, maar harde cijfers, facts and figures. Geen betere vraag voor uw dienaar, want met een impactvermindering van factor 7 door transitie van analoge naar digitale productietechnologie scoren we ver boven de agenda per 2035. Alleen betekent dat dat het bbp zal bestaan uit andere producten, nieuwe geometrie en vormgeving en het best in een geïntegreerde samenleving. Want integreren betekent dat we oplossingen bedenken die iedereen enthousiasmeren om waarde te creëren. En wel waarde voor hun eigen generatie. Deze waarde zal helpen om datgene welvaartsvast te maken wat tijdens de voorbije dertig jaar verpakt werd in vastgoed en infrastructuur. Want dat deze structuur de samenleving van morgen zal vormgeven en ondersteunen is een zekerheid. De auteur is CEO van Melotte en oprichter van Innocrowd.MARIO FLEURINCK Meer mensen moeten weg van de inactiviteit en zich aanmelden op de arbeidsmarkt.